» Op zoek naar centen voor journalistiek (II)

March 17th, 2009  |  Geschreven in » Debriefing

‘» Debriefing’ ? Geregeld bookmark ik sneller interessante links, dan ik ze hier kan posten als ‘≈ Terzijdes’. Om die achterstand in te halen, schrijf ik ze af en toe weg in één grotere post. Omdat ik tegen dan vaak al vergeten ben, waar ik de link heb opgepikt, ontbreken de bronvermeldingen. Mijn excuses. Ook voor de lengte van deze post. Het spreekt ook voor zich dat enkel ik, en bijvoorbeeld niet mijn werkgever, verantwoordelijk ben voor wat ik hier schrijf.

Vandaag raakte bekend dat de (failliete) Amerikaanse krant The Seattle Post-Intelligencer een doorstart maakt als website. De ‘krant’ zal dus enkel online verschijnen en de redactie werd daarvoor quasi gedecimeerd. Van een kleine 200 journalisten zullen er nog 20 overschieten. En voor wie er nog aan twijfelt, die zullen alles moeten kunnen:

We don’t have reporters, editors or producers—everyone will do and be everything. Everyone will write, edit, take photos and shoot video, produce multimedia and curate the home page.

De meeste van de weerhouden journalisten zouden ook jonger zijn dan 40 jaar. Kijk, ik vind dit een drama dat er zoveel ervaring verdwijnt uit de journalistiek. Op de redactie zit ik op een armlengte van iemand die 25 jaar ervaring heeft en even verder zitten er journalisten die nog méér kilometers op de teller hebben. Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik nog iedere dag van hen leer.

Het mag dan nog niet zo slecht gaan als in de Verenigde Staten — ook hier is The great restructuring begonnen: kleinere redacties en meer redacteur-fotografen in plaats van beroepspersfotografen.

Ik heb sympathie voor de acties van de journalistenbond en de persfotografen, maar die acties zijn niet meer dan achterhoedegevechten. De ‘nieuwe’ journalist zal minder collega’s hebben, meer een generalist moeten zijn dan een specialist en niet bang mogen zijn van foto-, audio-, en video-bewerking. Ik vrees dat sociale acties en overleg bitter weinig aan dit scenario zullen veranderen.

Het ziet er ook naar uit dat dit proces zich eerder vroeger dan later zal voltrekken. Het is daarom jammer dat er op sectoraal niveau te weinig wordt gepraat over de heroriëntering en bijscholing van de bestaande journalisten. Het blijft meestal bij workshops van een uur of 3 over onderwerpen als “efficiënter zoeken op het internet”.

Een betere en structurele manier zou zijn om die journalisten die niet zo vertrouwd zijn met online journalistiek en internet terug naar de schoolbanken te sturen, voor een maand of zo. (Laat interim-krachten, eventueel (deels) gesubsidieerd door de overheid, dan even hun plaats in nemen.) Zo gaat die broodnodige ervaring van die (oudere garde) journalisten niet verloren en doen beginnende journalisten ervaring op in de media.

Overigens mocht ik verantwoordelijk zijn voor een opleiding journalistiek in het hoger onderwijs, ik denk dat ik serieus zou overwegen om in de toelatingsvoorwaarden te schrijven dat een kandidaat-student al minstens een jaar een actieve blog moet hebben, een basiskennis heeft van html en css en weet dat je met Facebook meer kan dan enkel het lief van een vriend te veilen of tetris te spelen. Maar dit terzijde.

Meer links, after the jump.

The Seattle Post-Intelligencer is niet de eerste Amerikaanse krant in 2009 die de persen heeft stilgelegd. Van The Rocky Mountain News werd recent ook het laatste exemplaar gedrukt. Daar willen de ontslagen journalisten echter op een zelfstandige basis verder gaan met een website. (In Seattle is de doorstart met een website het initiatief van de uitgever.) Ze rekenen daarvoor op de donaties van de vroegere abonnees van hun krant. Er zullen wellicht nog veel van die initiatieven volgen.

De Amerikaanse krant The New York Times experimenteert met lokale (stads)blogs.

Ondertussen is men ook bezig met het ontwikkelen van nieuwe en effectievere internet-advertenties.

Waarom journalisten zich niet meer in een ivoren toren kunnen opsluiten.

That’s no longer an option. We must be people. If we’re on Facebook or Twitter, let’s open up our profiles. If someone comments on a story, respond to them. These are basic principles that most bloggers abide by. We have to as well.

The Gazette, een krant in de Amerikaanse staat Iowa, heeft ondertussen haar redactionele structuur compleet veranderd. De print-workflow verliest er haar dominantie.

“We will have an independent organization which I lead focused exclusively on developing content from our professional journalists as well as from the community.”

5 tips om een burgerjournalistiek-project te doen slagen.

Een verklaring voor het succes van Politico.com (een van de succesvollere journalistieke start-ups in de Verenigde Staten). De website exploiteert maximaal het virale karakter van het internet, met catchy titels en inleidingen en sensationele quotes. (Politico heeft ook 4 voltijdse krachten in dienst die niets anders mogen doen dan de items van Politico naar concurrerende media, blogs, etc… te sturen. De link naar dat artikel ben ik echter kwijt.)

In the Internet-age, by contrast, what matters is not the container, but the news nugget, the blurb, the linkable atom of information.

En om af te sluiten Steven Johnson, auteur van onder meer The Ghost Map, wijst er op welke inhoudelijke verrijking het internet voor de journalistiek is ( al kan niemand echt voorspellen hoe al die journalistiek zal worden ondersteund).

Sites like Talking Points Memo and Politico did extensive direct reporting. Daily Kos provided in-depth surveys and field reports on state races that the Times would never have had the ink to cover. Individual bloggers like Andrew Sullivan responded to each twist in the news cycle; HuffPo culled the most provocative opinion pieces from the rest of the blogosphere. Nate Silver at fivethirtyeight.com did meta-analysis of polling that blew away anything William Schneider dreamed of doing on CNN in 1992.

Het volledige artikel is trouwens een aanrader.

Trefwoorden: , ,

Comments are closed.

Filmpjes

Recente items


Over mezelf

Welkom op de persoonlijke website van Stijn F. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit Gent en ik werk als journalist voor het financieel-economische weekblad Trends. Ik schrijf voornamelijk over technologie(bedrijven) en supermarkten.

Contact: stijnf apenstaart gmail punt com