Archive for May, 2010

≈ Obstakels voor een context-gerichte nieuwssite

Stijn Debrouwere schetst in Hoe ik het nieuws graag zou lezen zijn ideale nieuwssite. Een die de waan van de dag loslaat en die de gebruiker toelaat het nieuws te begrijpen en te kaderen in plaats van het domweg over zich heen gestort te krijgen.

Het komt zeker in de buurt van mijn ideale nieuwssite

Veranderen hoe we een nieuwswebsite structureren en opbouwen draait net om meer doen met minder. Je laat je inhoud niet éénmaal renderen (op de dag van publicatie) maar drie of vijf of tien keer, als deel van databanken, van tijdslijnen, van interactieve kaarten, van achtergrondverhalen en topic pages.

Maar omm daar te raken moeten er nog veel obstakels worden overwonnen. Onder meer:

Bij journalisten

  1. Stijl. Journalisten zijn gewend om te schrijven en te denken in klassiek geworden formats als oprolbare nieuwsbericht, het interview, de reportage etc…

    Het schrijven van een topic-pagina à la Wikipedia is een genre apart, en valt niet te vergelijken met het schrijven van een achtergrond-artikel.

    Kijk overigens maar eens hoe veel moeite hebben sommige journalisten met het concept ‘bloggen’. Dat heeft vaak meer weg van een langgerekte monologue intèrieur.

  2. Vooroordelen. Ze zullen het niet altijd willen toegeven, maar de veel printjournalisten geloven eigenlijk dat er geen serieuze journalistiek mogelijk is op het internet.

    Ze kunnen zich nog net verzoenen met een model waar de site van het medium wordt gebruikt om inhoud te teasen of een primeur niet door een concurrent te laten inpikken.

    Maar in hun ideale wereld lees je de eerste feiten online, de duiding en analyse lees je in de print.

  3. Tijd en discipline om in metadata en relaties te denken. Alle journalisten houden van verhalen vertellen, maar daarvoor zijn ze nog geen fan van metadata.

    Uit eigen ervaring weet ik hoe moeilijk het is journalisten te overtuigen van de voordelen van (eenvoudige) metadata; zoals de plaats waar een gebeurtenis zich afspeelt.

    Bij topic-gerichte journalistiek moet ze niet alleen metadata ingeven, ze moeten ook meedenken. “Moet ik dit niet in een apart item gieten. Hoe koppel ik dit aan elkaar?” Al die zaken vergen tijd en discipline. Journalisten hebben nu niet bepaald tijd over.

  4. Het concept. De mentale switch die je moet maken bij topic-gerichte journalistiek is wellicht het grootste obstakel.

    Een topic-pagina is nooit ‘af’, vandaar dat Google haar experiment Living Stories heeft genoemd of de hyperlokale Amerikaanse startup TBD zichzelf omschrijft als een daad van continous journalism:

    The traditional news culture is that you don’t publish or broadcast a story until all the questionas are answered, all the t’s crossed and i’s dotted. (…) But TBD will never be a finished product. (…) We’ll always be in motion: constantly updating, improving and evolving; seeking more details, reaction or community conversation.

    (De site is er nog niet, maar het ziet er naar uit dat TBD voorlopig met een blog-achtige format zal werken.)

    Nu is het vaak zo dat journalisten een stuk laten ‘rusten’ omdat het nog niet ‘af’ is. Bij topic-gerichte journalistiek valt die afweging grotendeels weg.

    De meeste journalisten zijn overigens gewend stuk na te stuk produceren, zonder echt na te denken hoe al de elementen uit hun stukken zich tot elkaar verhouden. Tekstkakkers, zoals men zichzelf al eens durfde te noemen op mijn vorig werk.

    Online journalistiek wordt bovendien vaak gezien als een soort psychedelische vorm van printjournalistiek; nerveus en chaotisch. In die verengde visie gaan journalisten er van uit online journalistiek van hetzelfde laken een broek is. Printjournalistiek op speed.

    Maar dat is het net niet, online journalistiek kan een veel rijkere vorm van journalistiek zijn. Als je het toelaat.

Voor alle duidelijkheid, zelf ben ik naar mijn goesting nog te verwijderd van de juiste mindset om dergelijke journalistiek goed te kunnen doen.

Nieuwe versus verouderde informatie

Nog meer dan bij een traditoneel nieuwsbericht zal er op een topic-pagina een spanning aan de oppervlakte komen; die tussen de ‘nieuwe’ en de ‘oude’ (maar nog relevante) informatie. Het is het read-state probleem dat voor iedere gebruiker, van een leek tot een expert, kan verschillen.

Bij het tradtionele, korte (en goedgeschreven) nieuwsbericht — dat voorlopig het gros van de journalistieke productie bedraagt op nieuwssites — is er eigenlijk vooral ‘nieuwe’ informatie, of ze is toch direct herkenbaar.

Ongeacht of je het stuk nu echt begrijpt of niet. Je kan direct het ‘nieuws’ ontwaren, dat wat in de titel en in de inleiding staat. Zo zijn we geconditioneerd geraakt omdat de berichtgeving meestal hetzelfde stramien volgt.

Bij een topic-pagina ligt dat al veel moeilijker. “Wat is er bijgekomen, heb ik dit al gelezen, etc?”, dat zijn de vragen die je je bij een topic-pagina stelt.

Zo’n universeel concept als het oprolbaar nieuwsbericht, is er nog niet voor een topic-pagina.

De manieren waarop topic-pagina’s dat verschil nu proberen aan te duiden, vallen uiteen in enkele typen:

  1. Verrijkte tagpagina’s. Tagpagina’s met 1 of 2 inleidende artikels er boven, zijn nu de meest voorkomende vorm van topic-pagina’s. En eigenlijk is dat steeds een beetje van een zwaktebod. In feite worden alle artikels die een beetje over hetzelfde thema gaan op 1 pagina gedumpt, zonder al te veel context. Het succes van zulke tag-pagina’s hangt af van de kwaliteit van het inleidende artikel.
  2. Tijdslijnen. Google’s Living Stories en een item zoals dat van Propublica over het politiegeweld in de nasleep van de orkaan Katrina in New Orleans, maken gebruik van een tijdslijn om de verschillende feiten in een verhaal te ordenen. Dat werkt tot op een bepaald niveau, maar een te gedetailleerde tijdslijn schrikt af en schiet zijn doel voorbij.

    Het centrale content type in Living Stories zijn events. Aan die events kan je prioriteiten toekennen en enkel de hoogste prioriteit komt terecht op de tijdslijn (de rode draad doorheen Living Stories). Maar zoiets werkt slechts tot op een zeker niveau.

  3. Wikipedia. Bij een traditioneel Wikipedia-artikel is de structuur min of meer de volgende: Je hebt een inleiding die zo goed mogelijk het onderwerp probeert samen te vatten en bij updates wordt daar ook al kort het ‘nieuws’ vermeldt. Daarna wordt meestal thematisch gewerkt. Bij een persoon; carrière, bio, etc… Voor een belangrijke gebeurtenis in het leven wordt er meestal een apart onderdeel gemaakt.

    Dat format werkt zeer goed voor een leek. Voor een expert die het onderwerp volgt en waarvan we hopen dat die regelmatig die pagina bezoekt, is het omslachtig voor hem om uit te maken wat nieuws is.

Bij topic-gerichte journalistiek moet je er dus in slagen aan te duiden wat er ‘nieuw(s)’ is voor de gebruiker en dat terwijl de hoeveelheid informatie waaruit de gebruiker het nieuwe voor zichzelf moet filteren substantieel is vergroot.

Bovendien is de drijfveer van de gebruiker altijd om zo veel mogelijk relevantie informatie te verwerken op een zo efficiënt mogelijke manier.

Een slecht opgebouwde topic-pagina kan zowel een leek als een expert afschrikken. En dan zijn we terug bij af.

Facebook

Ik denk dat er nog steeds geen bevredigende oplossing is gevonden voor het converteren van leken naar ‘fans’, experts, etc… die een topic-pagina blijven volgen.

Ik heb al eens een lans gebroken voor de manier waarop versiebeheersystemen zoals GitHub werken.

Het is een elegant model waar je met korte commits kan laten weten hoe je het hoofddocument hebt aangepast. Een topic-pagina zou eigenlijk op dezelfde manier moeten werken.

Maar misschien moeten we nog een beetje verder gaan.

Als we trefwoorden verlaten en uitgebreidere taxonomiën beginnen uit te werken, kunnen we misschien naar het volgende model gaan:

Dit is een pastiche van The Atlantic op Facebook. Stel je eens voor dat je een activiteitenfeed hebt op je site. Een die niet gewoon aanduidt welke artikelen online zijn verschenen, maar een die op een gedetailleerdere manier aanduidt wat er met het nieuwsfeit, persoon, land, etc… aan het gebeuren is. Met updates die steeds terug verwijzen naar de topic-pagina. Zou dat geen nieuwssite zijn die je keer op keer zou bezoeken?

Facebook gebruikt een verschrikkelijk efficiënt model, de newsfeed, om jou en je vrienden in te lichten over elkaars doen en laten. In zo weinig mogelijk tijd verwerk je gigantisch veel informatie.

En dat is net wat je met topic-gerichte journalistiek probeert te bereiken. Je wil iedere leek boeien, de vrees wegnemen dat het allemaal veel te ingewikkeld is en er een expert van maken die het onderwerp op de voet kan volgen op jouw website.

May 24th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

≈ De iPad-strategie

Als je de vele geruchten en berichten mag geloven dan is zowat iedere uitgever zich op dit moment dubbel aan het plooien om zo zo snel mogelijk hun krant of magazine in app-vorm te klaar te stomen voor de iPad.

En dat is eigenlijk bijzonder risicovol:

  1. Apple roomt 30 procent af bij de verkoop van apps en nog eens een fors percentage bij het gebruik van hun ‘iAds’. Uitgevers hebben ook veel te weinig controle hebben over hun app in vergelijking met hun website.
  2. Het aantal iPad’s zal al bij al meevallen. Zeker in het licht van het aantal computers en smartphones.
  3. De browser op de iPad zal de grootste concurrent zijn van de meeste apps.
  4. Dat andere tablets wellicht ook met andere standaarden zullen werken voor eventuele app-stores. Bij het volgende platform zullen uitgevers dus quasi van nul moeten herbeginnen. Sites, zoals bv. Pictorymag en The Bold Italic, zullen er op elk platform min of meer hetzelfde uitzien zonder al te veel moeite.

En toch hopen veel uitgevers dat iPads, andere tablets en e-readers hun businessmodel van algemene informatie die grotendeels betalend is, kan redden.

En dan vraag je je af waarom? Waarom verbinden uitgevers hun lot aan een gadget en aan een platform waar ze eigenlijk te weinig vat op hebben en het bovendien niet zeker is of gebruikers hun browser zullen inruilen voor een app?

Volgens mij heeft het met het volgende te maken:

  1. Het is een gadget. Ik heb volwassen mensen, ook journalisten, met kinderlijke verbazing en verwondering een iPad — een rechthoekig stuk alminium en glas — zien aanraken. Dat zal bij veel gebruikers niet anders zijn.
  2. Het oogt vertrouwd. Toen Steve Jobs de iPad voorstelde, stelde hij die voor terwijl hij in een sofa zat. Vervang de iPad door een krant of een magazine, en het is aloude, vertrouwde beeld.
  3. Apps kunnen er hetzelfde uitzien als print-producten. Nog een vertrouwd beeld (voor uitgevers) is dat je met apps het concept en de gebruikerservaring van de print kan imiteren. Apps van The New York Times en The Wall Street Journal hebben meer weg van de print dan van een website. Ze zijn ook eindig. In een browser kan je doorklikken tot in het oneindige. In een app zal je sowieso ooit eens door de artikels van de krant of het magazine zijn. (Tenzij de app een ingebouwde browser heeft.)
  4. Website versus app. Apps zijn doorgaans rensponsiever en kunnen meer de mogelijkheden van het platform uitbuiten dan de website die in de browser wordt vertoond.
  5. Comfort. Het is een aantrekkelijk idee om gewoon je volledige magazine- en krantencollectie op een tablet te hebben in plaats van die papier te moeten meezeulen.
  6. Apple-account. Ik verbaas mij telkens over het gemak waarmee je op de iPhone/iPod Touch voor of binnen apps kan betalen. Of je nu Tweetie for iPhone koopt, Instaper Pro of een editie binnen de app van Esquire; je moet enkel nog eens het(zelfde) wachtwoord ingeven en binnen de spreekwoordelijke minuut ben je vertrokken. De meeste mensen hebben veel meer koudwatervrees om hun adres- en bankgegevens toe te vertrouwen aan een nieuwssite of andere sites. Bovendien is het registratie- en betalingsproces er vaak veel omslachtiger.

Die gebruiksvriendelijke manier van betalen is volgens mij het belangrijkste punt waarom de iPad zo aantrekkelijk is voor uitgevers.

Ik denk dat heel veel van het gedrag van apps zal kunnen worden geëmuleerd met html, css en javascript. Maar het gemak waarmee je micropayments doet binnen een gesloten platform als de app-store, is moeilijker te imiteren.

Zelfs al mochten Vlaamse uitgevers tot een gezamenlijke standaard voor registraties en betalingen komen en je met dezelfde login een artikel of dagpas op de verschillende nieuwssites zou kunnen kopen, dan nog is de handicap tegenover een gesloten platform als de app-store niet weggewerkt.

Daar kan ik met 1 login alles kopen.

Innovatie zonder inkomsten uit de print te verliezen

Los van het feit of de app kwalitatief genoeg zal zijn, zit er toch nog een vreemde kronkel in de redeneringen

‘Het is echter niet onze bedoeling een verschuiving van print naar digitaal in de hand te werken. We willen de lezer niet de ene of de andere richting uitduwen.’

De Standaard.

E-readers en andere tablets zijn de toekomst, maar eigenlijk willen we niet dat lezers massaal hun printabonnement inruilen voor een iPad-abonnement. Dat is eigenlijk wat de meeste uitgevers zeggen.

Vandaar ook de reden waarom de meeste uitgevers het afgelopen jaar de handrem hebben opgezet bij het doorplaatsen van print-artikels op de gratis toegankelijke onderdelen van hun sites.

Misschien zitten uitgevers gewoon in fase 3 — onderhandelen — van het rouwproces, maar een digitale transitie zal niet anders dan een vermindering van de inkomsten uit de print betekenen. Innovatie is immers creatieve destructie.

Enkele jaren geleden was de iPod mini de best verkopende mp3-speler van Apple. Steve Jobs schrapte de lijn volledig en introduceerde de iPod Nano.

Willen lezers wel de krant lezen op de iPad?

Je gaat de krant kunnen lezen in min of meer dezelfde vertrouwde vorm zoals je hem nu al kunt lezen op papier ( of in het pdf-formaat op de site). Op die manier zullen de apps gemarketed worden.

Maar willen lezers dat wel? Op een tablet zijn ze slechts een seconde verwijderd van hun browser waar ze de site van de krant kunnen oproepen, of die van een concurrent.

“We hadden de lezer nooit gewend mogen maken aan gratis informatie”, klinkt het vaak bij uitgevers. Misschien wel. Maar eigenlijk doet dat er niet toe. De echte sea change is dat lezers door het internet een compleet ander verwachtingspatroon hebben: Dat van ‘Nu’.

Als bezoeker van een nieuwssite wil je ‘nu’ (en zo efficiënt mogelijk) weten hoe zit het met de verkiezingscampagne. Online wil je ‘nu’ weten op hoeveel maitresses de teller van Tigers Woods staat. Online wil je ‘nu’ weten hoe het er aan toegaat in De Ronde van Frankrijk.

De tolerantie voor (licht) verouderderde en onvolledige informatie is sterk verminderd bij gebruikers. Hoe uitgevers daar mee omspringen bij het ontwerpen en verkopen van hun iPad-apps zal bepalend zijn voor het succes van hun e-readerstrategie.

May 16th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes

≈ En het internet heeft dat allemaal kapot gemaakt

Weet je nog, de jaren ’90? Toen cd’s nog 900 frank kostten, Humo en Stubru u vertelden wat cool was en het leven als tiener niet gemakkelijker kon zijn door sociale druk: je luisterde of naar hiphop, of naar rock, of naar house, etc…

Toen je wel 2 keer nadacht bij het kopen van die cd van Sting omdat die wel erg ging opvallen tussen uw cd’s van The Beastie Boys? Neen, je moest dat stiekem doen.

En nu kom je zoiets geregeld tegen:

Sting, Lady Gaga, Elton John, Shirley Bassey, Debbie Harry en Bruce Springsteen die Don’t stop believin van Journey coveren.

Ik heb geen doctoraat in, eh, de appetijt van het publiek naar muzikale samenwerkingen over de genres heen, maar soms denk ik dat het internet — met zijn mashup-cultuur en waar iedere genre slechts een muisklik is verwijderd — dat hokjesdenken compleet kapot heeft gemaakt.

Het moet nu tegelijkertijd angstaanjagend en geweldig zijn, om een eigen smaak te ontwikkelen als tiener. Er zijn te veel dingen om cool te vinden.

Het internet heeft dat allemaal kapot gemaakt, en dat is geweldig.

May 14th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

» Links voor 11 mei

Aanrader: The Atlantic brengt een overzicht van de pogingen van Google om de journalistiek te redden: interessante ideeën (onder meer over overhead kosten bij online-advertenties en vaststelling dat alle media hetzelfde nieuws brengen), maar weinig verrassende zaken voor, eh, journo-nerds.

People in our community send us signals about their interests all day long and most go ignored.

Google Agenda van conferenties over de toekomst van de journalistiek™.

It’s that same habit: building systems to break big problems into small tasks. Interessante discussie over de parallellen tussen journalisten en programmeurs tussen voornamelijk journalist-programmeurs.

Journalists don’t all need to be able to write programs, but the ability to think like a programmer is an invaluable skill. Martin Belam, informatie-architect bij The Guardian over IT-kennis bij journalisten. Hij geeft overigens handige tips voor licht-gewicht computer assisted reporting.

Volgens een ex-manager van Microsoft moeten media-sites, lokale nieuwssites in het bijzonder, zich toeleggen op group buys en lessen trekken uit het succes van sites zoals Groupon.com.

It’s a terrible way to read a story, and unless you’re an absolute long-form diehard or the piece is about someone in your immediate family, you’re not going to put up with it. Bedenkers van Longform.org haten artikels die zijn opgesplitst in pagina’s.

Current e-reader owners are also more likely to hold favorable attitudes on the value of magazines.

Non-profit nieuwssite Texas Tribune evalueert haar bezoekercijfers na een halfjaar: 1 op 3 pageviews gaat naar hun databases.

Las Vegas Sun heeft een monitor in haar redactie waar ze live de clicks op hun website kunnen zien passeren.

Maak goede infografieken in 7,5 stappen.

≈ Snel Facebookstatistieken van een URL opvragen

Ik hoop keihard dat er een elegantere oplossing voor bestaat, maar soms wil je gewoon snel de Facebookstatistieken weten van een URL. Daarom heb ik snel een bookmarkelet gemaakt.

Sleep deze link naar uw browser toolbar.

Dan krijg je xml die in de meeste browsers automatisch in een soort code-view wordt getoond.

Enfin, iemand die echt kan programmeren, zou er een deftige bookmarkelet van kunnen maken.

Update: Je moet dus een bookmark toevoegen met de code: javascript:window.open(‘http://api.facebook.com/restserver.php?method=links.getStats&urls=’+location);void(0)

Maar de oplossing van Mathias Bynens is beter: http://mathiasbynens.be/demo/facebook-link-stats?q=http://www.google.com/ Merci!

May 6th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags:

» Links voor 6 mei

Newsweek staat te koop. Interview met hoofdredacteur Jon Meacham in The Daily Show: deel 1 & deel 2.

It’s never been print vs. web – it’s attention vs. apathy. Community & user generated content-guru Derek Powazek geeft 5 tips aan het noodlijdende Newsweek.

Hoe de (geniaal eenvoudige) factcheck-site Politifact de kwaliteit probeert beschermen bij schaalvergroting: training, training.

Checklist om breaking news te verspreiden. En tips om breaking news via Twitter te verspreiden.

For the month of April, according to Mr. Smith, The Atlantic brought in more revenue from digital advertising than it did from print. The Atlantic legt zich ook meer en meer toe op events.

Gulf Oil Spill FAQ: What Happened, What May Have Caused it, and Who’s Responsible. Zo eenvoudig moet een explainer zijn.

Every single time something new comes out and people wonder what’s the killer app, the answer is the same. It’s the Web every time. The boring old Web. Nick Denton van Gawker, Gizmodo, etc… over de iPad.

Slechts 3200 van de 64.000 actieve gebruikers van de iPad-app van The Wall Street Journal kiezen voor de betalende, premium optie.

Thesis over de beste prijszetting voor een nieuwssite.

There are enough people out there doing that for free that it has become harder to get paid for it. De legendarische film-criticus Roger Ebert over het verdwijnen van de beroeps-recensent.

People come back to places that send them away. Memorize that one. Een post, een klassieker, van Dave Winer die ik pas recent heb gelezen.

I’m seeing an exodus of digital leaders from media cos. I think it’s because print won. When the going got tough, the innovative got going. Jeff Jarvis over de vele personeelwissels bij de online-onderdelen van mediabedrijven.

» Links voor 4 mei 2010

BBC wil het aantal uitgaande clicks vanuit haar website verdubbelen, en legt een quotum op van 1 externe link per item.

The concept of displacement–of a web user abandoning one web site in favor of another–is not supported by this data. Onderzoek(je) naar het effect van het opstarten van een hyperlokale site in Oakland op andere lokale sites.

The most immediate business goal of all Condé Nast websites is to generate print subscriptions. Het kan misschien nogal kortzichtig overkomen, maar Blake Eskin van The New Yorker zegt tenminste waar het op staat.

The fact that Hourly Press is powered by attention, which is inherently scarce, unlike clicks, is terribly powerful.

Superuser, Moderator, Networker. The Huffington Post introduceert badges voor haar lezers.

Mobile advertising, en location-based advertenties in het bijzonder, zijn veel effectiever dan advertenties op websites.

When you ask for a share of the consumers’ wallet, the individual will not measure their return by how many pieces of content they read, but by the value that they received in greater knowledge and that value can be quantified by how many of those consumers become your best promoters. Chief Digital Officer van de Amerikaanse uitgeverij Gannet in een afscheidsbrief.

All of these publications’ Web sites are all far better than their apps—and on an iPad, hello, the Web is just a screen-touch away.

Help.hackshackers.com, mijn nieuwe favoriete site ooit™, naast Hot Chicks at Art Openings natuurlijk.

≈ Hoe ik meer slaap door Twitter

Vanavond ga ik quizzen met ex-klasgenoten uit het middelbaar, een traditie die al bijna tien jaar standhoudt. En ik weet nu al dat het frustrerend gaat zijn, ongeacht hoe goed of slecht we scoren. Omdat ik niet op antwoorden zal komen. Antwoorden waarvan ik weet dat ik ze weet.

Het houdt me wakker ‘s nachts. Ik kan niet in slaap vallen vooraleer ik nog eens door Netnewswire en Tweetie heb gebladerd of mijn boekenachterstand een hoofdstuk of 3 probeer in te korten. Er zijn veel mensen zoals mij:

3. Real geeks can’t stop doing and thinking what they’re doing and thinking. Remuneration for it does not really enter the equation and holidays do not switch it off.

Belle De Jour.

Rusten dat zit dus niet in mijn karakter. En daar schuilt een gevaar in.

Enkele jaren geleden heb ik heb al eens perioden gehad in mijn leven waar ik door allerhande redenen echt niet kon slapen, weken aan een stuk. Die mentale en fysieke uitputting wil ik nooit meer meemaken.

Afgelopen zomer voelde ik het weer aankomen, dat ik bijna op mijn tandvlees zat om de simpele reden dat ik mezelf te weinig rust gunde.

Toen heb ik vanalles geprobeerd. Veel vroeger in bed kruipen, alle boeken en elektronica uit mijn slaapkamer bannen, in de vooravond sporten zodat ik zeker moe was, enkel nog lichte maaltijden eten en geen volledige zakken chips meer binnenspelen (stresseter). Ik heb de grens getrokken aan stille nacht thee. (Toch bedankt, mama.)

Maar dat hielp allemaal niet. De kwaliteit en de duur van mijn slaap verbeterde niet, ik liep er ambetant van dat ik zo weinig kon lezen en ik voelde me nog altijd moe.

En dan ontdekte ik your.flowingdata na het lezen van enkele artikelen uit Wired over personal metrics. Hoe gaat dat in zijn werk?

Je volgt @yfd op twitter, je logt in op your.flowingdata.com en dan stuur je direct messages op deze manier:

d yfd slept 6 hours at 6:20

Your.flowingdata haalt dat op uit Twitter. Standaard zijn de dashboards met je data privé. Eventueel kan je aparte pagina’s aanmaken die open staan voor iedereen.

Your Flowing Data Dashboard

De reden dat ik het nu post, is omdat een van die Wired-journalisten nu ook in The New York Times Magazine heeft geschreven over personal metrics.

We make decisions with partial information. We are forced to steer by guesswork. We go with our gut. That is, some of us do. Others use data.

En door dat te lezen heb ik me gerealiseerd, hoe goed het werkt. Hoe het tracken van enkele variabelen dankzij de Twitter-integratie mij slechts enkele minuten per dag kost en al zeer snel rendeert.

En het tracken op zich, is precies al genoeg. Omdat ik mij er van bewust van ben hoeveel ik nu echt slaap. Ik durf nog wel eens te weinig slapen.* Maar omdat ik het constant monitor, ga ik er veel gedisclipineerder mee om en compenseer ik veel sneller mijn gebrek aan slaap.

Als je ergens een of ander doel hebt, eender wat: Track het via your.flowingdata met Twitter. Het werkt.

* Minder dan 5 uur.

May 1st, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , ,

≈ Bill Gates over Facebook

Bill Gates over Facebook:

I had like 1,000 people a day from the Philippines wanting to be my friend. I couldn’t say ‘no’ quickly enough; I love everybody in the the Philippines, but I thought it’d be strange if I had all those 13-year-old girls signed up as my friend. Facebook wasn’t working for me, and then they came up with a different format, where you can have ‘fans’ so it’s asymmetric. So that was a big help.

Even verder in het interview heeft hij het ook over de iPad en de teloorgang van onderzoeks- en buitenlandjournalistiek.

May 1st, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , ,

Filmpjes

Recente items


Over mezelf

Welkom op de persoonlijke website van Stijn F. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit Gent en ik werk als journalist voor het financieel-economische weekblad Trends. Ik schrijf voornamelijk over technologie(bedrijven) en supermarkten.

Contact: stijnf apenstaart gmail punt com