» Links voor 11 mei

Aanrader: The Atlantic brengt een overzicht van de pogingen van Google om de journalistiek te redden: interessante ideeën (onder meer over overhead kosten bij online-advertenties en vaststelling dat alle media hetzelfde nieuws brengen), maar weinig verrassende zaken voor, eh, journo-nerds.

People in our community send us signals about their interests all day long and most go ignored.

Google Agenda van conferenties over de toekomst van de journalistiek™.

It’s that same habit: building systems to break big problems into small tasks. Interessante discussie over de parallellen tussen journalisten en programmeurs tussen voornamelijk journalist-programmeurs.

Journalists don’t all need to be able to write programs, but the ability to think like a programmer is an invaluable skill. Martin Belam, informatie-architect bij The Guardian over IT-kennis bij journalisten. Hij geeft overigens handige tips voor licht-gewicht computer assisted reporting.

Volgens een ex-manager van Microsoft moeten media-sites, lokale nieuwssites in het bijzonder, zich toeleggen op group buys en lessen trekken uit het succes van sites zoals Groupon.com.

It’s a terrible way to read a story, and unless you’re an absolute long-form diehard or the piece is about someone in your immediate family, you’re not going to put up with it. Bedenkers van Longform.org haten artikels die zijn opgesplitst in pagina’s.

Current e-reader owners are also more likely to hold favorable attitudes on the value of magazines.

Non-profit nieuwssite Texas Tribune evalueert haar bezoekercijfers na een halfjaar: 1 op 3 pageviews gaat naar hun databases.

Las Vegas Sun heeft een monitor in haar redactie waar ze live de clicks op hun website kunnen zien passeren.

Maak goede infografieken in 7,5 stappen.

» Links voor 6 mei

Newsweek staat te koop. Interview met hoofdredacteur Jon Meacham in The Daily Show: deel 1 & deel 2.

It’s never been print vs. web – it’s attention vs. apathy. Community & user generated content-guru Derek Powazek geeft 5 tips aan het noodlijdende Newsweek.

Hoe de (geniaal eenvoudige) factcheck-site Politifact de kwaliteit probeert beschermen bij schaalvergroting: training, training.

Checklist om breaking news te verspreiden. En tips om breaking news via Twitter te verspreiden.

For the month of April, according to Mr. Smith, The Atlantic brought in more revenue from digital advertising than it did from print. The Atlantic legt zich ook meer en meer toe op events.

Gulf Oil Spill FAQ: What Happened, What May Have Caused it, and Who’s Responsible. Zo eenvoudig moet een explainer zijn.

Every single time something new comes out and people wonder what’s the killer app, the answer is the same. It’s the Web every time. The boring old Web. Nick Denton van Gawker, Gizmodo, etc… over de iPad.

Slechts 3200 van de 64.000 actieve gebruikers van de iPad-app van The Wall Street Journal kiezen voor de betalende, premium optie.

Thesis over de beste prijszetting voor een nieuwssite.

There are enough people out there doing that for free that it has become harder to get paid for it. De legendarische film-criticus Roger Ebert over het verdwijnen van de beroeps-recensent.

People come back to places that send them away. Memorize that one. Een post, een klassieker, van Dave Winer die ik pas recent heb gelezen.

I’m seeing an exodus of digital leaders from media cos. I think it’s because print won. When the going got tough, the innovative got going. Jeff Jarvis over de vele personeelwissels bij de online-onderdelen van mediabedrijven.

≈ Frugal innovation

The Economist heeft een uitstekend special report over innovation in emerging markets. Opkomende economieën zoals India of China willen zich niet alleen beperken tot de rol van werkplaats van de wereld. Er wordt er ook massaal geïnvesteerd in onderwijs en R&D. Veel van die initiatieven zijn gericht op frugal innovation; waarbij ze vertrekken vanuit de noden vanuit hun armste inwoners.

Een Chinees verdient gemiddeld 3500 dollar per jaar, een Indiër gemiddeld 1000 dollar. Voor die landen moet je geen dure luxe-auto produceren, maar een auto zonder franjes zoals de Tata Nano die slechts 2200 dollar kost.

Het stopt niet bij het ontwikkelen van een goedkoper product:

Frugal innovation is not just about redesigning products; it involves rethinking entire production processes and business models. Companies need to squeeze costs so they can reach more customers, and accept thin profit margins to gain volume.

The Economist.

Uitgevers hebben nood aan frugal innovation bij de transitie van print naar online. Het internet heeft hun verzadigde, maar zeer winstgevende sector opeens herschapen in een emerging market. Hun lezers die honderden euro’s per jaar betaalden neerlegden voor hun product, hebben er online slechts een habbekrats voor over.

Clay Shirky alludeert in zijn blogpost Collapse of Complex Business Models op frugal innovation:

Among the rules of thumb she offers for building in that environment is this: “If you want something to be 10 times cheaper, take out 90% of the materials.” Making media is like that now except, for “materials”, substitute “labor.”

Shirky heeft geen goed oog in de (meeste) plannen voor informatie die betalend is op het internet. Omdat deze gedachte er achter zit:

“Web users will have to pay for what they watch and use, or else we will have to stop making content in the costly and complex way we have grown accustomed to making it. And we don’t know how to do that.”

And we don’t know how to do that.

Best wel deprimerend eigenlijk.

April 18th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

≈ Het El Dorado van iPads en paywalls

Het is weer zover. Het De zoveelste mededeling dreigement dat nieuws binnenkort niet meer gratis zal zijn. Waarom deze keer?

Omdat Le Monde, The Times en The Sunday Times, kranten zoals The Wall Street Journal binnenkort vervoegen met een paywall en omdat uitgevers denken dat ze op tabletcomputers zoals de iPad opnieuw hun lezers in het eigen kleine koninkrijkje zullen kunnen houden. Iets wat o zo herkenbaar is voor printbedrijven.

Tabletpc’s en iPads

Voor wie het nog niet doorheeft: tabletpc’s, daar zal je op kunnen surfen. Op het internet. Waar behalve veel brol, porno en triviale info ook machtig veel kwalitatieve informatie slechts een muisklik vingerafdruk is verwijderd van de gebruiker. Je gaat al een superieur product, lees arbeidsintensief, product moeten maken om mensen te doen betalen.

Ik vrees dat het voor de meeste printbedrijven, met hun al zeer zware kostenstructuur en verminderde return uit de print, aartsmoeilijk wordt om investeringen te kunnen dragen waar je apps zoals Elements mee zal kunnen afleveren.

Neen, waar de nadruk op zal liggen is het produceren van hergebruikbare, media-neutrale content die op verschillende platformen (print, website, mobiele site, apps) etc… op de een of andere manier kan worden gemonetiseerd. Hier en daar aangevuld met links, video’s, etc… Een onvriendelijke term daarvoor is eenheidsworst, maar dat zal de realiteit zijn. Zeker in België.

De uitdaging zal er in bestaan om kwalitatieve informatie te produceren en die toch zo veel mogelijk tot haar recht laten komen op de verschillende platformen. Het zal voor uitgeverijen veel praktischer zijn om te experimenteren met speciale designs voor iedere soort journalistiek.

Op dit moment moeten alle soorten print-journalistiek eigenlijk door dezelfde mal op websites; die van het nieuwsbericht; 1 kolom tekst, wat paragrafen en enkele afbeeldingen of video’s rond de tekst. Reportages of lange interviews komen daar niet volledig tot hun recht, en zetten aan tot oppervlakkig leesgedrag.

Voor dergelijke meerwaarde-stukken zou er een geïntegreerd design moeten zijn. De uitgeverij Gannet heeft een dergelijke experiment opgezet: The Bold Italic. Die aanpak heeft een groot voordeel; de reportage zal zowel op een gewoon scherm als op een tabletscherm tot haar recht komen.

Als je gewoon ietwat herschreven print-artikels, aangevuld met wat video’s en links, op de andere platformen dumpt dan mogen uitgevers hun hoop opbergen om op die platformen een even duurzaam businessmodel te creëren zoals het in print is geweest (en nog een tijdje zal zijn).

Paywalls

En eigenlijk zouden uitgevers het gewoon moeten toegeven. Waarom experimenteren vooral zij, en niet televisiezenders, met paywalls op het internet? Omdat een paywall op korte termijn de beste manier is om hun abonnees niet kwijt te spelen.

Finally, as John Gapper notes, there’s another calculation going on here: at the margin, implementing an online paywall is a good way of preventing print subscribers from cancelling their subscriptions on the grounds that they can get the same content online for free.

Op zich is dat geen slechte strategie, ware het niet dat je zo nieuwe concurrenten op het net vrij spel geeft. Verder is een paywall-strategie echt moeilijk: 1. Slechts een handjevol loyale bezoekers zal (een bescheiden bedrag) willen betalen en een deel van de trafiek zal migreren naar gratis sites. 2. Een stringente paywall maakt het onmogelijk voor mensen om je inhoud met hun netwerk te delen op Facebook, Twitter, etc… 3. De informatie achter de paywall zal van zeer hoge kwaliteit moeten zijn om de concurrentie aan te kunnen met andere, al dan niet betalende, sites.

In de print kunnen uitgevers breaking news, een ander bericht van het persagentschap belga of een herschreven persbericht monetiseren en daarmee andere journalistiek subsidiëren. Dergelijke berichten, nog een pak andere, zullen nooit achter een paywall kunnen zitten.

Prioriteit nr. 1: het verhogen van de user engagement

Maar er wachten uitgevers nog een grotere uitdaging vooraleer ze daadwerkelijk een rendabele, hybride strategie van betalende en gratis informatie kunnen ontwikkelen buiten de print. Een Amerikaan was in december 2009 gemiddeld meer dan 5 uur actief op een sociale netwerksite en slechts 10 minuten op een nieuwssite volgens Nielsen.

10 minuten. Uitgevers zullen het gebrek aan user engagement moet aanpakken: 1. Door niet meer, maar andere en gestructureerde informatie die de lezer broodnodige duiding verschaft. 2. Door hun journalisten aanwezig en aanspreekbaar te laten zijn op de site en op andere sociale netwerken.

Dat zou prioriteit nummer 1 moeten zijn. Want zonder een verhoogde user engagement zullen al die expedities naar het El Dorado van iPads en paywalls een voor een uitdraaien op een catastrofe.

April 4th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , ,

≈ De technologie van ‘Titanics’ versus The Huffington Post & Talking Points Memo

Het kan aan mij liggen. Maar ik vind dat serieuze journalistiek, serieuze technologie verdient. Ieder klein kind kan een weblog beginnen en volplakken met widgets, afbeeldingen en youtube-clipjes.

Waar het mij om gaat is het volgende:

Newspapers need to stop the story-centric worldview.

Adrian Holovaty

Een ongeval heeft een plaats, tijdstip, schade, slachtoffers, etc… Een verkiezingsbelofte van Obama heeft een datum, gaat over een bepaald thema, is al dan niet uitgevoerd…

Het gaat om gestructureerde (meta)data, niet om losse elementen in een zee van tekst. En daarvoor heb je de juiste technologie nodig, het juiste content management systeem.

De Titanic-denkfout

Naast die quote van Adrian Holovaty, is er ook nog een andere waar ik al een tijdje op zit te sjieken. De analyse van Arthur Sulzberger Jr., de uitgever van The New York Times:

“The best analogy I can think of is — have you ever heard of the Titanic Fallacy?” he asked. We hadn’t. “What was the critical flaw to the Titanic?” We tried to answer: Poor construction? Not enough life boats? Crashing into stuff? “A captain trying to set a world speed record through an iceberg field?” he said, shaking his head. “Even if the Titanic came in safely to New York Harbor, it was still doomed,” he said. “Twelve years earlier, two brothers invented the airplane.”

Sulzbergers analyse slaat op iets compleet anders, maar ik vind dat analyse ook kan worden doorgetrokken op technologisch vlak. Ieder mediabedrijf is op dit moment zware inspanningen aan het leveren om hun print- of andere redactiesystemen te koppelen aan of te integreren in hun content management systeem.

De inspanningen liggen daar op het hergebruik van content. Of in de woorden van Adrian Holovaty: repurposing a big blob of text in verschillende formats, print, web, teletekst, mobiel, etc…

Op zich is daar niks mee. Maar het zal verder moeten gaan dan dat. Een nieuwssite mag dan wel artikels uitspuwen, het is een Titanic als het die data niet met elkaar linkt.

De printdino’s versus de jonge wolven

Ik denk dat een belangrijk verklaring van het relatieve succes ( in vergelijking met de sites van de sites van de traditionele media, de printdino’s, Titanics, etc…) van web native projecten als The Huffington Post, Talking Points Memo, Politico ligt in hun IT-strategie.

Ze innoveren meer en sneller dan hun traditionele concurrenten op het vlak van bezoekersanalyse, mashups en crowdsourcing.

The Huffington Post en Talking Points Memo zijn echter nog niet volwassen. Beiden draaien op de (uitstekende) blogsoftware Movable Type. Zo’n platform is uitstekend om verhalen te spuwen, maar minder geschikt om verschillende soorten data aan elkaar te koppelen. Stilaan lopen zij tegen de grenzen van hun platform aan. Daarom experimenteert Talking Points Memo met Ruby on Rails.

De meeste sites van jonge wolven draaien op niet meer dan dat, blogsoftware. Het is op dat vlak waar traditionele sites met de juiste technologie die jonge wolven — die vaak veel kleinschaliger werken — een lesje kunnen leren.

Traditionele media zijn eigenlijk fabrieken die op grote schaal kwalitatieve en gestandaardiseerde informatie produceren. Koppel de meta-data van die items aan elkaar en er ontstaat een web waar die jonge wolven voorlopig niet aan kunnen tippen.

Jammer genoeg is die strategie ver te zoeken bij de meeste traditionele mediasites. Het blijft enkel bij content uitspuwen. De jonge wolven zijn voorlopig gebonden door de eenvoud van hun systemen, maar ze leren snel. Héél snel.

The Texas Tribune

The Texas Tribune is een non-profit site ( gebouwd in Django) die nog maar net is opgericht, en absoluut niet de laatste zal zijn in zijn soort. Het is een nieuwsorganisatie die het internet snapt: veelvuldig gebruik van blogs, data, aggregators, etc… Of in de woorden van 1 van hun ontwikkelaars, Chase Davis:

1. We decided early on that the Texas Tribune needed room to evolve. It’s a startup, and nobody has any idea what it’s going to look like in six months. That being the case, our goal was to build them a sandbox — something that could evolve as their organization evolved. (…) We’re not limited by pre-existing modules or dependency issues you find with off-the-shelf systems.

2. The Tribune’s plan going forward is to integrate tremendous amounts of data into their coverage. Their lawmaker directory is one example of that, but they have much more ambitious plans for campaign finance records, financial disclosures, lobbying reports, etc. Rather than segregating that data by walling it off in its own ghetto.

Al vanaf dag 1 legt The Texas Tribune meer innovatie aan de dag, dan de meeste traditionele nieuwssites die al een jaar of 10 bestaan. Het is niet toevallig dat het personeel van The Texas Tribune voor meer dan een vierde uit ontwikkelaars bestaat.

Newspapers need to stop the story-centric worldview.

Adrian Holovaty

De jonge wolven snappen het al en gaan op zoek naar de juiste tools. De sites van de traditionele (kwaliteits)media gaan moeten volgen. Of ze het nu willen of niet.

≈ “Less with less, is less”

Afgelopen week heb ik mijn 1000ste link gebookmarked over journalistiek in del.icio.us. Het is een memo van hoofdredacteur Bill Keller van The New York Times over het collectief ontslag van een 100-tal redacteurs.

“The idea that you can do ‘more with less‘ is, in my view, one of the four great lies,” Keller told his staff. “What you can do with less, is less. But if you are smart and careful, you can limit the harm.”

Over de vernieuwde CNN.com (infografiek van de bezoekercijfers van CNN.com):

As for the diminishing supply of real, reported news that matters, every week brings another example. Here’s one that’s fresh in my mind. The other day some of us spent half an hour looking at CNN’s redesigned website. It is the second most heavily trafficked online news site. The redesign is cleaner and brighter. Just one thing: It has hardly any news. On Tuesday, when CNN television was treating Election Day with the usual bells and whistles, the home page of CNN.com did not seem to be aware that there was voting going on. The most striking news story on the page had the following headline: “Canadian folk singer killed by coyotes.” (Now, if it had been Joni Mitchell, or Leonard Cohen.…)

De memo is lang, maar het is een aanrader.

November 12th, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , ,

≈ Herfsttij der kwaliteitsjournalistiek

Nieman Journalism Lab — overigens de beste site om bij te blijven over de evolutie van (internet)journalistiek — heeft een transcript van een speech door internet- en journalistiek-guru Clay Shirky.

In die speech bouwt hij verder op thema’s die hij eerder al op zijn — overigens, uitstekende — site heeft uitgewerkt: Printjournalistiek, de voornaamste producent van de zogenaamde kwaliteitsjournalistiek, maakt méér dan mee enkel een economische crisis. Door het internet kunnen adverteerders zich grotendeels loswrikken uit de greep van uitgevers die de distributie van print grotendeels monopoliseerden.

Het businessmodel van printjournalistiek is voor onze ogen uiteen aan het spatten en dreigt voor lange tijd kwaliteitsjournalistiek — het soort onderzoekswerk dat politici doet aftreden — onbetaalbaar te maken, met alle maatschappelijke gevolgen van dien.

I believe, and I only take seriously people who believe, that newspapers are irreplaceable in their production of accountability journalism. And then the questions becomes, “So what do you think of — how do you regard the media landscape?” (…)

On the other hand, people who look at the media environment and say the current shock in the media environment is so inimical to the 20th-century model of news production that time spent trying to replace newspapers is misspent effort because we should really be transferring our concern to the production of lots and lots of smaller, overlapping models of accountability journalism, knowing that we won’t get it right in the beginning and not knowing which experiments are going to pan out.

Clay Shirky is overigens een forse tegenstander van paywalls. Persoonlijk denk ik dat mensen niet zozeer voor content betalen, maar hoofdzakelijk voor het comfort om het nieuws aan de ontbijttafel te lezen.

Misschien ligt de toekomst van kwaliteitsjournalistiek wel in mobiele applicaties.

September 23rd, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , ,

≈ Euh, over die betalende nieuwssites…

Enkele maanden geleden doken er, vooral in de Amerikaanse media, geruchten op dat veel nieuwssites zouden afstappen van hun ‘gratis’-strategie, m.a.w. de terugkeer van de paywall.

Media-tycoon Rupert Murdoch alludeerde in juli daar al op.

Journalism Online, een Amerikaanse startup, heeft ondertussen al meer dan 500 nieuwssites kunnen overtuigen om hun technologie te gebruiken voor het opzetten van (gedeeltelijke) paywalls. Journalism Online gaat er van uit dat de sites daarbij toch 90 procent van hun pageviews, belangrijk voor de advertentie-inkomsten, zouden kunnen behouden.

(De Journalist, het blad van de journalistenbond, laat in haar laatste nummer overigens een ballonnetje op in dezelfde richting: dat de Vlaamse nieuwssites collectief — gedeeltelijk — betalend zouden moeten worden. )

Beide moeten hun plannen nog uitvoeren en Paidcontent.org ging al eens kijken naar het wedervaren van (kleinere) Amerikaanse nieuwssites die (gedeeltelijk) betalend zijn gegaan. Er is bijlange nog niet genoeg data om conclusies te kunnen trekken, maar de eerste cijfers zijn toch niet echt hoopgevend.

September 2nd, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , ,

≈ Google Wave en de redactie van de toekomst

Binnen ieder mediabedrijf is men op dit moment bezig met de omgeving voor de redactie van de toekomst te creeëren (ik heb geen betere term). Dat kan paradoxaal overkomen in tijden van personeelsbesparingen, maar op dit moment wordt er bij ieder mediabedrijf zwaar geïnvesteerd in IT-infrastructuur en computerprogramma’s.

Die, eh, tools moeten de verschillende redacties — die al dan niet tot hetzelfde product behoren — beter, lees effciënter, met elkaar laten samenwerken. Concreet gaat het om een content management systeem; een gigantische database waar iedereen content, achtergrondinformatie, contactgegevens met elkaar kan uitwisselen en snel kan publiceren in verschillende producten.

Content producers

Op de redactie van de toekomst heb je content producers — de vroegere schrijvende journalisten, fotografen, cameramannen, etc… — die zo veel mogelijk hergebruikbare content produceren voor de verschillende producten (print, televisie, website, etc…).

Wie de komende jaren voltijds journalist, content producer wil zijn en geen boot met geld heeft liggen, zal niet aan die evolutie kunnen ontsnappen. Het gros van de beroepsjournalistiek zal zich de komende jaren onder de paraplu van een mediabedrijf blijven afspelen.

Ongetwijfeld zal dit op de vele plaatsen de aanleiding geven om nog eens een boompje op te zetten over de toestand van de beroepsjournalistiek waar alle zonden van de media op 1 hoop worden gesmeten en men uiteindelijk tot de conclusie komt dat vroeger alles beter was. Maar laten we even die discussie aan ons voorbij laten gaan.

De noodzaak van innoveren

Het wordt sowieso een uitdaging om het algemene niveau van beroepsjournalistiek te verhogen of zelfs te behouden. Niet omdat journalisten nu opeens op verschillende manieren content zullen moeten produceren maar omdat het publiek kleiner zal worden dat wil betalen om goed geïnformeerd te zijn over politiek, over hun buurt, etc…

We kunnen als journalist keihard hopen dat iedereen de Metro laat liggen voor een betalende krant. Dat zal het geval niet zijn, integendeel.

Alleen al daarom zal journalistiek efficiënter, lees goedkoper, moeten worden geproduceerd. En daarom hechten mediabedrijven zo veel belang aan de ontwikkeling van die tools om de redactie van de toekomst mogelijk te maken.

Op maat gemaakte tools vs. (web)apps als Google Wave

Voor de ontwikkeling van die op maat gemaakte tools gaan mediabedrijven vaak te rade bij de computerbedrijven die hun eerdere redactiesystemen hebben gemaakt voor de print, radio, etc… Dat zijn gigantische investeringen.

Toen ik afgelopen week over Google Wave las, bedacht ik mij — en dat is ook de reden voor deze post — wat voor een grote gok mediabedrijven aan het wagen zijn met hun zware investeringen in op maat gemaakte oplossingen. Ze moeten gokken:

  • Dat die tools echt goed zullen werken.
  • Dat ze worden aanvaard door de redacties.
  • Dat de efficiëntie die er wordt uitgehaald, de investering overstijgt.
  • Dat open source toepassingen binnen enkele jaren niet een betere prijs/kwaliteit verhouding zullen bieden.

Het is zo’n grote gok omdat tools zoals Google Wave, Basecamp, WordPress, Drupal, wiki’s, Facebook het mogelijk maken om websites als Cutting Edge, Schamper, Gentblogt op een elegante en efficiënte manier te doen functioneren. En dat voor een fractie van de prijs van de tools die worden ontwikkeld voor mediabedrijven. Het is zelfs mogelijk een (papieren) tijdschrift met Drupal te maken. Die tools en die websites zullen enkel beter worden.

Elegant organisation

Alles hangt natuurlijk af van interne structuur van zo’n redacties. Maar nu al slagen die websites er in met zo’n tools redacties te organiseren van een 30-tal vaste medewerkers en dan nog eens 10-tallen losse medewerkers. Zonder dat die elkaar dagelijks hoeven te zien op een kantoor. Dat is echt elegant organisation.

Door de (gezamenlijke) grootte van redacties bij traditionele mediabedrijven en complexe structuur van hun huidige redactiesystemen schieten toepassingen als Drupal, Google Wave, Basecamp, WordPress, etc… nog te kort om de plaats in te nemen van die op maat gemaakte tools.

Maar geef die nieuwe (open source) toepassingen nog een jaar of 2 en dan zal de keuze voor die op maat gemaakte tools al veel minder vanzelfsprekend lijken.

En het zijn levensbelangrijke keuzes.

≈ De anatomie van death-of-newspapers-artikels

Er gaat precies geen week voorbij of er verschijnt ergens in kranten en magazines een artikel over de Westerse crisis in de printmedia. Afgelopen week was het de beurt aan The Economist.

Het begint stilaan een genre op zich te worden, die paperdoom-artikels: Men heeft het over de opkomst van internet — en met het internet bedoelen ze Google — dat net zoals televisie een grote ontlezing in de maatschappij teweegbrengt.

Daarna wordt het businessmodel van de print ondersteboven gekeerd: Het verdwijnen van jobadvertenties, zoekertjes en andere advertenties in de print, naar de (gratis) online-alternatieven als Craigslist, Ebay, Google Adwords, enz.

En dan komt de boosdoener, de advertentietarieven op het internet. Concreet komt het er op neer dat een lezer in de print vooralsnog nog tientallen keren meer waard is dan een die ze online kunnen boeien.

Walhalla’s

Na wat gemeanderd te hebben langs failliete kranten en magazines die al dan niet een tweede leven online krijgen, vallen de artikels grofweg uiteen in 2 categorieën: 1. Zij die geloven in het walhalla van de micropayments en andere betalende modellen. 2. Zij die geloven in het walhalla van vrijwilligers, want dat is burgerjournalistiek, die de verdwijning van professionele, voltijdse journalisten zal kunnen opvangen.

Veel heeft te maken met het feit dat veel van die artikels worstelen met 2 harde waarheden: 1. Het publiek dat wil betalen voor nieuws op het internet — en niet zoals in de print, voor het papieren pakket van nieuws, kruiswoordraadsels en zoekertjes, dat je aan de ontbijttafel kan lezen — zal in de nabije toekomst nooit de lezersinkomsten uit de print evenaren. 2. Het (over)aanbod van advertenties, zal de online tarieven zo laag houden dat ze slechts een fractie zullen waard zijn van de printtarieven. (Ik hoop dat ik er ongelijk in krijg.)

5 Stages of Grief

Eigenlijk kan je al die death-of-newspapers-artikels klasseren volgens de 5 stages of grief: Denial (Denken dat het internet wel vanzelf voorbij zal gaan.), Anger (Google voor de rechter slepen en oproepen prijsktravailleur te vormen.), Bargaining (Experimenteren met paywalls, micropayments maar tegelijkertijd betalende artikels openstellen voor social media sites zoals Digg.com, cfr. The Wall Street Journal.), Depression (“Zoek het zelf maar uit gasten!”), Acceptance (Kleinere redacties, meer aggregeren, etc…). Nog al te vaak kan je artikels lezen die overduidelijk in de eerdere fases van rouw onderverdeeld moeten worden.

De artikels uit The Economist bevinden zich ergens tussen Depression en Acceptance. Maar net zoals in al die andere artikelen, heeft The Economist geen flauw idee hoe algemene kwaliteitsjournalistiek in de toekomst zal worden gefinancierd.

May 19th, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

Filmpjes

Recente items


Foto's

www.flickr.com

Over mezelf

Welkom op de persoonlijke website van Stijn F. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit Gent. Daarna volgde ik de Masterclass Journalistiek aan de Erasmushogeschool Brussel waar ik stage liep bij Knack en bij De Tijd. Nu werk ik als internetredacteur.

Contact: stijnf apenstaart gmail punt com

Vroeger was ik beter