≈ Even geduld, uw app wordt gedrukt

Als er ergens een nieuw project uit de grond wordt gestampt om, eh, kwaliteitsjournalistiek/slow journalism/longform journalism te redden, dan begint mijn visa-kaart al te zuchten.

De laatste tijd is het apps, apps, apps en nog eens apps wat de klok slaat. Een van de meer recente projecten is The Atavist, opgericht door onder meer journalisten van Wired en The New Yorker.

Via The Atavist koop je journalistieke reportages op een platform naar keuze. Qua lengte schipperen die verhalen ergens tussen een lang magazine-artikel en een boek. De tekst wordt ook verrijkt met multimedia.

Toen ik dit wilde uittesten op mijn iPod Touch, heeft het 3 dagen geduurd eer ik verder raakte dan dit scherm:

The Atavist - Downloading...

Het zijn niet alleen indie-projecten die kampen met performantie-problemen om al die toeters en bellen aan de app-gebruiker te bezorgen. Ook de nieuwe iPad-krant van Rupert Murdoch heeft er last van.

At that point, it’s already a lost cause. There’s nothing the actual content or interface of the app can do to make up for the fact that it takes way too long to see anything at all. Imagine a paper newspaper that was wrapped in an envelope, and the envelope was so difficult to open that it took over a minute before you could see the front page of the issue. Who would buy that newspaper? No one, that’s who. And I suspect that’s who’s going to read The Daily, unless they fix this, and soon.

Jon Gruber, Daring Fireball.

Nick Bilton van The New York Times nam zelfs de proef op de som: print wint.

This morning I decide to try a little experiment: I opened up my iPad, clicked on the little Wired icon and purchased the magazine’s latest digital issue. After I agreed to fork over $4, it began downloading. For the next phase of the experiment, I grabbed my car keys, left my apartment and drove about 12 blocks to a local magazine store in Brooklyn, where I also purchased the latest issue of Wired magazine, this time in print.

Nick Bilton, NY Times.

In essentie gaat het om product design. Uitgevers maken een strategische keuze om apps aan te bieden waar ze de inhoud uit print verrijken met extra’s (weergave van in de print, video, beeld, etc…).

Die keuze zorgt er voor dat die digitale edities snel enkele honderden megabytes bedragen, met alle performantie-problemen van dien voor de gebruiker.

Maar is verrijkt papier dat wat gebruikers willen op hun mobiele toestellen? Zouden ze niet al erg tevreden zijn met een snelle en strakke app die enkel de inhoud weergeeft?

February 5th, 2011  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , , , ,

≈ Het natte vingerwerk in de journalistiek

Ik denk dat deze post nog de sporen draagt van enkele weken mottigheid. Eigenlijk zou deze post in een 4-tal afzondelijke posts moeten uiteenvallen, maar er zit een logica achter. Althans, dat maak ik mezelf wijs. Misschien dat het therapeutisch werkt.

Het is precies een beetje ontspoord.

1. URL-verkorter

De Amerikaanse overheid heeft sinds kort haar eigen URL-verkorter in dienst genomen; go.usa.gov. Een URL-verkorter zoals bit.ly is enorm handig, ook voor de print:*

  1. Ze maken de, meestal, veel te lange links van items op mediasites korter. Duh.
  2. Ze leveren interessante statistieken op.

Verkorters zoals bit.ly leveren een machtige service, maar je houdt beter de verkorte links in eigen beheer. Het zou nogal pijnlijk zijn om in de print volop gebruik te maken van doorverwijzingen van bit.ly terwijl bit.ly op die dag een zware panne heeft of besluit de boeken neer te leggen.

Met andere andere woorden, je bouwt dus beter zelf een URL-verkorter. Gelukkig is dat blijkbaar een fluitje van een cent.**

Wat er nu vaak gebeurt, is het volgende: Aan een artikel in de print wordt een online verlengstuk gekoppeld; een foto-special, reactieformulier, polls, een uitgebreide versie van het artikel, etc… In het artikel wordt verwezen 1. met de url van de homepage, 2. met een handmatige aangemaakte verkorte url of 3. met een (verkorte) url van een rubriek (bv. site/uwmening).

  1. Ergens, en liefst above the fold, moet er een verwijzing staan naar dat item. Daarmee riskeer je dus een bos van buttons en links op uw homepage te creëren. En er zullen altijd bezoekers zijn die over de link zullen kijken.
  2. Vaak een tijdrovende procedure.
  3. Dat is vaak nog een elegante oplossing, meestal valt het aantal verwijzingen uit de print nog mee, zodat het nog redelijk overzichtelijk blijft.

Maar zelf die laatste oplossing heeft een serieuze handicap. Schatten hoeveel mensen nu effectief via de print op dat item komen, blijft min of meer natte vingerwerk. Op dat vlak heeft een eigen URL-verkorter met ingebouwde statistieken een serieus streepje voor.

2. Het buikgevoel

We vertrouwen in de (online) journalistiek nog al te vaak op ons buikgevoel. Bij wijze van spreken moet het zoontje van een hoofdredacteur nog maar net de controller van zijn Wii in de TV hebben gekeild, of er komt eerstdaags een artikel over het gevaar van de Nintendo Wii.

Nu, dat kan nog een leuke reportage opleveren. Het heeft grotere gevolgen als het buikgevoel het haalt op data bij de strategische keuzes van printmedia:

  1. Video: Printmedia zetten zwaar in op multimedia en daarmee bedoelen ze vooral video, en de hogere advertentietarieven die je daarvoor kan vragen. Ongetwijfeld kan je met 1 viraal videoclipje een maand of een week trafiek verzamelen. Maar het falen van een ambitieus project als 702.tv is een indicatie dat er toch best wat realisme aan de dag wordt gelegd.
  2. Paid Content: Ieder mediabedrijf breekt zich op dit moment het hoofd hoe ze bezoekers kunnen laten betalen voor inhoud zonder het bezoekersaantal te decimeren. Het is echter jammer dat veel van die motivaties beginnen met “de lezers betalen voor de print, mits de mogelijkheid zullen ze ook wel betalen op het web”, aangevuld met ruwe data uit een of ander internationaal marktonderzoek.

In mijn ogen is het gebrek aan betrouwbare data de grootste handicap voor een transitie van print naar online, en niet de dalende inkomsten of de technologische achterstand. We varen gewoon blind en kruisen onze vingers dat we niet tegen een ijsberg zullen botsen.

3. Meten is weten

Het globale beeld mag er dan nogal donker uitzien, op een lager niveau ziet het er al een stuk rooskleuriger uit. Via bezoekerstatistieken — dankzij Google Analytics zijn die al een pak toegankelijker geworden — kan een journalist nuttige feedback krijgen over de produceerde items. Zelf ben ik redelijk obsessief in het consulteren van de interne statistieken van de site(s) waar ik voor werk.

Maar je kan nog gedetailleerder te werk gaan. The Huffington Post heeft een mechanisme ontwikkeld waar ze quasi automatisch verschillende titels van een item test. Na een bepaalde tijd wordt de meest aangeklikte versie, de definitieve titel.

Eigenlijk zou je dit op bijna alles kunnen toepassen.

4. Dictatuur van de bezoeker

Het is een terechte vraag of een journalist die zich laat leiden door bezoekersdata, niet zijn onafhankelijkheid opgeeft. Anders gezegd, de computer dicteert de journalist.

Ik vrees dat die toekomst voor bepaalde soorten journalistiek er snel zal komen, zoniet er al is. Wired berichtte onlangs over Demand Media; een bedrijf dat stukken bestelt bij freelancers op basis van een algoritme.

Demand Media has created a virtual factory that pumps out 4,000 videoclips and articles a day. It starts with an algorithm.

The algorithm is fed inputs from three sources: Search terms (popular terms from more than 100 sources comprising 2 billion searches a day), The ad market (a snapshot of which keywords are sought after and how much they are fetching), and The competition (what’s online already and where a term ranks in search results).

Dat lijkt mij nu ook niet meteen een leefbaar model voor kwaliteitsjournalistiek. Maar ik ben liever niet blind voor bezoekersdata of negeer ze liever bewust dan dat ik me in onwetendheid wentel.

Een journalist krijgt zijn publiek door de onderwerpen van zijn stukken. Eens je je onderwerp — beat in het Engels — hebt gekozen, is er niks mis mee bezoekersstatistieken te gebruiken om je lezers nog beter te bedienen.

Ook als journalist heb je de plicht om na te gaan wat werkt en wat niet werkt.

Appendix

* Een tijd geleden waren URL-verkorters en het voordeel voor een betere interactie met de print, ook al het onderwerp van discussie. Mijn geheugen, liever gezegd mijn del.icio.us links, laten mij in de steek.

** Wat is er mis met een handmatig verkorte link aangemaakt door IT, of een functionaliteit om gewoon kortere URL’s (bv. /node/1123/) te maken in het cms? In het eerste geval is dat vaak te tijdrovend, in het tweede geval is dat vaak niet opportuun voor de leesvriendelijkheid van de URL. Hetzij voor de bezoeker, hetzij voor zoekmachines.

October 29th, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , , ,

≈ Mr. Anderson. You believe you are special, that somehow the rules do not apply to you.

Chris Anderson — Beroemd van the long tail theory en auteur van een komend boek over het businessmodel van ‘gratis’ — ziet dat zijn kool-aid niet werkt bij zijn eigen magazine, Wired, waar hij hoofdredacteur van is.

In 2006, Mr. Anderson published “The Long Tail: Why the Future of Business Is Selling Less of More,” arguing that the Internet allows for the sale of an array of niche products rather than relying on blockbusters. In “Free: The Future of a Radical Price,” which comes out in July, Mr. Anderson proposes that businesses can profit from giving some products away rather than charging for them.

From a business perspective, Wired is being hurt by both those phenomena. The Web site is free, but it has not convinced most visitors to subscribe to the magazine. As for the “long tail,” Wired is not big enough to be a can’t-miss advertising buy for national marketers, nor niche enough to have a narrowly defined audience of, say, auto buyers or watch enthusiasts.

De titel komt uit The Matrix.

May 19th, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

» Ja, tararra

‘» Debriefing’ ? Geregeld bookmark ik sneller interessante links, dan ik ze hier kan posten als ‘≈ Terzijdes’. Om die achterstand in te halen, schrijf ik ze af en toe weg in één grotere post. Omdat ik tegen dan vaak al vergeten ben, waar ik de link heb opgepikt, ontbreken de bronvermeldingen. Mijn excuses, maar er is 90 procent kans dat ze van de usual suspects komen: kottke.org, notcot, del.icio.us en digg.

1. Listen to the Gentiles, 2. Question the question, 3. Dare to be silly, 4. Simplify, simplify, 4 vuistregels van Nobelprijswinnaar voor Economie Paul Krugman die overigens recent nog eens heel helder de kredietcrisis samenvatte:

What is the nature of the crisis? The details can be insanely complex, but the basics are fairly simple. The bursting of the housing bubble has led to large losses for anyone who bought assets backed by mortgage payments; these losses have left many financial institutions with too much debt and too little capital to provide the credit the economy needs; troubled financial institutions have tried to meet their debts and increase their capital by selling assets, but this has driven asset prices down, reducing their capital even further.

De Amerikaanse beurs rendeert beter onder Democratische presidenten: 10.000 dollar wordt er ongeveer 300.000; onder een Republikein werd de 10.000 dollar “slechts” 51.000 dollar.

Over dollars gesproken, men is nog altijd op zoek naar een businessmodel voor online nieuws. Jeff Jarvis doet met “New business models for news” een duit in het zakje, ***RIMSHOT*** en breekt in een presentatie een lans voor linkjournalistiek.

Linkjournalistiek oftewel bij het correct verwijzen ook direct linken naar een artikel op een concurrerende website vindt stilaan ingang bij de traditionele media.

(Overigens: een overzicht van de beste, Engelstalige sportartikels volgens sport columnist Bill Simmons. (…) it’s really risky to work hard, because then if you fail you can no longer say that you failed because you didn’t work hard. It’s a form of self-protection. Dat komt uit een van de beste columns — een interview eigenlijk met Malcom Gladwell — van Bill Simmons zelf. Maar dit geheel terzijde.)

Do what you do best and link to the rest, zal meer en meer het motto worden. Dat is ook mijn filosofie — als deze website überhaupt een filosofie heeft –, vandaar dat je hier ook zo weinig originele content, owla managementspeak, ziet verschijnen.

Ik denk dat ik nog steeds geen mission statement voor deze site kan formuleren. Concreet komt het er op neer dat ik del.icio.us gebruik om met Joris links te delen en als ik die links ook met anderen wil delen zet ik het op mijn site.

Over Joris en del.icio.us gesproken. Wij hebben gisteren elk, onafhankelijk van elkaar, een artikel doorgestuurd uit Wired over Soviet science towns, mailde Joris mij enkele weken geleden. Quasi simultaan hebben we dus elkaar via del.icio.us een artikel doorgestuurd over wat er gebeurt als je je hoofd in een werkende deeltjesversneller steekt. Machtig.

Zo veel tralala verkopen omdat een maat hetzelfde interessant vindt, hoor ik collega Freaq denken. Het geluk zit in de kleine dingen des levens, Freaq.

Overigens ben ik vorige week naar How to lose friends and alienate people gaan kijken op het Filmfestival; een amusante film over een Britse journalist die het probeert te maken bij een Amerikaans glossy celebrityblad. Het is gebaseerd op het leven en boek van Toby Young die blijkbaar zwaar heeft geruzied over de soundtrack van de film.

John Hodgman, resident expert in The Daily Show staat op de cover van Wired en online vind je een heel uitgebreid en amusant transcript van een interview met hem. (…) and not only enjoying, but not even thinking for a second that there was anything self-indulgent or wrong about spending your parents’ money without having any thought whatsoever to preparing a career of any kind, then your detection is correct. That is exactly what that period of my life was., John Hodgman over zijn jeugd.

John Hodgman heeft overigens ook nog een reportage geschreven over Battlestar Galactica.

En om af te sluiten: Judoles met Vladimir Poetin.

Filmpjes

Recente items


Foto's

www.flickr.com

Over mezelf

Welkom op de persoonlijke website van Stijn F. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit Gent. Daarna volgde ik de Masterclass Journalistiek aan de Erasmushogeschool Brussel waar ik stage liep bij Knack en bij De Tijd. Nu werk ik als internetredacteur.

Contact: stijnf apenstaart gmail punt com

Vroeger was ik beter