§ 12 tips voor een goede stage als journalist
- Weet goed waar je aan begint. Je gaat niet betaald worden. Met een beetje geluk betalen ze jouw vervoerskosten terug. Met verschrikkelijk veel geluk en een goede stage wordt je aangenomen, maar hoop daar niet op.
- Lees iedere dag drie kranten. Neen, serieus. Lees iedere dag drie kranten.
- ‘Geef mij werk.’ Neem één à twee dagen de tijd om te zien hoe de redactie draait. Zoek uit wie de taken echt verdeelt op jouw redactie. Stap dan in het vervolg altijd op die mens af als je werk gedaan is en als ze je niet direct zelf een nieuw karwei geven. De vraag ‘Is er nog iets dat ik kan doen?’ wordt altijd geapprecieerd. De eerste keren zal je afgewimpeld worden of zal je een saaie klus moeten uitvoeren. Neem het niet persoonlijk. Ze kennen je nog niet.
- Laat weten waar je mee bezig bent. Journalisten hebben meestal zo’n drukke agenda of zijn zo geconcentreerd met hun eigen ding bezig, dat ze jou uit het oog verliezen. Nogmaals neem dat niet persoonlijk, maar stap zelf op hun af en vertel waarmee je bezig bent, wanneer je denkt dat je ze mag storen.
- Wees geduldig. De eerste twee weken zullen ze je testen. Je zal eens een artikel op proef moeten schrijven. Je schrijft bijvoorbeeld een artikel over de Griekse bosbranden, maar een andere journalist schrijft het voor ‘echt’. In de eerste twee weken is dat compleet normaal. Als het daarna gebeurt, moet je jezelf vragen beginnen te stellen.
- Neem alles aan, maar zeg op tijd neen.Als stagiair zullen er heel wat karweitjes op jou gedumpt worden. Zeg op tijd stop, wanneer je ziet dat de combinatie van deadlines onmogelijk wordt.
- Zoek je eigen niche uit. Na verloop van tijd zul je iedereen zijn dada’s ontwaren. Als je een beetje geluk hebt, zullen er ook ergens gaten zijn of gaten vallen. Ik had bij De Tijd geluk dat er tijdens mijn stageperiode heel wat buitenlandjournalisten op vakantie waren. De overgebleven journalisten schreven niet al te graag over de Verenigde Staten, zodat ik heel leuke stukken over de VS mocht schrijven. Je moet er dus een beetje geluk mee hebben, maar je zou er toch in moeten slagen om je naar de redactie op één à twee onderwerpen als specialist te profileren.
- Zit niet te chatten. Meestal zijn de journalisten redelijk permissief op het vlak van surfen, checken van je persoonlijke mails, etc. Overdrijf er echter niet mee. Zit ook zeker niet te chatten of je op een andere manier online bezig te houden wanneer je geen werk hebt. Dat is de slechts mogelijke indruk die je kan maken en je mag er op rekenen dat de journalisten veel minder geneigd zullen zijn om je werk te geven. Zoek of vraag dan werk.
- Je gaat iets verprutsen. Of het nu wel of niet jouw schuld zal zijn, doet er niet toe. Als je iets verprutst of ziet dat je iets gaat verprutsen, trek aan de noodrem. Houd het niet voor jezelf totdat het uiteindelijk uitkomt.
- Zwart, een klontje suiker en een wolkje melk. Je bent een stagiair, dus trek je neus niet op voor het herschrijven van een Belga zodat hij in de layout past.
- Vraag feedback.
- Noteer de contactgegevens van iedereen waar je mee spreekt of belt.
December 3rd, 2007 |
Published in
§ Blessay
Welkom op de persoonlijke website van Stijn F. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit Gent. Daarna volgde ik de Masterclass Journalistiek aan de Erasmushogeschool Brussel waar ik stage liep bij Knack en bij De Tijd. Nu werk ik als internetredacteur.