≈ Twitter en old school blogging

In een goed stuk van The New York Times over @ev van Twitter, de volgende passage tegengekomen:

Mr. Williams left O’Reilly after seven months — “I was bad at working for people,” he says. And in January 1999, at the height of the dot-com bubble, he started his second company, Pyra Labs, with his former girlfriend, Meg Hourihan. Paul Bausch, a friend from high school, soon joined.

The New York Times.

Meg Hourihan* is nu getrouwd met Jason Kottke. Nog zo’n invloedrijke old school blogger.

Er is een tijd geweest in de VS dat de, eh, blogging scene slechts een kleine stad was, waar iedereen elkaar bij naam kende.

Ik vind het fascinerend hoe dat samenspel van strong & weak ties zo’n bloeiende ecosysteem aan interessante en invloedrijke blogs heeft doen ontstaan.

Ik heb overigens nog steeds een hekel aan het woord. Blog. Maar bloggen vind ik de max. Het heeft de manier waarop ik media consumeer voor altijd veranderd.

En ik kan het niet genoeg mensen aanraden. Al is het maar om dan jaren nadien je eerste blogposts te herlezen. Dat is het beste middel om met je beide voeten op de grond te blijven.

* Maar ze is precies niet tevreden over het artikel: “Does the NY Times no longer employ fact checkers? WTF?!?!?”

November 1st, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , ,

≈ The New Twitter, nog beter voor breaking news

Let’s see what’s on the wires.

Why can’t you wait for newspapers like everybody else?

‘Cause I think it’s productive to know today’s news today.

And it makes me one day smarter than you, which I enjoy as well.

Charlie Wilson’s War

De nieuwe homepage van Twitter is precies nog beter geworden om ‘breaking news’ te volgen.

(…) he expects Twitter will be more like Google than Facebook — a destination for quick visits rather than extended time-wasting and engagement sessions. Twitter users come to the service when they have an extra moment waiting in line, and return throughout the day.

Elman (who previously worked at Facebook) said it’s philosophically important for Twitter that the people don’t necessarily know what they’re looking for when they access the service — they just want to be informed.

Liz Gannes, GigaOm

Vroeger konden enkel journalisten relatief efficiënt verschillende nieuwsbronnen volgen via de telex van Belga of van een ander persagentschap.

Zij waren eigenlijk effectief de enige die gemakkelijk een antwoord konden vinden op de vraag: “Wat gebeurt er nu in de wereld?”

We hebben al RSS-gehad, maar dat is eigenlijk nog een stuk te traag. En nu is er Twitter. Waar iedereen zijn eigen ‘telex’ kan samenstellen.

‘Breaking News’, in gelijk welke niche, is aan het democratiseren. En dat betekent dat het moeilijker en moeilijker zal worden daar geld voor te vragen. In de print en online.

September 15th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: ,

≈ Hoe ik meer slaap door Twitter

Vanavond ga ik quizzen met ex-klasgenoten uit het middelbaar, een traditie die al bijna tien jaar standhoudt. En ik weet nu al dat het frustrerend gaat zijn, ongeacht hoe goed of slecht we scoren. Omdat ik niet op antwoorden zal komen. Antwoorden waarvan ik weet dat ik ze weet.

Het houdt me wakker ‘s nachts. Ik kan niet in slaap vallen vooraleer ik nog eens door Netnewswire en Tweetie heb gebladerd of mijn boekenachterstand een hoofdstuk of 3 probeer in te korten. Er zijn veel mensen zoals mij:

3. Real geeks can’t stop doing and thinking what they’re doing and thinking. Remuneration for it does not really enter the equation and holidays do not switch it off.

Belle De Jour.

Rusten dat zit dus niet in mijn karakter. En daar schuilt een gevaar in.

Enkele jaren geleden heb ik heb al eens perioden gehad in mijn leven waar ik door allerhande redenen echt niet kon slapen, weken aan een stuk. Die mentale en fysieke uitputting wil ik nooit meer meemaken.

Afgelopen zomer voelde ik het weer aankomen, dat ik bijna op mijn tandvlees zat om de simpele reden dat ik mezelf te weinig rust gunde.

Toen heb ik vanalles geprobeerd. Veel vroeger in bed kruipen, alle boeken en elektronica uit mijn slaapkamer bannen, in de vooravond sporten zodat ik zeker moe was, enkel nog lichte maaltijden eten en geen volledige zakken chips meer binnenspelen (stresseter). Ik heb de grens getrokken aan stille nacht thee. (Toch bedankt, mama.)

Maar dat hielp allemaal niet. De kwaliteit en de duur van mijn slaap verbeterde niet, ik liep er ambetant van dat ik zo weinig kon lezen en ik voelde me nog altijd moe.

En dan ontdekte ik your.flowingdata na het lezen van enkele artikelen uit Wired over personal metrics. Hoe gaat dat in zijn werk?

Je volgt @yfd op twitter, je logt in op your.flowingdata.com en dan stuur je direct messages op deze manier:

d yfd slept 6 hours at 6:20

Your.flowingdata haalt dat op uit Twitter. Standaard zijn de dashboards met je data privé. Eventueel kan je aparte pagina’s aanmaken die open staan voor iedereen.

Your Flowing Data Dashboard

De reden dat ik het nu post, is omdat een van die Wired-journalisten nu ook in The New York Times Magazine heeft geschreven over personal metrics.

We make decisions with partial information. We are forced to steer by guesswork. We go with our gut. That is, some of us do. Others use data.

En door dat te lezen heb ik me gerealiseerd, hoe goed het werkt. Hoe het tracken van enkele variabelen dankzij de Twitter-integratie mij slechts enkele minuten per dag kost en al zeer snel rendeert.

En het tracken op zich, is precies al genoeg. Omdat ik mij er van bewust van ben hoeveel ik nu echt slaap. Ik durf nog wel eens te weinig slapen.* Maar omdat ik het constant monitor, ga ik er veel gedisclipineerder mee om en compenseer ik veel sneller mijn gebrek aan slaap.

Als je ergens een of ander doel hebt, eender wat: Track het via your.flowingdata met Twitter. Het werkt.

* Minder dan 5 uur.

May 1st, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , ,

§ Misschien is het geen leeg getetter meer

Vooraf: Deze post staat al een week of 2 4 in mijn drafts en iedere keer opnieuw begin ik er aan te prutsen. Het ging eerst over Facebook die een grote bron van trafiek voor nieuwssites wordt. Dan is het een beetje ontspoord. Maar kom, voor de archieven.

Misschien is het omdat Facebook recent 5 jaar is geworden of Google opeens Buzz heeft gekoppeld aan Gmail*, maar de laatste tijd zijn er echt veel artikelen te lezen online en offline waar de ondertoon dezelfde is: “Bloggen, Facebook, Twitter, … Dat is hier precies voor echt. Misschien moeten we ons daar eens serieus mee bezig houden.”

En het is ook voor echt:

Nielsen reports that Internet users worldwide now spend 5.35 hours a month on social networks, up from just three hours a year ago. The social web is the new home page; remember how news sites all put up “make us your home page” buttons just a decade ago. News sites, of course, are lucky to break into double digits — 10 minutes — per month in usage.

(…)

That old newsprint-based serendipity we bemoaned was being lost in the move to web searching and browsing is being reborn. (…) Among this vast infinity of story reading choice, we’re using our friends and colleagues as filters, though the process is still ungainly.

Nieman Journalism Lab.

Matt Haughey, bezieler en oprichter van Metafilter zei enkele jaren geleden al zoiets; dankzij social media heb je de mogelijkheid om een even goede en zelfs betere filter te maken voor informatie die je interesseert, ontroert, doet lachen, etc… dan een krant, magazine, etc…

I don’t read printed newspapers. (…) I generally read at least a couple dozen articles daily though, mostly pointed out by my social circle (people who blog that I follow, twitter users I trust, friends sharing things in Google Reader). Friends are an amazing social filter and the social filter is essentially replicating the water cooler online.

Matt Haughey.

Awe

De meest wijdverspreide tool om artikels, links of andere items te delen, is e-mail. Enkele wetenschappers hebben op basis de statistieken van The New York Times onderzocht, waarom mensen nu net dat artikel en niet het andere naar elkaar doormailen.

Wat hen daarbij opviel, is hoe relatief klein het aandeel van de artikels over seks, geweld, etc… was en hoe populair lange artikels waren over niet voor de hand liggende onderwerpen. Artikels die inspireerden, die zorgden voor de beste respons:

“Emotion in general leads to transmission, and awe is quite a strong emotion,” he said. “If I’ve just read this story that changes the way I understand the world and myself, I want to talk to others about what it means. I want to proselytize and share the feeling of awe. If you read the article and feel the same emotion, it will bring us closer together.”

The New York Times.

Nick Bilton van The New York Times omschrijft het zo:

If someone approached me even five years ago and explained that one day in the near future I would be filtering, collecting and sharing content for thousands of perfect strangers to read — and doing it for free — I would have responded with a pretty perplexed look. Yet today I can’t imagine living in a world where I don’t filter, collect and share.

The New York Times.

Social media & the BBC

Dankzij sites zoals Facebook, Twitter is het aggregeren van interessante links pas echt doorgebroken. Zo is voor veel nieuwssites Facebook al de grootste bron van externe trafiek na Google. Sites zullen komen en gaan, maar het ‘delen’ zal blijven bestaan.

Omwille van die structurele verschuiving in het internetgebruik moeten journalisten bij de BBC zich ondertussen zich quasi verplicht verdiepen in social media.

“This isn’t just a kind of fad from someone who’s an enthusiast of technology. I’m afraid you’re not doing your job if you can’t do those things. It’s not discretionary”, he is quoted as saying in the BBC in-house weekly Ariel.

The Guardian.

Niemand heeft een idee hoe de redactie van de toekomst er echt gaat uitzien. Maar alle werkbare modellen gaan uit van een groter aandeel van geaggregeerde links die het eigen aanbod moeten complementeren.

Door de schaarste van de middelen zullen er meer en meer keuzes moeten worden gemaakt op de redacties in de verhalen die ze zelf maken. Do what you do best and link to the rest, zoals dat heet.

Er zijn bekende voorbeelden van onafhankelijke nieuwssites die al jaren doorgedreven linken, zoals The Huffington Post. Veel journalisten, en bij uitbreiding mediabedrijven, hebben daar vooroordelen over: 1. Aggregeren is volgens hen ‘stelen’; al is er wel iets te zeggen voor een soort richtlijn over citeren. 2. linken naar externe sites (en zeker al naar de concurrentie) is stom, want dan stuur je de bezoeker weg.

Links, met liefde verzameld

Maar ik vind The Huffington Post niet het beste voorbeeld. De Headlines van The Morning News zijn dat. Dat zijn links die met liefde zijn verzameld op nieuwssites, blogs, twitter, etc… Net zoals bij Google kom je iedere keer terug naar die site, om er weer van te willen worden gestuurd.

Ik ben er van overtuigd dat je niet goed kan aggregeren als je niet vertrouwd bent met social media; als je geen rist sites of personen volgt via RSS, Twitter, etc…

Het probleem is dat nog veel te veel journalisten social media, of het internet tout court, echt niet in de vingers hebben en zo’n zaken gewoon weg niet kunnen. (Ik zou er ook graag een stuk beter in willen zijn.) En dat hypothekeert niet alleen hun eigen carrière maar ook de toekomst van hun medium.

Nieuwssites blijven nog te veel doen alsof zij de enige site ter wereld zijn waar iets interessants op is te vinden. Dat is wereldvreemd. Miljoenen mensen delen links met elkaar, dat is geen leeg getetter. Het wordt tijd dat nieuwssites dat ook beginnen te doen.

The implied motto of every paper in the country should be: all the news that’s fit to link.

Steven Johnson

* Mijn meninkje over Google Buzz: Het is in de eerste plaats geen bedreiging voor Twitter of Facebook, maar vooral voor Microsoft (Windows Live) en Yahoo. Facebook is een ander publiek. En Twitter, dat is een soort protocol aan het worden. Het meest elegante aan Google Buzz is de manier waarop je naar een discussie kan linken. Iedere discussie heeft een permalink, zoals een discussie op een forum. Iets wat ik heel erg mis bij Facebook en Twitter.

≈ Google’s Living Stories, meer context en minder losse eindjes

Vooraf: In deze post probeer ik uit te leggen waarom het Living Stories-experiment van Google wellicht een opstapje is naar een nieuwe manier om nieuws te consumeren, een die een nieuwsfeit direct in de juiste context probeert te plaatsen, en daardoor waarschijnlijk functionaliteiten zal pikken van sites zoals Wikipedia, GitHub en Twitter.

Google probeert sinds vorige week een nieuw format uit voor nieuws, haar zogenaamde Living Stories. Voor een aantal thema’s is er een soort ‘topic’-pagina gemaakt die steeds met nieuwe informatie en links up to date wordt gehouden.

Dat gebeurt in samenwerking met The New York Times en The Washington Post. Het resultaat is niet onaardig, maar het is duidelijk dat het project nog in de kinderschoenen staat. Het is een (schuchtere) poging om uit die story-centric worldview te ontsnappen en een nieuwsfeit direct in de juiste context te plaatsen. Iets waar Wikipedia voorlopig wel in slaagt.

Read the rest of this entry »

December 14th, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , ,

≈ Metafilter, conversation is king

Social Media — Two words used to kill newspapers.

Rands in Repose.

Ik moet ergens 14 jaar geweest zijn toen ik voor het eerst eens een uurtje mocht internetten in de plaatselijke bibliotheek. Foto’s van gevechtsvliegtuigen, daar was ik naar op zoek. Om op te slaan op een diskette en die dan thuis op onze pentium 2 166 mHz, 2 gigabyte harde schijf en de volle 128 mb RAM — een iPod Touch of iPhone heeft nu meer vermogen — te zetten.

Het heeft ergens tot in 1999 geduurd voor ik inbel-internet thuis had, tot eind 2002 voor breedbandinternet en pas begin 2004 had ik stabiel internet op kot. We zijn nu halfweg 2009 en ik ben dit jaar nog geen enkele dag offline geweest. Luxe went.

Vóór 2003 vond ik internet redelijk geestig en nuttig. Ik surfte naar CNN op 11 september, las iedere dag — eerst gratis, dan betalend — religieus De Standaard op standaard.be. Voor de rest zat ik maar wat te googlen en te mailen.

Ergens begin 2003 leerde vriend kameraad Joris A. mij Metafilter — en, overigens ook het onderhouden van een persoonlijke frequent upgedate website, ook wel bloggen genoemd — kennen. Vanaf toen werd het Internet redelijk geweldig.

10 jaar Metafilter

Metafilter, een groepsblog waar duizenden (geregistreerde) mensen links posten, is deze week 10 jaar oud. Ik lees de site dus nog maar sinds 2003, en ik heb mij ook nooit lid gemaakt van Metafilter. Toch moest je geen lid te zijn om er te ervaren wat zo zeldzaam is op het internet*: intelligente conversatie tussen mensen die elkaar eens niet voor nazi uitschelden wanneer meningen verschillen.

Intelligent is geen synoniem voor serieus. Een van de recente links gaat over Social Skydiving, een a-sociale computerprogrammeur die zich verplicht 30 dagen lang wildvreemden aan te spreken, dus op Metafilter gaat het nu ook niet precies altijd over de wereldvrede.

Je krijgt het publiek dat je verdient, tweede couplet

Stel je eens voor dat de volledige redactie van om het even welke algemene nieuwssite is geveld door, eh, mexicaanse griep en bezoekers zelf het nieuws moeten maken. Ik betwijfel of je iets zou kunnen krijgen van het niveau en de interactiviteit van Metafilter. Waarschijnlijk eerder iets dat op Zatte Vrienden lijkt, maar dit geheel terzijde.

De reacties op de huidige sites voorspellen immers niet veel goed. Laat er geen twijfel over bestaan; je krijgt het publiek dat je verdient. Redacteurs hebben dus een zware verantwoordelijkheid.

Content is belangrijk, maar conversation is king

Toen een 10-tal jaar geleden de eerste meldingen van blogs en andere vormen van user-generated content in de traditionele media opdoken, kon je geregeld stukken lezen die allemaal antwoorden op 1 vraag: Moeten wij bang zijn?

Het bijna eensluidende antwoord was: “Neen, content is king. Wij hebben betere content die bovendien wordt geproduceerd door professionele journalisten.”

Na het succes van sites zoals Metafilter, Myspace, Facebook, Twitter moet het ondertussen duidelijk zijn: Content is belangrijk, maar conversation is king.

Toeters en bellen

En toch, afgezien van enkele uitzonderingen, gebruiken traditionele media social media enkel als een gratis marketingplatform waar ze hun content en acties kunnen pushen. Social media zijn dus slechts toeters en bellen.

De inspanningen van traditionele media op het vlak van social media zijn nogal schamel in vergelijking met de inspanningen die ze doen op het vlak van multimedia. Iedereen investeert in hoogwaardige beeld- en video-apparatuur.

Iedere traditionele mediasite heeft namelijk de ambitie om uit te groeien tot een soort web-televisiezender waar de advertentietarieven aantrekkelijker kunnen zijn. Kortom, content is nog steeds king.

Conversations starten, maar hoe?

De kans om zelf hét social mediaplatform te zijn, is al lang vervlogen samen met veel inkomsten. Toch mogen we de handdoek niet in de ring gooien. Integendeel.

Nog meer dan hun collega-marketeers moeten journalisten hun bezoekers leren kennen en engageren op de eigen site en op die zogenaamde social media sites.

Zolang we dat niet doen, moeten we niet verschieten dat sites zoals Metafilter of Facebook een superieure gebruikerservaring bieden en bezoekers ons slechts een minuutje of vijf per dag gunnen van hun tijd.

Oh, en de regels om succesvol te zijn in social media zijn verschrikkelijk simpel:

  1. Be Human
  2. Be Honest
  3. Be Aware
  4. Be Everywhere
  5. Show Your Work

We moeten het alleen doen.

* Metafilter is natuurlijk niet de enige aangename plaats op het internet. Er zijn duizenden sites zoals Flickr, Vimeo, FFFFOUND!, Buzzfeed, etc… Al die sites hebben een hoge graad van menselijkheid die traditionele mediasites ferm mankeren.

July 19th, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , ,

≈ De dood van Michael Jackson, Google’s limieten en crowdsourcing

SEOmozBlog heeft proberen te reconstrueren hoe het nieuws van Michael Jacksons hartstilstand en dood zich heeft verspreid op het internet. Er staan zeer interessante dingen in. 1. Het was niet TMZ.com, maar de kleinere niche-site x17online.com die de scoop had. 2. De beheerders van Google News, de berichten en zoekopdrachten over Michael Jackson eerst niet geloofden, en dachten dat hun site werd aangevallen met een hoax. 3. Maar vooral:

Wikipedia is still the fastest news aggregator. It was faster than Twitter and much faster than Google.

Ik zou het precieze verloop wel eens willen bevestigd zien door een onafhankelijk onderzoek. Maar zelfs dan denk ik dat de uiteindelijke conclusie wel overeind zal blijven:

Een zoekmachine — hoe geavanceerd het zoekalgoritme ook is — moet (nog steeds) de duimen leggen voor een menselijke brein. Zeker als verschillende mensen samenwerken zoals dat bij Wikipedia het geval is.

Een computer kan niet denken

Anders gezegd, een mens kan nog steeds sneller oordelen dan een computer of iets “nieuws” is.

Dat lijkt vanzelfsprekend, maar ga eens na bij jezelf. Wat is het eerste dat je doet bij breaking news? De meeste mensen zullen surfen naar hun favoriete nieuwssite of zullen googlen. Hoeveel mensen zouden er zoeken in Twitter of Wikipedia raadplegen?

Traditionele nieuwssites — die in het geval van Michael Jackson in internettijd een eeuwigheid achterop liepen — laten zich niet in met het aggregeren van en linken naar andermans materiaal, omdat: 1. Men de illusie koestert dat de eyeballs zo langer op de eigen site blijven hangen. 2. Aggregeren geen echte journalistiek is.* 3. De (web)redacteurs nog al te vaak worden overweldigd door hetzelfde nieuwsaanbod op het internet waar de gewone bezoeker geen doen aan ziet.

Aggregeren, of we het nu willen of niet

Laat dat overweldigende nieuwsaanbod nu nét een kans zijn om het bestaan van een traditionele nieuwssite te legitimeren. Auteur en journalist Steven Johnson omschreef het zo:

Let’s say for the sake of argument that we can’t. Let’s say it’s just too overwhelming for the average consumer to sort through all the new voices available online, to separate fact from fiction, reporting from rumor-mongering. Let’s say they need some kind of authoritative guide, to help them find all the useful information that’s proliferating out there in the wild.

(…)

Of course, we have thousands of these institutions. They’re called newspapers.

(…)

The implied motto of every paper in the country should be: all the news that’s fit to link.

Zolang wij, eh, journalisten ons niet comfortabel voelen op het internet en intelligent aggregeren, moeten we niet verschieten dat mensen meer en meer — laten we zeggen aan een gemiddelde van 1,3 miljoen pageviews per uur — hun toevlucht zoeken in een medium als Wikipedia.

* Ik vraag mij eigenlijk af hoeveel Amerikaanse krantensites door het succes van The Huffington Post, niet denken: “Hadden wij nu eens een tiental jaar geleden, van onze honderden redacteurs, een journalist en een stagiair vrijgesteld om links naar andermans materiaal te voorzien van ironische commentaar?”

≈ De Obarometer, kwetteren en tetteren is niet web 2.0

De Standaard heeft haar ‘Obarometer’ gelanceerd, een themasite die tweets, blogposts, etc… van politici aggregeert en de populariteit van politici op Google, Facebook, etc… inschat.

Politiek is geen eenrichtingsverkeer meer. Via Facebook, YouTube en Twitter kunnen politici rechtstreeks in dialoog treden met hun kiezers. Wie deze nieuwe kanalen het best bespeelt, creëert op 7 juni misschien de verrassing.

Daarom is er de Obarometer: die laat u op elk moment precies zien hoe de campagne op het Web verloopt.

De website is elegant en clever gemaakt, daar niet van. Ik ben er zeker van dat het niet de bedoeling is, maar de Obarometer zal bij veel mensen het vooroordeel over het nut van al die “Web 2.0”-sites bevestigen: Dat al die social media-zooi één grote praatbarak vormt waar iedereen met te veel vrije tijd naast elkaar kwettert en tettert.

Constant communiceren is inderdaad een onderdeel van Web 2.0, maar het is zo veel meer. In het bijzonder draait het om “elegant organisation”, om een uitdrukking te stelen van Mark Zuckerberg, een van de bedenkers van Facebook.

Elegant organisation

Barack Obama heeft de verkiezingen niet gewonnen omdat hij enkele virale youtube-clipjes had of regelmatig mailde, blogde, twitterde, etc… Zijn website was een echt platform waar zijn supporters zich konden organiseren en werden aangemoedigd om samen te werken. Wired heeft een uitgebreid artikel over de manier waarop de campagne-website van Obama de vrijwilligers beter organiseerde dan die van de Republikeinse tegenkandidaat John McCain:

“The integration of technology into the process of field organizing … is the success of the Obama campaign,” says Dickert, who worked as John Kerry’s chief technology officer for the 2004 campaign. “But the use technology was not the end-all and be-all in this cycle. Technology has been a partner, an enabler for the Obama campaign, bringing the efficiencies of the internet into the real-world problems of organizing people in a distributed, trusted fashion.”

Vlaamse politici kwetteren en tetteren op het internet, dat is al een begin. Ze zouden beter eens in de leer gaan bij mensen die barcamps, twii-wat-is-dat-allemaal organiseren.

Dag in en dag uit organiseren mensen — die elkaar vaak van haar noch pluimen kennen — zich op Facebook, Twitter, etc… om zich te amuseren, gelijkaardige hobby’s uit te oefenen, de wereld te veranderen, etc… Laten we Web 2.0 eens zo invullen.

≈ Trein te laat? Steek ze in brand.

In Argentinië steken ze precies treinen in brand als die te laat komen. Wouter & Melissa, toch maar opletten…

Commuters near Buenos Aires set fire to at least two trains over delays; no word on injuries.

September 4th, 2008  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

≈ Profiel van de uitvinder van Twitter

The Economist heeft in haar kersteditie een portret over de uitvinder van Twitter. Hij is ook bekend als één van de stichters van Blogger en als één van de gangmakers achter Odeo.

December 22nd, 2007  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: ,

Filmpjes

Recente items


Foto's

www.flickr.com

Over mezelf

Welkom op de persoonlijke website van Stijn F. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit Gent. Daarna volgde ik de Masterclass Journalistiek aan de Erasmushogeschool Brussel waar ik stage liep bij Knack en bij De Tijd. Nu werk ik als internetredacteur.

Contact: stijnf apenstaart gmail punt com

Vroeger was ik beter