≈ Eindredactie bij The New Yorker

December 26th, 2009  |  Geschreven in ≈ Terzijdes  |  1 Reactie

Bij The New Yorker worden de stukken gelezen door (minstens) een 7-tal paar ogen.

Basically, on the day a piece closes, you read it, and give the editor your query proof, which will also contain the queries of a second proofreader, and after the editor has entered all the acceptable changes and sent the new version to the Makeup Department, you read that new version. There will sometimes be a “closing meeting,” when the editor, the writer, the fact checker, and the O.K.’er sit down together over the page proof and discuss final changes. The O.K.’er then copies these changes onto a pristine proof called the Reader’s to keep the paper trail and enters them into the electronic file, and sends the revised piece back to Makeup. The next version is read against the Reader’s proof by another layer of proofreaders, the night foundry readers. The system is full of redundancy and safety nets.

Mary Norris

Op het einde van het interview verklapt ze ook enkele spellingsflaters van journalisten bij The New Yorker.

Trefwoorden: ,

Reacties

  1. Stijn Debrouwere zegt:

    December 26th, 2009 om 15:59 (#)

    Een stuk zo vaak nalezen betekent niet noodzakelijk dat het foutloos zal verschijnen. Ik denk dat het bij de WaPo was (?) dat ze het eindredactieproces afgeslankt hebben om elke reviewer een groter verantwoordelijkheidsgevoel te geven. Bij een proces als dat van de New Yorker kan je immers nogal snel denken “ach, ik ga er eens snel over, na mij passeert dit stuk toch nog langs een man of zeven”. Zoals altijd, kwantiteit is geen kwaliteit 🙂

Filmpjes

Recente items


Over mezelf

Welkom op de persoonlijke website van Stijn F. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit Gent en ik werk als journalist voor het financieel-economische weekblad Trends. Ik schrijf voornamelijk over technologie(bedrijven) en supermarkten.

Contact: stijnf apenstaart gmail punt com