Archive for July, 2009

≈ Metafilter, conversation is king

Social Media — Two words used to kill newspapers.

Rands in Repose.

Ik moet ergens 14 jaar geweest zijn toen ik voor het eerst eens een uurtje mocht internetten in de plaatselijke bibliotheek. Foto’s van gevechtsvliegtuigen, daar was ik naar op zoek. Om op te slaan op een diskette en die dan thuis op onze pentium 2 166 mHz, 2 gigabyte harde schijf en de volle 128 mb RAM — een iPod Touch of iPhone heeft nu meer vermogen — te zetten.

Het heeft ergens tot in 1999 geduurd voor ik inbel-internet thuis had, tot eind 2002 voor breedbandinternet en pas begin 2004 had ik stabiel internet op kot. We zijn nu halfweg 2009 en ik ben dit jaar nog geen enkele dag offline geweest. Luxe went.

Vóór 2003 vond ik internet redelijk geestig en nuttig. Ik surfte naar CNN op 11 september, las iedere dag — eerst gratis, dan betalend — religieus De Standaard op standaard.be. Voor de rest zat ik maar wat te googlen en te mailen.

Ergens begin 2003 leerde vriend kameraad Joris A. mij Metafilter — en, overigens ook het onderhouden van een persoonlijke frequent upgedate website, ook wel bloggen genoemd — kennen. Vanaf toen werd het Internet redelijk geweldig.

10 jaar Metafilter

Metafilter, een groepsblog waar duizenden (geregistreerde) mensen links posten, is deze week 10 jaar oud. Ik lees de site dus nog maar sinds 2003, en ik heb mij ook nooit lid gemaakt van Metafilter. Toch moest je geen lid te zijn om er te ervaren wat zo zeldzaam is op het internet*: intelligente conversatie tussen mensen die elkaar eens niet voor nazi uitschelden wanneer meningen verschillen.

Intelligent is geen synoniem voor serieus. Een van de recente links gaat over Social Skydiving, een a-sociale computerprogrammeur die zich verplicht 30 dagen lang wildvreemden aan te spreken, dus op Metafilter gaat het nu ook niet precies altijd over de wereldvrede.

Je krijgt het publiek dat je verdient, tweede couplet

Stel je eens voor dat de volledige redactie van om het even welke algemene nieuwssite is geveld door, eh, mexicaanse griep en bezoekers zelf het nieuws moeten maken. Ik betwijfel of je iets zou kunnen krijgen van het niveau en de interactiviteit van Metafilter. Waarschijnlijk eerder iets dat op Zatte Vrienden lijkt, maar dit geheel terzijde.

De reacties op de huidige sites voorspellen immers niet veel goed. Laat er geen twijfel over bestaan; je krijgt het publiek dat je verdient. Redacteurs hebben dus een zware verantwoordelijkheid.

Content is belangrijk, maar conversation is king

Toen een 10-tal jaar geleden de eerste meldingen van blogs en andere vormen van user-generated content in de traditionele media opdoken, kon je geregeld stukken lezen die allemaal antwoorden op 1 vraag: Moeten wij bang zijn?

Het bijna eensluidende antwoord was: “Neen, content is king. Wij hebben betere content die bovendien wordt geproduceerd door professionele journalisten.”

Na het succes van sites zoals Metafilter, Myspace, Facebook, Twitter moet het ondertussen duidelijk zijn: Content is belangrijk, maar conversation is king.

Toeters en bellen

En toch, afgezien van enkele uitzonderingen, gebruiken traditionele media social media enkel als een gratis marketingplatform waar ze hun content en acties kunnen pushen. Social media zijn dus slechts toeters en bellen.

De inspanningen van traditionele media op het vlak van social media zijn nogal schamel in vergelijking met de inspanningen die ze doen op het vlak van multimedia. Iedereen investeert in hoogwaardige beeld- en video-apparatuur.

Iedere traditionele mediasite heeft namelijk de ambitie om uit te groeien tot een soort web-televisiezender waar de advertentietarieven aantrekkelijker kunnen zijn. Kortom, content is nog steeds king.

Conversations starten, maar hoe?

De kans om zelf hét social mediaplatform te zijn, is al lang vervlogen samen met veel inkomsten. Toch mogen we de handdoek niet in de ring gooien. Integendeel.

Nog meer dan hun collega-marketeers moeten journalisten hun bezoekers leren kennen en engageren op de eigen site en op die zogenaamde social media sites.

Zolang we dat niet doen, moeten we niet verschieten dat sites zoals Metafilter of Facebook een superieure gebruikerservaring bieden en bezoekers ons slechts een minuutje of vijf per dag gunnen van hun tijd.

Oh, en de regels om succesvol te zijn in social media zijn verschrikkelijk simpel:

  1. Be Human
  2. Be Honest
  3. Be Aware
  4. Be Everywhere
  5. Show Your Work

We moeten het alleen doen.

* Metafilter is natuurlijk niet de enige aangename plaats op het internet. Er zijn duizenden sites zoals Flickr, Vimeo, FFFFOUND!, Buzzfeed, etc… Al die sites hebben een hoge graad van menselijkheid die traditionele mediasites ferm mankeren.

July 19th, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , ,

≈ De dood van Michael Jackson, Google’s limieten en crowdsourcing

SEOmozBlog heeft proberen te reconstrueren hoe het nieuws van Michael Jacksons hartstilstand en dood zich heeft verspreid op het internet. Er staan zeer interessante dingen in. 1. Het was niet TMZ.com, maar de kleinere niche-site x17online.com die de scoop had. 2. De beheerders van Google News, de berichten en zoekopdrachten over Michael Jackson eerst niet geloofden, en dachten dat hun site werd aangevallen met een hoax. 3. Maar vooral:

Wikipedia is still the fastest news aggregator. It was faster than Twitter and much faster than Google.

Ik zou het precieze verloop wel eens willen bevestigd zien door een onafhankelijk onderzoek. Maar zelfs dan denk ik dat de uiteindelijke conclusie wel overeind zal blijven:

Een zoekmachine — hoe geavanceerd het zoekalgoritme ook is — moet (nog steeds) de duimen leggen voor een menselijke brein. Zeker als verschillende mensen samenwerken zoals dat bij Wikipedia het geval is.

Een computer kan niet denken

Anders gezegd, een mens kan nog steeds sneller oordelen dan een computer of iets “nieuws” is.

Dat lijkt vanzelfsprekend, maar ga eens na bij jezelf. Wat is het eerste dat je doet bij breaking news? De meeste mensen zullen surfen naar hun favoriete nieuwssite of zullen googlen. Hoeveel mensen zouden er zoeken in Twitter of Wikipedia raadplegen?

Traditionele nieuwssites — die in het geval van Michael Jackson in internettijd een eeuwigheid achterop liepen — laten zich niet in met het aggregeren van en linken naar andermans materiaal, omdat: 1. Men de illusie koestert dat de eyeballs zo langer op de eigen site blijven hangen. 2. Aggregeren geen echte journalistiek is.* 3. De (web)redacteurs nog al te vaak worden overweldigd door hetzelfde nieuwsaanbod op het internet waar de gewone bezoeker geen doen aan ziet.

Aggregeren, of we het nu willen of niet

Laat dat overweldigende nieuwsaanbod nu nét een kans zijn om het bestaan van een traditionele nieuwssite te legitimeren. Auteur en journalist Steven Johnson omschreef het zo:

Let’s say for the sake of argument that we can’t. Let’s say it’s just too overwhelming for the average consumer to sort through all the new voices available online, to separate fact from fiction, reporting from rumor-mongering. Let’s say they need some kind of authoritative guide, to help them find all the useful information that’s proliferating out there in the wild.

(…)

Of course, we have thousands of these institutions. They’re called newspapers.

(…)

The implied motto of every paper in the country should be: all the news that’s fit to link.

Zolang wij, eh, journalisten ons niet comfortabel voelen op het internet en intelligent aggregeren, moeten we niet verschieten dat mensen meer en meer — laten we zeggen aan een gemiddelde van 1,3 miljoen pageviews per uur — hun toevlucht zoeken in een medium als Wikipedia.

* Ik vraag mij eigenlijk af hoeveel Amerikaanse krantensites door het succes van The Huffington Post, niet denken: “Hadden wij nu eens een tiental jaar geleden, van onze honderden redacteurs, een journalist en een stagiair vrijgesteld om links naar andermans materiaal te voorzien van ironische commentaar?”

Filmpjes

Recente items


Foto's

www.flickr.com

Over mezelf

Welkom op de persoonlijke website van Stijn F. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit Gent. Daarna volgde ik de Masterclass Journalistiek aan de Erasmushogeschool Brussel waar ik stage liep bij Knack en bij De Tijd. Nu werk ik als internetredacteur.

Contact: stijnf apenstaart gmail punt com

Vroeger was ik beter