≈ Terzijdes

≈ Obstakels voor een context-gerichte nieuwssite

Stijn Debrouwere schetst in Hoe ik het nieuws graag zou lezen zijn ideale nieuwssite. Een die de waan van de dag loslaat en die de gebruiker toelaat het nieuws te begrijpen en te kaderen in plaats van het domweg over zich heen gestort te krijgen.

Het komt zeker in de buurt van mijn ideale nieuwssite

Veranderen hoe we een nieuwswebsite structureren en opbouwen draait net om meer doen met minder. Je laat je inhoud niet éénmaal renderen (op de dag van publicatie) maar drie of vijf of tien keer, als deel van databanken, van tijdslijnen, van interactieve kaarten, van achtergrondverhalen en topic pages.

Maar omm daar te raken moeten er nog veel obstakels worden overwonnen. Onder meer:

Bij journalisten

  1. Stijl. Journalisten zijn gewend om te schrijven en te denken in klassiek geworden formats als oprolbare nieuwsbericht, het interview, de reportage etc…

    Het schrijven van een topic-pagina à la Wikipedia is een genre apart, en valt niet te vergelijken met het schrijven van een achtergrond-artikel.

    Kijk overigens maar eens hoe veel moeite hebben sommige journalisten met het concept ‘bloggen’. Dat heeft vaak meer weg van een langgerekte monologue intèrieur.

  2. Vooroordelen. Ze zullen het niet altijd willen toegeven, maar de veel printjournalisten geloven eigenlijk dat er geen serieuze journalistiek mogelijk is op het internet.

    Ze kunnen zich nog net verzoenen met een model waar de site van het medium wordt gebruikt om inhoud te teasen of een primeur niet door een concurrent te laten inpikken.

    Maar in hun ideale wereld lees je de eerste feiten online, de duiding en analyse lees je in de print.

  3. Tijd en discipline om in metadata en relaties te denken. Alle journalisten houden van verhalen vertellen, maar daarvoor zijn ze nog geen fan van metadata.

    Uit eigen ervaring weet ik hoe moeilijk het is journalisten te overtuigen van de voordelen van (eenvoudige) metadata; zoals de plaats waar een gebeurtenis zich afspeelt.

    Bij topic-gerichte journalistiek moet ze niet alleen metadata ingeven, ze moeten ook meedenken. “Moet ik dit niet in een apart item gieten. Hoe koppel ik dit aan elkaar?” Al die zaken vergen tijd en discipline. Journalisten hebben nu niet bepaald tijd over.

  4. Het concept. De mentale switch die je moet maken bij topic-gerichte journalistiek is wellicht het grootste obstakel.

    Een topic-pagina is nooit ‘af’, vandaar dat Google haar experiment Living Stories heeft genoemd of de hyperlokale Amerikaanse startup TBD zichzelf omschrijft als een daad van continous journalism:

    The traditional news culture is that you don’t publish or broadcast a story until all the questionas are answered, all the t’s crossed and i’s dotted. (…) But TBD will never be a finished product. (…) We’ll always be in motion: constantly updating, improving and evolving; seeking more details, reaction or community conversation.

    (De site is er nog niet, maar het ziet er naar uit dat TBD voorlopig met een blog-achtige format zal werken.)

    Nu is het vaak zo dat journalisten een stuk laten ‘rusten’ omdat het nog niet ‘af’ is. Bij topic-gerichte journalistiek valt die afweging grotendeels weg.

    De meeste journalisten zijn overigens gewend stuk na te stuk produceren, zonder echt na te denken hoe al de elementen uit hun stukken zich tot elkaar verhouden. Tekstkakkers, zoals men zichzelf al eens durfde te noemen op mijn vorig werk.

    Online journalistiek wordt bovendien vaak gezien als een soort psychedelische vorm van printjournalistiek; nerveus en chaotisch. In die verengde visie gaan journalisten er van uit online journalistiek van hetzelfde laken een broek is. Printjournalistiek op speed.

    Maar dat is het net niet, online journalistiek kan een veel rijkere vorm van journalistiek zijn. Als je het toelaat.

Voor alle duidelijkheid, zelf ben ik naar mijn goesting nog te verwijderd van de juiste mindset om dergelijke journalistiek goed te kunnen doen.

Nieuwe versus verouderde informatie

Nog meer dan bij een traditoneel nieuwsbericht zal er op een topic-pagina een spanning aan de oppervlakte komen; die tussen de ‘nieuwe’ en de ‘oude’ (maar nog relevante) informatie. Het is het read-state probleem dat voor iedere gebruiker, van een leek tot een expert, kan verschillen.

Bij het tradtionele, korte (en goedgeschreven) nieuwsbericht — dat voorlopig het gros van de journalistieke productie bedraagt op nieuwssites — is er eigenlijk vooral ‘nieuwe’ informatie, of ze is toch direct herkenbaar.

Ongeacht of je het stuk nu echt begrijpt of niet. Je kan direct het ‘nieuws’ ontwaren, dat wat in de titel en in de inleiding staat. Zo zijn we geconditioneerd geraakt omdat de berichtgeving meestal hetzelfde stramien volgt.

Bij een topic-pagina ligt dat al veel moeilijker. “Wat is er bijgekomen, heb ik dit al gelezen, etc?”, dat zijn de vragen die je je bij een topic-pagina stelt.

Zo’n universeel concept als het oprolbaar nieuwsbericht, is er nog niet voor een topic-pagina.

De manieren waarop topic-pagina’s dat verschil nu proberen aan te duiden, vallen uiteen in enkele typen:

  1. Verrijkte tagpagina’s. Tagpagina’s met 1 of 2 inleidende artikels er boven, zijn nu de meest voorkomende vorm van topic-pagina’s. En eigenlijk is dat steeds een beetje van een zwaktebod. In feite worden alle artikels die een beetje over hetzelfde thema gaan op 1 pagina gedumpt, zonder al te veel context. Het succes van zulke tag-pagina’s hangt af van de kwaliteit van het inleidende artikel.
  2. Tijdslijnen. Google’s Living Stories en een item zoals dat van Propublica over het politiegeweld in de nasleep van de orkaan Katrina in New Orleans, maken gebruik van een tijdslijn om de verschillende feiten in een verhaal te ordenen. Dat werkt tot op een bepaald niveau, maar een te gedetailleerde tijdslijn schrikt af en schiet zijn doel voorbij.

    Het centrale content type in Living Stories zijn events. Aan die events kan je prioriteiten toekennen en enkel de hoogste prioriteit komt terecht op de tijdslijn (de rode draad doorheen Living Stories). Maar zoiets werkt slechts tot op een zeker niveau.

  3. Wikipedia. Bij een traditioneel Wikipedia-artikel is de structuur min of meer de volgende: Je hebt een inleiding die zo goed mogelijk het onderwerp probeert samen te vatten en bij updates wordt daar ook al kort het ‘nieuws’ vermeldt. Daarna wordt meestal thematisch gewerkt. Bij een persoon; carrière, bio, etc… Voor een belangrijke gebeurtenis in het leven wordt er meestal een apart onderdeel gemaakt.

    Dat format werkt zeer goed voor een leek. Voor een expert die het onderwerp volgt en waarvan we hopen dat die regelmatig die pagina bezoekt, is het omslachtig voor hem om uit te maken wat nieuws is.

Bij topic-gerichte journalistiek moet je er dus in slagen aan te duiden wat er ‘nieuw(s)’ is voor de gebruiker en dat terwijl de hoeveelheid informatie waaruit de gebruiker het nieuwe voor zichzelf moet filteren substantieel is vergroot.

Bovendien is de drijfveer van de gebruiker altijd om zo veel mogelijk relevantie informatie te verwerken op een zo efficiënt mogelijke manier.

Een slecht opgebouwde topic-pagina kan zowel een leek als een expert afschrikken. En dan zijn we terug bij af.

Facebook

Ik denk dat er nog steeds geen bevredigende oplossing is gevonden voor het converteren van leken naar ‘fans’, experts, etc… die een topic-pagina blijven volgen.

Ik heb al eens een lans gebroken voor de manier waarop versiebeheersystemen zoals GitHub werken.

Het is een elegant model waar je met korte commits kan laten weten hoe je het hoofddocument hebt aangepast. Een topic-pagina zou eigenlijk op dezelfde manier moeten werken.

Maar misschien moeten we nog een beetje verder gaan.

Als we trefwoorden verlaten en uitgebreidere taxonomiën beginnen uit te werken, kunnen we misschien naar het volgende model gaan:

Dit is een pastiche van The Atlantic op Facebook. Stel je eens voor dat je een activiteitenfeed hebt op je site. Een die niet gewoon aanduidt welke artikelen online zijn verschenen, maar een die op een gedetailleerdere manier aanduidt wat er met het nieuwsfeit, persoon, land, etc… aan het gebeuren is. Met updates die steeds terug verwijzen naar de topic-pagina. Zou dat geen nieuwssite zijn die je keer op keer zou bezoeken?

Facebook gebruikt een verschrikkelijk efficiënt model, de newsfeed, om jou en je vrienden in te lichten over elkaars doen en laten. In zo weinig mogelijk tijd verwerk je gigantisch veel informatie.

En dat is net wat je met topic-gerichte journalistiek probeert te bereiken. Je wil iedere leek boeien, de vrees wegnemen dat het allemaal veel te ingewikkeld is en er een expert van maken die het onderwerp op de voet kan volgen op jouw website.

May 24th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

≈ De iPad-strategie

Als je de vele geruchten en berichten mag geloven dan is zowat iedere uitgever zich op dit moment dubbel aan het plooien om zo zo snel mogelijk hun krant of magazine in app-vorm te klaar te stomen voor de iPad.

En dat is eigenlijk bijzonder risicovol:

  1. Apple roomt 30 procent af bij de verkoop van apps en nog eens een fors percentage bij het gebruik van hun ‘iAds’. Uitgevers hebben ook veel te weinig controle hebben over hun app in vergelijking met hun website.
  2. Het aantal iPad’s zal al bij al meevallen. Zeker in het licht van het aantal computers en smartphones.
  3. De browser op de iPad zal de grootste concurrent zijn van de meeste apps.
  4. Dat andere tablets wellicht ook met andere standaarden zullen werken voor eventuele app-stores. Bij het volgende platform zullen uitgevers dus quasi van nul moeten herbeginnen. Sites, zoals bv. Pictorymag en The Bold Italic, zullen er op elk platform min of meer hetzelfde uitzien zonder al te veel moeite.

En toch hopen veel uitgevers dat iPads, andere tablets en e-readers hun businessmodel van algemene informatie die grotendeels betalend is, kan redden.

En dan vraag je je af waarom? Waarom verbinden uitgevers hun lot aan een gadget en aan een platform waar ze eigenlijk te weinig vat op hebben en het bovendien niet zeker is of gebruikers hun browser zullen inruilen voor een app?

Volgens mij heeft het met het volgende te maken:

  1. Het is een gadget. Ik heb volwassen mensen, ook journalisten, met kinderlijke verbazing en verwondering een iPad — een rechthoekig stuk alminium en glas — zien aanraken. Dat zal bij veel gebruikers niet anders zijn.
  2. Het oogt vertrouwd. Toen Steve Jobs de iPad voorstelde, stelde hij die voor terwijl hij in een sofa zat. Vervang de iPad door een krant of een magazine, en het is aloude, vertrouwde beeld.
  3. Apps kunnen er hetzelfde uitzien als print-producten. Nog een vertrouwd beeld (voor uitgevers) is dat je met apps het concept en de gebruikerservaring van de print kan imiteren. Apps van The New York Times en The Wall Street Journal hebben meer weg van de print dan van een website. Ze zijn ook eindig. In een browser kan je doorklikken tot in het oneindige. In een app zal je sowieso ooit eens door de artikels van de krant of het magazine zijn. (Tenzij de app een ingebouwde browser heeft.)
  4. Website versus app. Apps zijn doorgaans rensponsiever en kunnen meer de mogelijkheden van het platform uitbuiten dan de website die in de browser wordt vertoond.
  5. Comfort. Het is een aantrekkelijk idee om gewoon je volledige magazine- en krantencollectie op een tablet te hebben in plaats van die papier te moeten meezeulen.
  6. Apple-account. Ik verbaas mij telkens over het gemak waarmee je op de iPhone/iPod Touch voor of binnen apps kan betalen. Of je nu Tweetie for iPhone koopt, Instaper Pro of een editie binnen de app van Esquire; je moet enkel nog eens het(zelfde) wachtwoord ingeven en binnen de spreekwoordelijke minuut ben je vertrokken. De meeste mensen hebben veel meer koudwatervrees om hun adres- en bankgegevens toe te vertrouwen aan een nieuwssite of andere sites. Bovendien is het registratie- en betalingsproces er vaak veel omslachtiger.

Die gebruiksvriendelijke manier van betalen is volgens mij het belangrijkste punt waarom de iPad zo aantrekkelijk is voor uitgevers.

Ik denk dat heel veel van het gedrag van apps zal kunnen worden geëmuleerd met html, css en javascript. Maar het gemak waarmee je micropayments doet binnen een gesloten platform als de app-store, is moeilijker te imiteren.

Zelfs al mochten Vlaamse uitgevers tot een gezamenlijke standaard voor registraties en betalingen komen en je met dezelfde login een artikel of dagpas op de verschillende nieuwssites zou kunnen kopen, dan nog is de handicap tegenover een gesloten platform als de app-store niet weggewerkt.

Daar kan ik met 1 login alles kopen.

Innovatie zonder inkomsten uit de print te verliezen

Los van het feit of de app kwalitatief genoeg zal zijn, zit er toch nog een vreemde kronkel in de redeneringen

‘Het is echter niet onze bedoeling een verschuiving van print naar digitaal in de hand te werken. We willen de lezer niet de ene of de andere richting uitduwen.’

De Standaard.

E-readers en andere tablets zijn de toekomst, maar eigenlijk willen we niet dat lezers massaal hun printabonnement inruilen voor een iPad-abonnement. Dat is eigenlijk wat de meeste uitgevers zeggen.

Vandaar ook de reden waarom de meeste uitgevers het afgelopen jaar de handrem hebben opgezet bij het doorplaatsen van print-artikels op de gratis toegankelijke onderdelen van hun sites.

Misschien zitten uitgevers gewoon in fase 3 — onderhandelen — van het rouwproces, maar een digitale transitie zal niet anders dan een vermindering van de inkomsten uit de print betekenen. Innovatie is immers creatieve destructie.

Enkele jaren geleden was de iPod mini de best verkopende mp3-speler van Apple. Steve Jobs schrapte de lijn volledig en introduceerde de iPod Nano.

Willen lezers wel de krant lezen op de iPad?

Je gaat de krant kunnen lezen in min of meer dezelfde vertrouwde vorm zoals je hem nu al kunt lezen op papier ( of in het pdf-formaat op de site). Op die manier zullen de apps gemarketed worden.

Maar willen lezers dat wel? Op een tablet zijn ze slechts een seconde verwijderd van hun browser waar ze de site van de krant kunnen oproepen, of die van een concurrent.

“We hadden de lezer nooit gewend mogen maken aan gratis informatie”, klinkt het vaak bij uitgevers. Misschien wel. Maar eigenlijk doet dat er niet toe. De echte sea change is dat lezers door het internet een compleet ander verwachtingspatroon hebben: Dat van ‘Nu’.

Als bezoeker van een nieuwssite wil je ‘nu’ (en zo efficiënt mogelijk) weten hoe zit het met de verkiezingscampagne. Online wil je ‘nu’ weten op hoeveel maitresses de teller van Tigers Woods staat. Online wil je ‘nu’ weten hoe het er aan toegaat in De Ronde van Frankrijk.

De tolerantie voor (licht) verouderderde en onvolledige informatie is sterk verminderd bij gebruikers. Hoe uitgevers daar mee omspringen bij het ontwerpen en verkopen van hun iPad-apps zal bepalend zijn voor het succes van hun e-readerstrategie.

May 16th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes

≈ En het internet heeft dat allemaal kapot gemaakt

Weet je nog, de jaren ’90? Toen cd’s nog 900 frank kostten, Humo en Stubru u vertelden wat cool was en het leven als tiener niet gemakkelijker kon zijn door sociale druk: je luisterde of naar hiphop, of naar rock, of naar house, etc…

Toen je wel 2 keer nadacht bij het kopen van die cd van Sting omdat die wel erg ging opvallen tussen uw cd’s van The Beastie Boys? Neen, je moest dat stiekem doen.

En nu kom je zoiets geregeld tegen:

Sting, Lady Gaga, Elton John, Shirley Bassey, Debbie Harry en Bruce Springsteen die Don’t stop believin van Journey coveren.

Ik heb geen doctoraat in, eh, de appetijt van het publiek naar muzikale samenwerkingen over de genres heen, maar soms denk ik dat het internet — met zijn mashup-cultuur en waar iedere genre slechts een muisklik is verwijderd — dat hokjesdenken compleet kapot heeft gemaakt.

Het moet nu tegelijkertijd angstaanjagend en geweldig zijn, om een eigen smaak te ontwikkelen als tiener. Er zijn te veel dingen om cool te vinden.

Het internet heeft dat allemaal kapot gemaakt, en dat is geweldig.

May 14th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

≈ Snel Facebookstatistieken van een URL opvragen

Ik hoop keihard dat er een elegantere oplossing voor bestaat, maar soms wil je gewoon snel de Facebookstatistieken weten van een URL. Daarom heb ik snel een bookmarkelet gemaakt.

Sleep deze link naar uw browser toolbar.

Dan krijg je xml die in de meeste browsers automatisch in een soort code-view wordt getoond.

Enfin, iemand die echt kan programmeren, zou er een deftige bookmarkelet van kunnen maken.

Update: Je moet dus een bookmark toevoegen met de code: javascript:window.open(‘http://api.facebook.com/restserver.php?method=links.getStats&urls=’+location);void(0)

Maar de oplossing van Mathias Bynens is beter: http://mathiasbynens.be/demo/facebook-link-stats?q=http://www.google.com/ Merci!

May 6th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags:

≈ Hoe ik meer slaap door Twitter

Vanavond ga ik quizzen met ex-klasgenoten uit het middelbaar, een traditie die al bijna tien jaar standhoudt. En ik weet nu al dat het frustrerend gaat zijn, ongeacht hoe goed of slecht we scoren. Omdat ik niet op antwoorden zal komen. Antwoorden waarvan ik weet dat ik ze weet.

Het houdt me wakker ‘s nachts. Ik kan niet in slaap vallen vooraleer ik nog eens door Netnewswire en Tweetie heb gebladerd of mijn boekenachterstand een hoofdstuk of 3 probeer in te korten. Er zijn veel mensen zoals mij:

3. Real geeks can’t stop doing and thinking what they’re doing and thinking. Remuneration for it does not really enter the equation and holidays do not switch it off.

Belle De Jour.

Rusten dat zit dus niet in mijn karakter. En daar schuilt een gevaar in.

Enkele jaren geleden heb ik heb al eens perioden gehad in mijn leven waar ik door allerhande redenen echt niet kon slapen, weken aan een stuk. Die mentale en fysieke uitputting wil ik nooit meer meemaken.

Afgelopen zomer voelde ik het weer aankomen, dat ik bijna op mijn tandvlees zat om de simpele reden dat ik mezelf te weinig rust gunde.

Toen heb ik vanalles geprobeerd. Veel vroeger in bed kruipen, alle boeken en elektronica uit mijn slaapkamer bannen, in de vooravond sporten zodat ik zeker moe was, enkel nog lichte maaltijden eten en geen volledige zakken chips meer binnenspelen (stresseter). Ik heb de grens getrokken aan stille nacht thee. (Toch bedankt, mama.)

Maar dat hielp allemaal niet. De kwaliteit en de duur van mijn slaap verbeterde niet, ik liep er ambetant van dat ik zo weinig kon lezen en ik voelde me nog altijd moe.

En dan ontdekte ik your.flowingdata na het lezen van enkele artikelen uit Wired over personal metrics. Hoe gaat dat in zijn werk?

Je volgt @yfd op twitter, je logt in op your.flowingdata.com en dan stuur je direct messages op deze manier:

d yfd slept 6 hours at 6:20

Your.flowingdata haalt dat op uit Twitter. Standaard zijn de dashboards met je data privé. Eventueel kan je aparte pagina’s aanmaken die open staan voor iedereen.

Your Flowing Data Dashboard

De reden dat ik het nu post, is omdat een van die Wired-journalisten nu ook in The New York Times Magazine heeft geschreven over personal metrics.

We make decisions with partial information. We are forced to steer by guesswork. We go with our gut. That is, some of us do. Others use data.

En door dat te lezen heb ik me gerealiseerd, hoe goed het werkt. Hoe het tracken van enkele variabelen dankzij de Twitter-integratie mij slechts enkele minuten per dag kost en al zeer snel rendeert.

En het tracken op zich, is precies al genoeg. Omdat ik mij er van bewust van ben hoeveel ik nu echt slaap. Ik durf nog wel eens te weinig slapen.* Maar omdat ik het constant monitor, ga ik er veel gedisclipineerder mee om en compenseer ik veel sneller mijn gebrek aan slaap.

Als je ergens een of ander doel hebt, eender wat: Track het via your.flowingdata met Twitter. Het werkt.

* Minder dan 5 uur.

May 1st, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , ,

≈ Bill Gates over Facebook

Bill Gates over Facebook:

I had like 1,000 people a day from the Philippines wanting to be my friend. I couldn’t say ‘no’ quickly enough; I love everybody in the the Philippines, but I thought it’d be strange if I had all those 13-year-old girls signed up as my friend. Facebook wasn’t working for me, and then they came up with a different format, where you can have ‘fans’ so it’s asymmetric. So that was a big help.

Even verder in het interview heeft hij het ook over de iPad en de teloorgang van onderzoeks- en buitenlandjournalistiek.

May 1st, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , ,

≈ Frugal innovation

The Economist heeft een uitstekend special report over innovation in emerging markets. Opkomende economieën zoals India of China willen zich niet alleen beperken tot de rol van werkplaats van de wereld. Er wordt er ook massaal geïnvesteerd in onderwijs en R&D. Veel van die initiatieven zijn gericht op frugal innovation; waarbij ze vertrekken vanuit de noden vanuit hun armste inwoners.

Een Chinees verdient gemiddeld 3500 dollar per jaar, een Indiër gemiddeld 1000 dollar. Voor die landen moet je geen dure luxe-auto produceren, maar een auto zonder franjes zoals de Tata Nano die slechts 2200 dollar kost.

Het stopt niet bij het ontwikkelen van een goedkoper product:

Frugal innovation is not just about redesigning products; it involves rethinking entire production processes and business models. Companies need to squeeze costs so they can reach more customers, and accept thin profit margins to gain volume.

The Economist.

Uitgevers hebben nood aan frugal innovation bij de transitie van print naar online. Het internet heeft hun verzadigde, maar zeer winstgevende sector opeens herschapen in een emerging market. Hun lezers die honderden euro’s per jaar betaalden neerlegden voor hun product, hebben er online slechts een habbekrats voor over.

Clay Shirky alludeert in zijn blogpost Collapse of Complex Business Models op frugal innovation:

Among the rules of thumb she offers for building in that environment is this: “If you want something to be 10 times cheaper, take out 90% of the materials.” Making media is like that now except, for “materials”, substitute “labor.”

Shirky heeft geen goed oog in de (meeste) plannen voor informatie die betalend is op het internet. Omdat deze gedachte er achter zit:

“Web users will have to pay for what they watch and use, or else we will have to stop making content in the costly and complex way we have grown accustomed to making it. And we don’t know how to do that.”

And we don’t know how to do that.

Best wel deprimerend eigenlijk.

April 18th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

≈ Gezocht: Huisgenoten, part deux

Zoals ik al heb gezegd; mijn huisgenoten, eh, verhuizen van de zomer. Gelukkig blijven ze een beetje in de buurt wonen, zodat we elkaar nog geregeld gaan zien.

Dus even mijn post recapituleren van vorig jaar:

Ik woon in een appartement in de buurt van Gent Sint Pieters, in de Koning Albertlaan. Het is ongeveer 5 minuutjes wandelen naar het station. Op Flickr vind je enkele oudere foto’s.

Ik ben op zoek naar minstens 1, hoogstens 2 nieuwe mensen. Bij voorkeur mensen met een vaste job van rond de 25.

De huishuur en alle kosten komen op ongeveer 800 euro per maand. Voor 2 personen is het dus ongeveer 400 euro in de maand. Het is een contract voor 1 jaar en loopt vanaf augustus.

De maandhuur en kostenforfait per persoon komen op 265 euro. Als ik de andere kosten er bij reken, heb ik in 2008 en 2009 ongeveer 280 euro per maand betaald. Er is (draadloos) internet van dxadsl (75 gigabyte per maand).

Het is een (dak)appartement (overal vast tapijt) met 2 — vrij ruime* — slaapkamers, 1 kleine slaapkamer, ruime living, apart toilet en badkamer met ligbad/douche, een keuken met elektrisch kookvuur en een berging/bureau’tje.

Mensen die interesse hebben, mogen altijd mailen naar stijnf apenstaart gmail punt com.

*Definitie van ruim: Er is plaats voor een 2-persoonsbed, een gewone klerenkast en een bureau. Maar dan gaat je kamer toch al rap vol komen te staan.

April 13th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: ,

≈ Five Guys Burgers and Fries

Burgers bij Five Guys in Georgetown

Via Kottke.org op een interview gestoten met stichter Jerry Murrel van The Five Guys hamburgerketen. De keten haalt een omzet van 483 miljoen dollar.

De man hamert op quality control en geeft het personeel van goede vestigingen voor miljoenen dollars aan bonussen:

We try to make the kids feel ownership in the company. Boys hate to smile. It’s not macho. And it’s definitely not macho to clean a bathroom. But if the auditor walks in and the bathroom isn’t clean, that crew just lost money. Next thing he knows, the guy who was supposed to clean the bathroom has toilet paper all over his car and a potato in his tailpipe.

Ik raad iedereen aan die naar de VS gaat, eens een hamburger te bestellen bij Five Guys. Toch redelijk veel authenticiteit voor zo’n grote keten. En de hamburgers zijn ongelofelijk lekker.

April 13th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

≈ Het El Dorado van iPads en paywalls

Het is weer zover. Het De zoveelste mededeling dreigement dat nieuws binnenkort niet meer gratis zal zijn. Waarom deze keer?

Omdat Le Monde, The Times en The Sunday Times, kranten zoals The Wall Street Journal binnenkort vervoegen met een paywall en omdat uitgevers denken dat ze op tabletcomputers zoals de iPad opnieuw hun lezers in het eigen kleine koninkrijkje zullen kunnen houden. Iets wat o zo herkenbaar is voor printbedrijven.

Tabletpc’s en iPads

Voor wie het nog niet doorheeft: tabletpc’s, daar zal je op kunnen surfen. Op het internet. Waar behalve veel brol, porno en triviale info ook machtig veel kwalitatieve informatie slechts een muisklik vingerafdruk is verwijderd van de gebruiker. Je gaat al een superieur product, lees arbeidsintensief, product moeten maken om mensen te doen betalen.

Ik vrees dat het voor de meeste printbedrijven, met hun al zeer zware kostenstructuur en verminderde return uit de print, aartsmoeilijk wordt om investeringen te kunnen dragen waar je apps zoals Elements mee zal kunnen afleveren.

Neen, waar de nadruk op zal liggen is het produceren van hergebruikbare, media-neutrale content die op verschillende platformen (print, website, mobiele site, apps) etc… op de een of andere manier kan worden gemonetiseerd. Hier en daar aangevuld met links, video’s, etc… Een onvriendelijke term daarvoor is eenheidsworst, maar dat zal de realiteit zijn. Zeker in België.

De uitdaging zal er in bestaan om kwalitatieve informatie te produceren en die toch zo veel mogelijk tot haar recht laten komen op de verschillende platformen. Het zal voor uitgeverijen veel praktischer zijn om te experimenteren met speciale designs voor iedere soort journalistiek.

Op dit moment moeten alle soorten print-journalistiek eigenlijk door dezelfde mal op websites; die van het nieuwsbericht; 1 kolom tekst, wat paragrafen en enkele afbeeldingen of video’s rond de tekst. Reportages of lange interviews komen daar niet volledig tot hun recht, en zetten aan tot oppervlakkig leesgedrag.

Voor dergelijke meerwaarde-stukken zou er een geïntegreerd design moeten zijn. De uitgeverij Gannet heeft een dergelijke experiment opgezet: The Bold Italic. Die aanpak heeft een groot voordeel; de reportage zal zowel op een gewoon scherm als op een tabletscherm tot haar recht komen.

Als je gewoon ietwat herschreven print-artikels, aangevuld met wat video’s en links, op de andere platformen dumpt dan mogen uitgevers hun hoop opbergen om op die platformen een even duurzaam businessmodel te creëren zoals het in print is geweest (en nog een tijdje zal zijn).

Paywalls

En eigenlijk zouden uitgevers het gewoon moeten toegeven. Waarom experimenteren vooral zij, en niet televisiezenders, met paywalls op het internet? Omdat een paywall op korte termijn de beste manier is om hun abonnees niet kwijt te spelen.

Finally, as John Gapper notes, there’s another calculation going on here: at the margin, implementing an online paywall is a good way of preventing print subscribers from cancelling their subscriptions on the grounds that they can get the same content online for free.

Op zich is dat geen slechte strategie, ware het niet dat je zo nieuwe concurrenten op het net vrij spel geeft. Verder is een paywall-strategie echt moeilijk: 1. Slechts een handjevol loyale bezoekers zal (een bescheiden bedrag) willen betalen en een deel van de trafiek zal migreren naar gratis sites. 2. Een stringente paywall maakt het onmogelijk voor mensen om je inhoud met hun netwerk te delen op Facebook, Twitter, etc… 3. De informatie achter de paywall zal van zeer hoge kwaliteit moeten zijn om de concurrentie aan te kunnen met andere, al dan niet betalende, sites.

In de print kunnen uitgevers breaking news, een ander bericht van het persagentschap belga of een herschreven persbericht monetiseren en daarmee andere journalistiek subsidiëren. Dergelijke berichten, nog een pak andere, zullen nooit achter een paywall kunnen zitten.

Prioriteit nr. 1: het verhogen van de user engagement

Maar er wachten uitgevers nog een grotere uitdaging vooraleer ze daadwerkelijk een rendabele, hybride strategie van betalende en gratis informatie kunnen ontwikkelen buiten de print. Een Amerikaan was in december 2009 gemiddeld meer dan 5 uur actief op een sociale netwerksite en slechts 10 minuten op een nieuwssite volgens Nielsen.

10 minuten. Uitgevers zullen het gebrek aan user engagement moet aanpakken: 1. Door niet meer, maar andere en gestructureerde informatie die de lezer broodnodige duiding verschaft. 2. Door hun journalisten aanwezig en aanspreekbaar te laten zijn op de site en op andere sociale netwerken.

Dat zou prioriteit nummer 1 moeten zijn. Want zonder een verhoogde user engagement zullen al die expedities naar het El Dorado van iPads en paywalls een voor een uitdraaien op een catastrofe.

April 4th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , ,

Filmpjes

Recente items


Foto's

www.flickr.com

Over mezelf

Welkom op de persoonlijke website van Stijn F. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit Gent. Daarna volgde ik de Masterclass Journalistiek aan de Erasmushogeschool Brussel waar ik stage liep bij Knack en bij De Tijd. Nu werk ik als internetredacteur.

Contact: stijnf apenstaart gmail punt com

Vroeger was ik beter