§ Blessay

§ Misschien is het geen leeg getetter meer

Vooraf: Deze post staat al een week of 2 4 in mijn drafts en iedere keer opnieuw begin ik er aan te prutsen. Het ging eerst over Facebook die een grote bron van trafiek voor nieuwssites wordt. Dan is het een beetje ontspoord. Maar kom, voor de archieven.

Misschien is het omdat Facebook recent 5 jaar is geworden of Google opeens Buzz heeft gekoppeld aan Gmail*, maar de laatste tijd zijn er echt veel artikelen te lezen online en offline waar de ondertoon dezelfde is: “Bloggen, Facebook, Twitter, … Dat is hier precies voor echt. Misschien moeten we ons daar eens serieus mee bezig houden.”

En het is ook voor echt:

Nielsen reports that Internet users worldwide now spend 5.35 hours a month on social networks, up from just three hours a year ago. The social web is the new home page; remember how news sites all put up “make us your home page” buttons just a decade ago. News sites, of course, are lucky to break into double digits — 10 minutes — per month in usage.

(…)

That old newsprint-based serendipity we bemoaned was being lost in the move to web searching and browsing is being reborn. (…) Among this vast infinity of story reading choice, we’re using our friends and colleagues as filters, though the process is still ungainly.

Nieman Journalism Lab.

Matt Haughey, bezieler en oprichter van Metafilter zei enkele jaren geleden al zoiets; dankzij social media heb je de mogelijkheid om een even goede en zelfs betere filter te maken voor informatie die je interesseert, ontroert, doet lachen, etc… dan een krant, magazine, etc…

I don’t read printed newspapers. (…) I generally read at least a couple dozen articles daily though, mostly pointed out by my social circle (people who blog that I follow, twitter users I trust, friends sharing things in Google Reader). Friends are an amazing social filter and the social filter is essentially replicating the water cooler online.

Matt Haughey.

Awe

De meest wijdverspreide tool om artikels, links of andere items te delen, is e-mail. Enkele wetenschappers hebben op basis de statistieken van The New York Times onderzocht, waarom mensen nu net dat artikel en niet het andere naar elkaar doormailen.

Wat hen daarbij opviel, is hoe relatief klein het aandeel van de artikels over seks, geweld, etc… was en hoe populair lange artikels waren over niet voor de hand liggende onderwerpen. Artikels die inspireerden, die zorgden voor de beste respons:

“Emotion in general leads to transmission, and awe is quite a strong emotion,” he said. “If I’ve just read this story that changes the way I understand the world and myself, I want to talk to others about what it means. I want to proselytize and share the feeling of awe. If you read the article and feel the same emotion, it will bring us closer together.”

The New York Times.

Nick Bilton van The New York Times omschrijft het zo:

If someone approached me even five years ago and explained that one day in the near future I would be filtering, collecting and sharing content for thousands of perfect strangers to read — and doing it for free — I would have responded with a pretty perplexed look. Yet today I can’t imagine living in a world where I don’t filter, collect and share.

The New York Times.

Social media & the BBC

Dankzij sites zoals Facebook, Twitter is het aggregeren van interessante links pas echt doorgebroken. Zo is voor veel nieuwssites Facebook al de grootste bron van externe trafiek na Google. Sites zullen komen en gaan, maar het ‘delen’ zal blijven bestaan.

Omwille van die structurele verschuiving in het internetgebruik moeten journalisten bij de BBC zich ondertussen zich quasi verplicht verdiepen in social media.

“This isn’t just a kind of fad from someone who’s an enthusiast of technology. I’m afraid you’re not doing your job if you can’t do those things. It’s not discretionary”, he is quoted as saying in the BBC in-house weekly Ariel.

The Guardian.

Niemand heeft een idee hoe de redactie van de toekomst er echt gaat uitzien. Maar alle werkbare modellen gaan uit van een groter aandeel van geaggregeerde links die het eigen aanbod moeten complementeren.

Door de schaarste van de middelen zullen er meer en meer keuzes moeten worden gemaakt op de redacties in de verhalen die ze zelf maken. Do what you do best and link to the rest, zoals dat heet.

Er zijn bekende voorbeelden van onafhankelijke nieuwssites die al jaren doorgedreven linken, zoals The Huffington Post. Veel journalisten, en bij uitbreiding mediabedrijven, hebben daar vooroordelen over: 1. Aggregeren is volgens hen ‘stelen’; al is er wel iets te zeggen voor een soort richtlijn over citeren. 2. linken naar externe sites (en zeker al naar de concurrentie) is stom, want dan stuur je de bezoeker weg.

Links, met liefde verzameld

Maar ik vind The Huffington Post niet het beste voorbeeld. De Headlines van The Morning News zijn dat. Dat zijn links die met liefde zijn verzameld op nieuwssites, blogs, twitter, etc… Net zoals bij Google kom je iedere keer terug naar die site, om er weer van te willen worden gestuurd.

Ik ben er van overtuigd dat je niet goed kan aggregeren als je niet vertrouwd bent met social media; als je geen rist sites of personen volgt via RSS, Twitter, etc…

Het probleem is dat nog veel te veel journalisten social media, of het internet tout court, echt niet in de vingers hebben en zo’n zaken gewoon weg niet kunnen. (Ik zou er ook graag een stuk beter in willen zijn.) En dat hypothekeert niet alleen hun eigen carrière maar ook de toekomst van hun medium.

Nieuwssites blijven nog te veel doen alsof zij de enige site ter wereld zijn waar iets interessants op is te vinden. Dat is wereldvreemd. Miljoenen mensen delen links met elkaar, dat is geen leeg getetter. Het wordt tijd dat nieuwssites dat ook beginnen te doen.

The implied motto of every paper in the country should be: all the news that’s fit to link.

Steven Johnson

* Mijn meninkje over Google Buzz: Het is in de eerste plaats geen bedreiging voor Twitter of Facebook, maar vooral voor Microsoft (Windows Live) en Yahoo. Facebook is een ander publiek. En Twitter, dat is een soort protocol aan het worden. Het meest elegante aan Google Buzz is de manier waarop je naar een discussie kan linken. Iedere discussie heeft een permalink, zoals een discussie op een forum. Iets wat ik heel erg mis bij Facebook en Twitter.

§ Paperdoom

 

© Martin Gee

© Martin Gee

Paperdoom — The death of the print news media –, was een neologisme dat ik nog niet kende. Blijkbaar is het al een redelijk populaire term op del.icio.us.* Er is zelfs een tumblelog; Paperdoom — Chronicling the steady and growing drumbeat, sounding the death of the print news media, one depressing link at a time.

Amerikaanse — bij uitbreiding Westerse — kranten zijn al een tijdje in verval. Hun oplagecijfers, advertentie-inkomsten én winstmarges zijn fors gedaald. Het laatste jaar is er fors gesnoeid in het aantal pagina’s én in het personeelsbestand van verschillende Amerikaanse kranten.

Sommige waarnemers en experts blijven volhouden dat de problemen van de printmedia zich louter op economisch vlak situeerden: zware concurrentie van het internet bij advertentiewerving en bij de eye-balls, te grote personeelsbestanden (In de VS wordt een voorpagina-artikel gemiddeld bewerkt door 7 à 9 schrijvende redacteurs), etc…

Andere wijzen de, eh, content naar de vinger. Kranten en magazines zijn gewoon niet relevant genoeg meer voor bepaalde bevolkingsgroepen die op hun beurt voor adverteerders interessant zijn. What’s Really Killing Newspapers van het online-magazine Slate is zo’n analyse.

They’re no longer the best providers of social currency

Not that long ago, the daily newspaper was an indispensable coiner of social currency, and it gave its readers piles of the stuff in each edition. The phrase, which comes from sociology, is often used to describe the information we acquire and then trade—or give away—to start, maintain, and nurture relationships with our fellow humans.

Wat ben je met een krant waar in staat dat Christian Bale waarschijnlijk op zijn moeder heeft geslagen, als je het al anderhalve dag ervoor op Perezhilton.com kon lezen? Wat ben je nog met de recensies van Humo als je online op ontelbare sites je gading kan vinden? Wat ben je nog met de buitenlandkatern van de Vlaamse kranten als je hetzelfde nieuws en dezelfde analyses al een dag eerder kan lezen op nytimes.com, lemonde.fr, bbcnews.co.uk en economist.com? Etc…

Voorlopig blijft mijn werkgever dankzij haar aanpak — de Man bijt hond-aanpak, maar dan hyperlokaal — grotendeels gespaard van concurrerende nieuwe media. Er moet echter slechts één lokale en populaire Facebook-achtige website komen en ook mijn werkgever zal plots met een serieuze identiteitscrisis worstelen.

Hopelijk kunnen we die identiteitscrisis afweren door zelf zo’n on line gemeenschap uit te bouwen, zonder daarbij van ons traditionele publiek te vervreemden.

* Ik blijf op old school.

§ “Far more powerful than memory alone”

Nostalgia – it’s delicate, but potent. Teddy told me that in Greek, “nostalgia” literally means “the pain from an old wound.” It’s a twinge in your heart far more powerful than memory alone. This device isn’t a spaceship, it’s a time machine. It goes backwards, and forwards… it takes us to a place where we ache to go again. It’s not called the wheel, it’s called the carousel. It let’s us travel the way a child travels – around and around, and back home again, to a place where we know are loved.

Don Draper in Mad Men (S01EP13)

Ik heb een olifantengeheugen, maar ik ben slecht met herinneringen. En dat voor een historicus. Iemands wiens, eh, raison d’être niet zou bestaan zonder herinneringen. Het is gemakkelijk voor een mens om zaken te negeren of onophoudelijk op een flard te zitten sjieken. In beide uitersten ben ik bedreven.

Ongeveer een jaar geleden op een vrijgezellenavond nam de bruidegom in spe me bij mijn beide schouders vast. Eerst dacht ik dat hij first base probeerde te gaan. Lang verhaal; ik sta op zijn lijst. Het was overigens drie uur ‘s nachts, na een vat of drie. En dan nog ziet hij er frisser uit dan wanneer ik heel uitgeslapen ben, maar dit geheel terzijde. Ik weet dat je er vanaf ziet, maar het komt er op aan de goede dingen te onthouden en te koesteren.

Die er — voor wie meer dan een half woord nodig heeft — slaat op een stukgelopen relatie. Het is gemakkelijk om herinneringen te laten overschaduwen en te laten vergiftigen door zulke persoonlijke tragedies. Dan is nostalgie niets meer dan pain from an old wound.

Lange tijd heb ik omwille van er nostalgie afgezworen. Het leek me gewoon beter geen herinneringen te hebben en mezelf te verliezen in de waan van de dag. Maar dat is een armoedig bestaan.

Echt gestopt met onthouden ben ik echter nooit. Ik heb een drietal Moleskine-notaboekjes, en (geheel toevallig) evenveel blogs. Herinneringen in overvloed; maar geen nostalgie, geen zaken die far more powerful than memory alone zijn.

Ligt het antwoord in een nieuwe site, een nieuw notaboekje, of godbetert een nieuw gadget zoals een Filp Video of een digitale spiegelreflexcamera? Ik weet het niet, maar het zal veranderen.

Er staan te veel ik-’s, naar mijn goesting, in deze post. Dinsdag trek ik voor een weekje naar de Alpen, daarna zullen er hier opnieuw vooral nerdy Terzijdes staan.

July 21st, 2008  |  Published in § Blessay
Tags: , ,

§ 2007 in series

Vroeger hield ik mezelf voor dat ik niet veel televisie keek, en dat ik bewust keek. Dat ik met andere woorden geen uren zat te zappen. In 2007 heb ik bewust veel tv gekeken. Een overzichtje, in volgorde van, eh, goedheid:

Series die ik voor 2007 niet had gezien

  1. The Wire: The bigger the lie, the more they believe. – Bunk. Mijn favoriet seizoen hoofdstuk in David Simon’s epische reeks over Baltimore, blijft toch het derde seizoen.
  2. Entourage: Let’s hug it out bitch. – Ari Gold. Afgezien van de tweede helft van het derde seizoen en een paar zwakke afleveringen in het vierde seizoen, hebben de avonturen van Vincent Chase en zijn entourage in 2007 mij de meest amusante uren televisie bezorgd.
  3. House MD: De medische raadsels beginnen na een tijdje wel een beetje een verplicht nummertje te worden, maar het acteerwerk van Hugh Laurie maakt dat met verve goed.
  4. Friday Night Lights: Nooit gedacht dat een serie over een high school american football-team zo’n mooie televisie zou opleveren.
  5. 30 Rock: Have you ever been arrested? Once, at the 1976 Democratic National Convention. But it’s OK — I was there beating up hippies. – Jack Donaghy. Extreem grappige comedy-reeks over een late-night comedy show.
  6. Back to you: Een onderhoudende, maar niet uitmuntende comedy-reeks over de nieuwsankers op een Amerikaanse lokale zender. Het is met ‘Frasier’ van Frasier.

Series die ik voor 2007 al kende

  1. The Daily Show: Hey Iran, what are you doing? – Jon Stewart. Hors catégorie
  2. Battlestar Galactica, seizoen drie: de mid-season cliffhanger was niet zo fenomenaal als die in het tweede seizoen, maar globaal gezien was het derde seizoen een stuk beter.
  3. The West Wing, seizoen zeven: Het zevende en laatste seizoen geeft een mooie (en gefingeerde) blik achter de schermen van de campagne voor de presidentsverkiezingen.
  4. Lost, seizoen drie: Er zitten een paar afleveringen tussen waar de scenaristen volgens mij zelf de draad kwijt waren geraakt met hun myriades aan plotlijnen, maar de fenomenale ontknoping maakte veel goed.
  5. Will & Grace: Ik heb er nu al vijf seizoenen van gezien, en de reeks blijft extreem grappig.
  6. Studio 60 on the sunset strip: Een drama-reeks over een late-night comedyshow van de bedenker van The West Wing. Matthew Perry, Chandler van Friends, was er verrassend goed in, maar finaal vond ik het niet zo erg dat de reeks geschrapt werd.
January 13th, 2008  |  Published in § Blessay
Tags: , , ,

§ “And in the end, life’s pretty tolerable, isn’t it?”

Aan de 7 lezers van nijst.org. Wat hieronder staat, sla je misschien beter eens over. Een gewaarschuwd mens enz…

A few years ago it dawned on me that everybody past a certain age–regardless of how they look on the outside–pretty much constantly dreams of being able to escape from their lives. They don’t want to be who they are any more. They want out. (…)

Do you want out? Do you often wish you could be somebody, anybody, other than who you are–the you who holds a job and feeds a family–the you who keeps a relatively okay place to live and who still tries to keep your friendships alive? In other words, the you who’s going to remain pretty much the same until the casket?

There’s nothing wrong with me being me, or with you being you. And in the end, life’s pretty tolerable, isn’t it?

Douglas Coupland, The Gum Thief.

Soms, je moet het mij vergeven, draai ik graag eens rondjes rond mezelf. En dan stel ik mij vragen, veel vragen. En dan probeer ik vooral de top van de piramide van Maslow, zelf-ontplooiing, te bestoken. Nu, versta me niet verkeerd; ik zou heel graag écht kunnen filosoferen. Ik zou heel graag kunnen bewijzen dat er hier naast mij géén olifant loopt. Maar daarvoor is het raadsel, mezelf, veel te ijdel.

Bezit ik genoeg inzicht in het, eh, leven? Er zullen ongetwijfeld nog meer geprivilegieerde en twijfelende twintigers rond lopen met dezelfde, eh, existentiële vraag. Ik heb ongeveer twintig jaar op de schoolbanken gezeten. Daar moet ik toch iets van opgestoken hebben. Toch, als het er op aan komt, bega ik even grote stommiteiten en heb ik even weinig grip op het leven als de rest van de mensen.

Het gaat onder meer over het inzicht om uit een relatie te stappen wanneer die doodgebloed is en niet meer te reanimeren is. Of over het inzicht om te verhuizen wanneer je voelt dat je ergens begint vastgeroest te raken. Of over het inzicht om een job op te geven die je helemaal niet gelukkig maakt.

Rondom mij heb ik mensen van mijn leeftijd dit jaar zo’n beslissingen zien nemen. Ik weet niet of ik me op dit moment zoveel levenswijsheid kan toedichten, om een beladen term te gebruiken. Ik weet dat ik bang ben om op automatische piloot te leven.

Maar bang zijn om niet in de val te trappen, is nog iets anders dan die val te ontwijken.

Vergis je echter niet. Ik kijk er naar uit, ik kijk er enorm naar uit om in 2008 een beetje meer (werk)sleur in mijn leven te hebben. Deze emotionele ballast moest gewoon eens worden weggeschreven.

December 27th, 2007  |  Published in § Blessay
Tags:

§ Rickles’ Book

In “Rickles’ Book” vertelt de Amerikaanse komiek Don Rickles een zestigtal verhalen uit zijn leven. Rickles heeft als komiek opgetreden in nacht- en stripclubs met vaak leden van de mafia als publiek. Hij schrok er echter niet van terug om die maffialeden uit te dagen. Rickles’ zijn stijl bestaat er namelijk in om zijn publiek te beledigen. Hij heeft ook heel wat (B-)films op zijn naam staan. Het boek is niet zo keihard grappig als ik had gehoopt.

Mijn verwachtingen waren dan ook misschien iets te hoog, nadat ik van hem het volgende interview met Jon Stewart had gezien:

En in zijn boek vertelt hij dezelfde verhalen, maar dan mis je eigenlijk de helft van de fun; zijn mimiek en acte de presènce.

December 20th, 2007  |  Published in § Blessay
Tags: , , , , ,

§ U was geweldig in 2007

Eigenlijk begon 2007 voor mij nu ongeveer dag op dag, een jaar geleden. Ik lag heel dicht tegen mijn toenmalige vriendin op onze studio. Morgen ga ik terug naar huis. Om te denken. Over ons., zei ze.

Ellenlange mails en ettelijke gsm-kaarten later, vertaalden die drie zinnetjes zich in een halflege studio op oudejaar. Die avond, de weken en maanden erna, ben ik een paar keer gestorven.

Ze zeggen dat je van alle miserie, die je overleeft, sterker wordt. Ze zeggen dat je niet de enige bent. Ze zeggen zoveel.

Wat ik enkel weet is dat ik het hele jaar heb gezweefd tussen ontkenning, woede, marchanderen, depressie en aanvaarding. Was er in 2007 een wereldkampioenschap zelfmedelijden, dan had ik dat met verve gewonnen. Ik, en niet één van die slachtoffers van de Soedanese genocide. Ik, en niet één van die gehandicapten die in China kolen opgraven. Ik, en je snapt ondertussen al waar ik het over heb.

Ik was dus niet echt geweldig in 2007. Geweldig waren mijn familie, mijn vrienden, en nog een hele rist aan kennissen en tijdelijke collega’s. In het bijzonder mijn vader, gehard door het leven op de buiten en geleerd iedere blijk van emotie te verbijten, die opeens zegt dat hij er serieus van afziet dat ik serieus afzie. Rechter uit het hart kan dat niet komen.

En weet je, eigenlijk was 2007 nog zo slecht niet.

Het begon met een zot interessant weekend waar ik proffen van Harvard en Cambridge heb geëntertaind over gerechtelijke achterstand in het 19de eeuwse België. En waarbij ik in hun gezelschap in de zaal heb gegeten waar men in 1992 het verdrag van Maastricht heeft getekend.

Ik heb mijn eerste echte interview als stagiair afgenomen van minister Freya Van Den Bossche over waarom ze een verlenging van het ouderschapsverlof voorstond. Bij de federale verkiezingen heb ik zelf een steentje bijgedragen aan de bestuurlijke chaos door op een senaatslijst 600 stemmen te vergaren.

Tijdens mijn zomerstage heb ik bijna tien edities na elkaar een openingsartikel van de rubriek Politiek & Economie geschreven. Ik heb op Hertoginnedal op drie meter van Yves Leterme gestaan toen hij zei dat het meeste wel tegen 15 augustus in kannen en kruiken zou zijn. Bij een interview met Vlaams minister van Onderwijs en Werk Frank Vandenbroucke heb ik een uur lang met mijn mond vol tanden gestaan. Veruit de meest leerzame ervaring uit mijn stages.

En in nog geen drie maanden na het afstuderen heb ik niet één keer, maar twee keer fantastisch™ werk gevonden. Dat was er eigenlijk een beetje over. Ik heb een beetje met pijn in het hart moeten kiezen.

Maar, belangrijker nog. Ik heb in Mexico Eveline zien trouwen met haar ware David. Daarna is er een redelijk fenomenale Spring Break!-vakantie aangebreid. Ik heb een gezellig appartement gevonden, met twee oude bekenden als flatgenotes. Op het huwelijksfeest van Wouter en Melissa heb ik staan dansen en staan hopen dat er nooit een einde ging komen, aan dat zot feestje en aan hun huwelijk natuurlijk. Samen met een stuk of wat echte vrienden ben ik in de zomer een uurtje verdwaald geweest op een Alpentop. Ik heb zowat mijn halve vriendenkring verslaafd gemaakt aan Entourage en daardoor heb ik er al een stuk of tien Entourage-marathons met hen op zitten.

Daarom, ik ben er zeker van, wordt 2008 mijn jaar. Voor mezelf. En voor jullie.

Want jullie waren geweldig in 2007.

I would say hug it out, but I don’t want you drawing wood.

December 17th, 2007  |  Published in § Blessay
Tags: ,

§ ‘Managing Humans’

Managing Humans van Michael Lopp leest zeer aangenaam voor een ‘management-boek’ en blijft ver weg van het nonsens dat sommige management-goeroes al eens durven uitkramen. Het is dan eigenlijk ook geen ‘echt’ managementboek, het is meer een gestructureerd relaas van de ervaringen van een programmeur die onder meer bij Borland, Apple en Netscape heeft gewerkt. Rond pagina 130 heb ik even moeten doorbijten, maar anders leest het extreem vlot.

De volgende halte: The Gum Thief, van Douglas Coupland.

Op de achterflap van ‘Managing Humans’:

This book is based on the idea that we learn by doing, and during the past two decades in the Silicon Valley, I’ve done a lot. I’ve yelled, I’ve watched bright people leave successful companies for no good reason–but mostly, I’ve learned that management isn’t a science, it’s an art.

Sommige hoofdstukken in zijn boek zijn gebaseerd op blogposts. Een kleine bloemlezing:

Dat laatste hoofdstuk zal ik binnen de drie weken in de praktijk kunnen omzetten, want ik heb werk!

Echt werk!

Als journalist!

Als internetnerd!

December 15th, 2007  |  Published in § Blessay
Tags: , , ,

§ Wat er in DS had moeten staan

In the interest of full disclosure: Ik heb vorig jaar journalistiek gestudeerd met Kristof Hoefkens. We hangen niet wekelijks met elkaar aan de telefoon, maar ik weet dat hij serieus met zijn vak bezig is. Welke karaktereigenschappen er op basis van zijn analysestuk ook aan hem worden toegedicht.

Update: dt-fout en spellingsfout er uit gehaald. Onderste disclaimer uitgebreid met stukje over uzegt.be

Dat houdt mij echter niet tegen om op het internet met de wolven mee te huilen. Dus without further ado Your senior web molester correspondent* met zijn 2 cents over achterop hinkende Vlaamse bloggers.

Liefste Dagboek (m, v)

Waarom Vlaamse bloggers niet op de publieke opinie wegen

  • In Vlaanderen zijn ze nog altijd niet zo zot als in de Verenigde Staten.
  • Ik ben het nieuw lief van Tom Boonen.
  • Wie Kristof Hoefkens zijn artikel echt heeft gelezen, snapt de zin en onzin van bullets.

Read the rest of this entry »

December 14th, 2007  |  Published in § Blessay
Tags: , , , , , , , ,

§ The New New Thing : Hebzucht in het kwadraat

This book is about a search that occurs on the frontiers of economic life. (…)

As it turned out, the main character of this story had a structure to his life. He might nog care to acknowledge it, but it was there all the same. It was the structure of an old-fashioned adventure story.

His mere presence on a scene inspired the question that propels every adventure story forward: What will happen next? I had no idea. And neither, really, did he.

Michael Lewis, bekend van Liar’s Poker, heeft het in dit fragment over internetpionier Jim Clark in The New New Thing. Lewis zijn boek is goed, maar las iets minder vlot dan Liar’s Poker. Dat is vreemd want nu ging het over de dotcom-zeepbel in de jaren ’90 terwijl Liar’s Poker over de eerste excessen met herverpakte hypotheekkredieten op Wall Street ging.

The New New Thing komt af en toe ook ietwat gedateerd over door de nieuwe internethausse waar sites als Youtube en Facebook miljarden waard zijn.

Toch blijft het een waardevol boek. Het beschrijft de mentaliteit van één van de eerste internetondernemers die echt Larger than life dachten en de Amerikaanse economie transformeerden.

Jim Clark genoot in de jaren ’90 al naam en faam door zijn baanbrekend werk bij Silicon Graphics. Hij verliet die post echter en ontwikkelde met Netscape, een van de eerste internetbrowsers. Daarna smeet hij zich op programma dat komaf zou maken met de bureaucratische papiermolen in de Amerikaanse gezondheidssector.

Wat mij opvalt is de gigantische hebzucht die Jim Clark motiveerde. Hij droomde niet van een return van 100 procent maar van 1000 en meer procent. Daarvoor nam hij enorme risico’s en lanceerde hij zijn bedrijven vaak in het wilde weg, zonder een echt businessmodel en zelfs zonder product.

Een andere grote motivator was zijn afkeer voor managers en financiers. Het grote probleem in Silicon Valley waren de durfkapitalisten die voor hun investeringen te veel invloed kregen in de bedrijven. Clark weigerde zich te onderwerpen aan de wil van durfkapitalisten en schrikte er ook niet voor de winsten van die durfkapitalisten af te romen door hen slechts kleine participaties te gunnen. Ingenieurs/programmeurs zoals hij creëerden de meerwaarde, niet de durfkapitalisten.

De meerwaarde van dit boek ligt vooral op dat vlak: de beschrijving van het karakter van Jim Clark. Een ingenieur die bijna drie keer miljardair (in Belgische franken) werd in de jaren ’90. Een echte geschiedenis van de eerste dotcom-zeepbel is het niet.

December 3rd, 2007  |  Published in § Blessay
Tags: , , , , ,

Filmpjes

Recente items


Foto's

www.flickr.com

Over mezelf

Welkom op de persoonlijke website van Stijn F. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit Gent. Daarna volgde ik de Masterclass Journalistiek aan de Erasmushogeschool Brussel waar ik stage liep bij Knack en bij De Tijd. Nu werk ik als internetredacteur.

Contact: stijnf apenstaart gmail punt com

Vroeger was ik beter