≈ Obstakels voor een context-gerichte nieuwssite

Stijn Debrouwere schetst in Hoe ik het nieuws graag zou lezen zijn ideale nieuwssite. Een die de waan van de dag loslaat en die de gebruiker toelaat het nieuws te begrijpen en te kaderen in plaats van het domweg over zich heen gestort te krijgen.

Het komt zeker in de buurt van mijn ideale nieuwssite

Veranderen hoe we een nieuwswebsite structureren en opbouwen draait net om meer doen met minder. Je laat je inhoud niet éénmaal renderen (op de dag van publicatie) maar drie of vijf of tien keer, als deel van databanken, van tijdslijnen, van interactieve kaarten, van achtergrondverhalen en topic pages.

Maar omm daar te raken moeten er nog veel obstakels worden overwonnen. Onder meer:

Bij journalisten

  1. Stijl. Journalisten zijn gewend om te schrijven en te denken in klassiek geworden formats als oprolbare nieuwsbericht, het interview, de reportage etc…

    Het schrijven van een topic-pagina à la Wikipedia is een genre apart, en valt niet te vergelijken met het schrijven van een achtergrond-artikel.

    Kijk overigens maar eens hoe veel moeite hebben sommige journalisten met het concept ‘bloggen’. Dat heeft vaak meer weg van een langgerekte monologue intèrieur.

  2. Vooroordelen. Ze zullen het niet altijd willen toegeven, maar de veel printjournalisten geloven eigenlijk dat er geen serieuze journalistiek mogelijk is op het internet.

    Ze kunnen zich nog net verzoenen met een model waar de site van het medium wordt gebruikt om inhoud te teasen of een primeur niet door een concurrent te laten inpikken.

    Maar in hun ideale wereld lees je de eerste feiten online, de duiding en analyse lees je in de print.

  3. Tijd en discipline om in metadata en relaties te denken. Alle journalisten houden van verhalen vertellen, maar daarvoor zijn ze nog geen fan van metadata.

    Uit eigen ervaring weet ik hoe moeilijk het is journalisten te overtuigen van de voordelen van (eenvoudige) metadata; zoals de plaats waar een gebeurtenis zich afspeelt.

    Bij topic-gerichte journalistiek moet ze niet alleen metadata ingeven, ze moeten ook meedenken. “Moet ik dit niet in een apart item gieten. Hoe koppel ik dit aan elkaar?” Al die zaken vergen tijd en discipline. Journalisten hebben nu niet bepaald tijd over.

  4. Het concept. De mentale switch die je moet maken bij topic-gerichte journalistiek is wellicht het grootste obstakel.

    Een topic-pagina is nooit ‘af’, vandaar dat Google haar experiment Living Stories heeft genoemd of de hyperlokale Amerikaanse startup TBD zichzelf omschrijft als een daad van continous journalism:

    The traditional news culture is that you don’t publish or broadcast a story until all the questionas are answered, all the t’s crossed and i’s dotted. (…) But TBD will never be a finished product. (…) We’ll always be in motion: constantly updating, improving and evolving; seeking more details, reaction or community conversation.

    (De site is er nog niet, maar het ziet er naar uit dat TBD voorlopig met een blog-achtige format zal werken.)

    Nu is het vaak zo dat journalisten een stuk laten ‘rusten’ omdat het nog niet ‘af’ is. Bij topic-gerichte journalistiek valt die afweging grotendeels weg.

    De meeste journalisten zijn overigens gewend stuk na te stuk produceren, zonder echt na te denken hoe al de elementen uit hun stukken zich tot elkaar verhouden. Tekstkakkers, zoals men zichzelf al eens durfde te noemen op mijn vorig werk.

    Online journalistiek wordt bovendien vaak gezien als een soort psychedelische vorm van printjournalistiek; nerveus en chaotisch. In die verengde visie gaan journalisten er van uit online journalistiek van hetzelfde laken een broek is. Printjournalistiek op speed.

    Maar dat is het net niet, online journalistiek kan een veel rijkere vorm van journalistiek zijn. Als je het toelaat.

Voor alle duidelijkheid, zelf ben ik naar mijn goesting nog te verwijderd van de juiste mindset om dergelijke journalistiek goed te kunnen doen.

Nieuwe versus verouderde informatie

Nog meer dan bij een traditoneel nieuwsbericht zal er op een topic-pagina een spanning aan de oppervlakte komen; die tussen de ‘nieuwe’ en de ‘oude’ (maar nog relevante) informatie. Het is het read-state probleem dat voor iedere gebruiker, van een leek tot een expert, kan verschillen.

Bij het tradtionele, korte (en goedgeschreven) nieuwsbericht — dat voorlopig het gros van de journalistieke productie bedraagt op nieuwssites — is er eigenlijk vooral ‘nieuwe’ informatie, of ze is toch direct herkenbaar.

Ongeacht of je het stuk nu echt begrijpt of niet. Je kan direct het ‘nieuws’ ontwaren, dat wat in de titel en in de inleiding staat. Zo zijn we geconditioneerd geraakt omdat de berichtgeving meestal hetzelfde stramien volgt.

Bij een topic-pagina ligt dat al veel moeilijker. “Wat is er bijgekomen, heb ik dit al gelezen, etc?”, dat zijn de vragen die je je bij een topic-pagina stelt.

Zo’n universeel concept als het oprolbaar nieuwsbericht, is er nog niet voor een topic-pagina.

De manieren waarop topic-pagina’s dat verschil nu proberen aan te duiden, vallen uiteen in enkele typen:

  1. Verrijkte tagpagina’s. Tagpagina’s met 1 of 2 inleidende artikels er boven, zijn nu de meest voorkomende vorm van topic-pagina’s. En eigenlijk is dat steeds een beetje van een zwaktebod. In feite worden alle artikels die een beetje over hetzelfde thema gaan op 1 pagina gedumpt, zonder al te veel context. Het succes van zulke tag-pagina’s hangt af van de kwaliteit van het inleidende artikel.
  2. Tijdslijnen. Google’s Living Stories en een item zoals dat van Propublica over het politiegeweld in de nasleep van de orkaan Katrina in New Orleans, maken gebruik van een tijdslijn om de verschillende feiten in een verhaal te ordenen. Dat werkt tot op een bepaald niveau, maar een te gedetailleerde tijdslijn schrikt af en schiet zijn doel voorbij.

    Het centrale content type in Living Stories zijn events. Aan die events kan je prioriteiten toekennen en enkel de hoogste prioriteit komt terecht op de tijdslijn (de rode draad doorheen Living Stories). Maar zoiets werkt slechts tot op een zeker niveau.

  3. Wikipedia. Bij een traditioneel Wikipedia-artikel is de structuur min of meer de volgende: Je hebt een inleiding die zo goed mogelijk het onderwerp probeert samen te vatten en bij updates wordt daar ook al kort het ‘nieuws’ vermeldt. Daarna wordt meestal thematisch gewerkt. Bij een persoon; carrière, bio, etc… Voor een belangrijke gebeurtenis in het leven wordt er meestal een apart onderdeel gemaakt.

    Dat format werkt zeer goed voor een leek. Voor een expert die het onderwerp volgt en waarvan we hopen dat die regelmatig die pagina bezoekt, is het omslachtig voor hem om uit te maken wat nieuws is.

Bij topic-gerichte journalistiek moet je er dus in slagen aan te duiden wat er ‘nieuw(s)’ is voor de gebruiker en dat terwijl de hoeveelheid informatie waaruit de gebruiker het nieuwe voor zichzelf moet filteren substantieel is vergroot.

Bovendien is de drijfveer van de gebruiker altijd om zo veel mogelijk relevantie informatie te verwerken op een zo efficiënt mogelijke manier.

Een slecht opgebouwde topic-pagina kan zowel een leek als een expert afschrikken. En dan zijn we terug bij af.

Facebook

Ik denk dat er nog steeds geen bevredigende oplossing is gevonden voor het converteren van leken naar ‘fans’, experts, etc… die een topic-pagina blijven volgen.

Ik heb al eens een lans gebroken voor de manier waarop versiebeheersystemen zoals GitHub werken.

Het is een elegant model waar je met korte commits kan laten weten hoe je het hoofddocument hebt aangepast. Een topic-pagina zou eigenlijk op dezelfde manier moeten werken.

Maar misschien moeten we nog een beetje verder gaan.

Als we trefwoorden verlaten en uitgebreidere taxonomiën beginnen uit te werken, kunnen we misschien naar het volgende model gaan:

Dit is een pastiche van The Atlantic op Facebook. Stel je eens voor dat je een activiteitenfeed hebt op je site. Een die niet gewoon aanduidt welke artikelen online zijn verschenen, maar een die op een gedetailleerdere manier aanduidt wat er met het nieuwsfeit, persoon, land, etc… aan het gebeuren is. Met updates die steeds terug verwijzen naar de topic-pagina. Zou dat geen nieuwssite zijn die je keer op keer zou bezoeken?

Facebook gebruikt een verschrikkelijk efficiënt model, de newsfeed, om jou en je vrienden in te lichten over elkaars doen en laten. In zo weinig mogelijk tijd verwerk je gigantisch veel informatie.

En dat is net wat je met topic-gerichte journalistiek probeert te bereiken. Je wil iedere leek boeien, de vrees wegnemen dat het allemaal veel te ingewikkeld is en er een expert van maken die het onderwerp op de voet kan volgen op jouw website.

May 24th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

» Links voor 11 mei

Aanrader: The Atlantic brengt een overzicht van de pogingen van Google om de journalistiek te redden: interessante ideeën (onder meer over overhead kosten bij online-advertenties en vaststelling dat alle media hetzelfde nieuws brengen), maar weinig verrassende zaken voor, eh, journo-nerds.

People in our community send us signals about their interests all day long and most go ignored.

Google Agenda van conferenties over de toekomst van de journalistiek™.

It’s that same habit: building systems to break big problems into small tasks. Interessante discussie over de parallellen tussen journalisten en programmeurs tussen voornamelijk journalist-programmeurs.

Journalists don’t all need to be able to write programs, but the ability to think like a programmer is an invaluable skill. Martin Belam, informatie-architect bij The Guardian over IT-kennis bij journalisten. Hij geeft overigens handige tips voor licht-gewicht computer assisted reporting.

Volgens een ex-manager van Microsoft moeten media-sites, lokale nieuwssites in het bijzonder, zich toeleggen op group buys en lessen trekken uit het succes van sites zoals Groupon.com.

It’s a terrible way to read a story, and unless you’re an absolute long-form diehard or the piece is about someone in your immediate family, you’re not going to put up with it. Bedenkers van Longform.org haten artikels die zijn opgesplitst in pagina’s.

Current e-reader owners are also more likely to hold favorable attitudes on the value of magazines.

Non-profit nieuwssite Texas Tribune evalueert haar bezoekercijfers na een halfjaar: 1 op 3 pageviews gaat naar hun databases.

Las Vegas Sun heeft een monitor in haar redactie waar ze live de clicks op hun website kunnen zien passeren.

Maak goede infografieken in 7,5 stappen.

» Links voor 6 mei

Newsweek staat te koop. Interview met hoofdredacteur Jon Meacham in The Daily Show: deel 1 & deel 2.

It’s never been print vs. web – it’s attention vs. apathy. Community & user generated content-guru Derek Powazek geeft 5 tips aan het noodlijdende Newsweek.

Hoe de (geniaal eenvoudige) factcheck-site Politifact de kwaliteit probeert beschermen bij schaalvergroting: training, training.

Checklist om breaking news te verspreiden. En tips om breaking news via Twitter te verspreiden.

For the month of April, according to Mr. Smith, The Atlantic brought in more revenue from digital advertising than it did from print. The Atlantic legt zich ook meer en meer toe op events.

Gulf Oil Spill FAQ: What Happened, What May Have Caused it, and Who’s Responsible. Zo eenvoudig moet een explainer zijn.

Every single time something new comes out and people wonder what’s the killer app, the answer is the same. It’s the Web every time. The boring old Web. Nick Denton van Gawker, Gizmodo, etc… over de iPad.

Slechts 3200 van de 64.000 actieve gebruikers van de iPad-app van The Wall Street Journal kiezen voor de betalende, premium optie.

Thesis over de beste prijszetting voor een nieuwssite.

There are enough people out there doing that for free that it has become harder to get paid for it. De legendarische film-criticus Roger Ebert over het verdwijnen van de beroeps-recensent.

People come back to places that send them away. Memorize that one. Een post, een klassieker, van Dave Winer die ik pas recent heb gelezen.

I’m seeing an exodus of digital leaders from media cos. I think it’s because print won. When the going got tough, the innovative got going. Jeff Jarvis over de vele personeelwissels bij de online-onderdelen van mediabedrijven.

» Links voor 4 mei 2010

BBC wil het aantal uitgaande clicks vanuit haar website verdubbelen, en legt een quotum op van 1 externe link per item.

The concept of displacement–of a web user abandoning one web site in favor of another–is not supported by this data. Onderzoek(je) naar het effect van het opstarten van een hyperlokale site in Oakland op andere lokale sites.

The most immediate business goal of all Condé Nast websites is to generate print subscriptions. Het kan misschien nogal kortzichtig overkomen, maar Blake Eskin van The New Yorker zegt tenminste waar het op staat.

The fact that Hourly Press is powered by attention, which is inherently scarce, unlike clicks, is terribly powerful.

Superuser, Moderator, Networker. The Huffington Post introduceert badges voor haar lezers.

Mobile advertising, en location-based advertenties in het bijzonder, zijn veel effectiever dan advertenties op websites.

When you ask for a share of the consumers’ wallet, the individual will not measure their return by how many pieces of content they read, but by the value that they received in greater knowledge and that value can be quantified by how many of those consumers become your best promoters. Chief Digital Officer van de Amerikaanse uitgeverij Gannet in een afscheidsbrief.

All of these publications’ Web sites are all far better than their apps—and on an iPad, hello, the Web is just a screen-touch away.

Help.hackshackers.com, mijn nieuwe favoriete site ooit™, naast Hot Chicks at Art Openings natuurlijk.

≈ Bill Gates over Facebook

Bill Gates over Facebook:

I had like 1,000 people a day from the Philippines wanting to be my friend. I couldn’t say ‘no’ quickly enough; I love everybody in the the Philippines, but I thought it’d be strange if I had all those 13-year-old girls signed up as my friend. Facebook wasn’t working for me, and then they came up with a different format, where you can have ‘fans’ so it’s asymmetric. So that was a big help.

Even verder in het interview heeft hij het ook over de iPad en de teloorgang van onderzoeks- en buitenlandjournalistiek.

May 1st, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , ,

≈ Frugal innovation

The Economist heeft een uitstekend special report over innovation in emerging markets. Opkomende economieën zoals India of China willen zich niet alleen beperken tot de rol van werkplaats van de wereld. Er wordt er ook massaal geïnvesteerd in onderwijs en R&D. Veel van die initiatieven zijn gericht op frugal innovation; waarbij ze vertrekken vanuit de noden vanuit hun armste inwoners.

Een Chinees verdient gemiddeld 3500 dollar per jaar, een Indiër gemiddeld 1000 dollar. Voor die landen moet je geen dure luxe-auto produceren, maar een auto zonder franjes zoals de Tata Nano die slechts 2200 dollar kost.

Het stopt niet bij het ontwikkelen van een goedkoper product:

Frugal innovation is not just about redesigning products; it involves rethinking entire production processes and business models. Companies need to squeeze costs so they can reach more customers, and accept thin profit margins to gain volume.

The Economist.

Uitgevers hebben nood aan frugal innovation bij de transitie van print naar online. Het internet heeft hun verzadigde, maar zeer winstgevende sector opeens herschapen in een emerging market. Hun lezers die honderden euro’s per jaar betaalden neerlegden voor hun product, hebben er online slechts een habbekrats voor over.

Clay Shirky alludeert in zijn blogpost Collapse of Complex Business Models op frugal innovation:

Among the rules of thumb she offers for building in that environment is this: “If you want something to be 10 times cheaper, take out 90% of the materials.” Making media is like that now except, for “materials”, substitute “labor.”

Shirky heeft geen goed oog in de (meeste) plannen voor informatie die betalend is op het internet. Omdat deze gedachte er achter zit:

“Web users will have to pay for what they watch and use, or else we will have to stop making content in the costly and complex way we have grown accustomed to making it. And we don’t know how to do that.”

And we don’t know how to do that.

Best wel deprimerend eigenlijk.

April 18th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

» Links voor 17 april

Als The New York Times 60.000 print-abonnees omzet in abonnees voor hun iPad-app, dan riskeren ze 4,8 miljoen dollar print inkomsten te verliezen (Excel-bestand). Netto-opbrengst in zeer optimistisch scenario is 1,2 miljoen dollar per jaar.

Just like FT.com’s latest incarnation, it looks, well, a lot like the newspaper. PaidContent over de iPad-app van The Financial Times.

“This was a mistake that’s being fixed,” Mr. Jobs replied. iPhone-app van bekende cartoonist Mark Fiore zal toch worden goedgekeurd.

Tags allow (or force) what we might call the “Google solution”: let humans describe it in a way that makes sense to them, then sort it all out later algorithmically. Jonathan Stray reageert op “Tags don’t cut it” van Stijn Debrouwere.

In the entire 6-month period that @pbpSchools didn’t have a human behind the wheel, it got only 6 interactions (retweets and mentions) from followers.

Lance Armstrong gaat in zee met content farm Demand Media.

Binnenkort is er een conferentie over “Stretching Your News Budget with User Content”.

Nieuwe hyperlokale nieuwssite in Washington gaat mullet-achtige strategie toepassen: original reporting voor “the stuff everyone cares about”. Voor “the stuff that really matters to you because it happend a half-mile away”; combinatie van orignal reporting, aggregeren en data.

This is your industry and you will decide where it goes from here.

Thinking about, shouting at each other about, thinking some more about, shouting some more just in case one wasn’t understood during the first round of shouting, threatening in case the shouting wasn’t intimidating enough and then mostly waiting for someone else to try it first. Uitgevers leren niet uit de fouten van de muziekindustrie.

If you are a college graduate in journalism, you may land a job before you even leave the campus. Quotes uit een boek over journalistiek uit 1965.

» Links voor 15 april

Absolute aanrader: Stijn Debrouwere, blijkbaar ex-Apache, schrijft een reeks tesamen over Information Architecture for News Websites. Je zou willen dat je het zelf hebt geschreven, alleen doet hij het beter.

Steve Buttry, nog gelauwerd als editor of the year, roept iedereen op een Mobile First strategie uit te werken.

10 gouden regels voor goede webapps. Snelheid is de belangrijkste. Het is ook goed voor uw seo.

The great mistake so many newspapers and media outlets made was to turn on the comments software and then walk out of the room.

Premier Gordon Brown is tegen (algemene) paywalls.

Help by Hacks/Hackers, Stack Overflow maar dan voor journalist-programmeurs.

The Economist heeft een conversation cloud gemaakt; een soort tagcloud op basis van posts met de meeste reacties.

Someone tweets a link to a New York Times story once every 4 seconds.

» Links voor 11 april

All those people sitting on trains with their iPads are going to do the same thing that all those people sitting in their offices on their laptops did – get their news from free sources that hyperlink to other free sources. Michael Arrington van TechCrunch reageert op een artikel van Alan Rusbridger van The Guardian over de iPad.

71 procent wil enkel betalen voor content die kwalitatief een stuk beter is dan hetgeen ze nu gratis vinden. 62 procent vindt dat ze na de aankoop van een item het mogen kopiëren en delen met wie ze willen. (Nielsen)

The Journal Register wil als experiment 1 van haar kranten laten crowd sourcen: haar lezers volledig betrekken bij het plannings- en productieproces.

Opsomming van denkfouten en vooroordelen waar mensen, en in het bijzonder journalisten, voor moeten oppassen.

Je moet toestemming vragen om te mogen linken naar de site van de Japanse krant Nikkei.

Dachten we ooit nog dat elke krantenjournalist een multimediajournalist moest worden, nu weten we dat elke journalist zich beter kan concentreren op het medium dat hij of zij bedient. De Nederlandse krant Trouw heeft een volledige aparte webredactie.

April 9th, 2010  |  Published in » Debriefing
Tags: , , , , ,

Filmpjes

Recente items


Foto's

www.flickr.com

Over mezelf

Welkom op de persoonlijke website van Stijn F. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit Gent. Daarna volgde ik de Masterclass Journalistiek aan de Erasmushogeschool Brussel waar ik stage liep bij Knack en bij De Tijd. Nu werk ik als internetredacteur.

Contact: stijnf apenstaart gmail punt com

Vroeger was ik beter