≈ Terzijdes

≈ Hoe Mark Zuckerberg de verkoop van Facebook kan tegenhouden

Binnenkort komt The Social Network uit, een film over de begindagen van Facebook.

Naar aanleiding daarvan zullen er de komende weken wellicht een pak artikelen over Facebook en over de stichter ervan, Mark Zuckerberg, worden geschreven.

The New Yorker heeft Mark Zuckerberg zelf te pakken gekregen. Vanity Fair heeft een portret van internetondernemer Sean Parker* die Mark Zuckerberg heeft geholpen om van Facebook een bedrijf te maken.

Dit zijn alvast 2 artikelen die ferm de moeite zijn. De ambitie van Mark Zuckerberg is bijna tastbaar in die artikelen. Hij wil het internet, en bij uitbreiding de wereld, veranderen. En hij is daarvoor niet te beroerd neen te zeggen** tegen een boot een olietanker met geld.

Terry Semel, the former C.E.O. of Yahoo!, who sought to buy Facebook for a billion dollars in 2006, told me, “I’d never met anyone—forget his age, twenty-two then or twenty-six now—I’d never met anyone who would walk away from a billion dollars. But he said, ‘It’s not about the price. This is my baby, and I want to keep running it, I want to keep growing it.’ I couldn’t believe it.”

The New Yorker.

Nu, zo grenzeloze ambitie is van alle tijden. Maar wat het hier zo speciaal maakt is dat Mark Zuckerberg Facebook kan blijven controleren.

Internetondernemers starten met een idee. En dan hebben ze geld nodig om dat uit te voeren. En daarvoor verkopen ze vaak een aandeel aan venture capitalists die al dan niet op korte termijn een zo groot mogelijke return willen hebben. Wat de facto betekent dat een stichter soms wordt gedwongen om zijn kindje te verkopen aan een andere speler; wat er is gebeurd bij Zappos.

Parker was able to negotiate for Zuckerberg something almost unheard of in a venture-funded start-up: absolute control for the entrepreneur. Because of that, Zuckerberg, to this day, allocates three of Facebook’s five board seats (including his own). Without that control, Facebook would almost certainly have been sold to either Yahoo or Microsoft, whose C.E.O., Steve Ballmer, offered $15 billion for it in the fall of 2007—only to be met with a blank stare from the then 23-year-old Zuckerberg.

Vanity Fair.

* Sean Parker is trouwens de moeite. Stond als internetondernemer aan de wieg van Napster en is precies de guru van de internetguru’s.

** Merci @Jomz.

September 14th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , , ,

≈ Kindle, na een week

Mijn Kindle DX

Sinds vorige week maandag heb ik een Kindle DX Graphite met 3G-functionaliteit.

Ik was al fan van de iPhone/iPod-app, maar de Kindle DX is nog straffer.

De eerste ervaring was wel grappig. Ik zat uit pure gewoonte op het scherm te ‘tappen’.

Er zijn nog wat andere zaken die af en toe een beetje tegennatuurlijk aanvoelen. Maar al bij al ben je zeer snel weg met de interface.

Het is verschrikkelijk comfortabel om te lezen. Het scherm ververst zeer snel en de batterijduur is redelijk indrukwekkend. Ik zit nog steeds in de eerste herlaadbeurt.

Het is een absolute aanrader voor mensen die véél boeken lezen en niet echt getrouwd zijn met het fysieke item boek.

Zo heb ik bijvoorbeel de klepper Postwar van Tony Judt staan, maar ik durf die niet mee te nemen in mijn rugzak omdat die anders binnen een week compleet is gehavend. Ik heb hem nu ook voor de Kindle gekocht.

Ik ben iemand die regelmatig pasages noteert en met de Kindle is dat een ongelofelijk gemak. Even een passage highlighten en voordat je het weet zit in het de ‘cloud’ en kan je er overal aan.

Het kopen van boeken gaat ook zeer vlot, al duurt het over 3G wel af en toe langer dan de spreekwoordelijke minuut. Volgens mij gaan er al gauw vlammen uit mijn Visa-kaart komen, dit terzijde.

Een negatief punt is natuurlijk wel de rechten van de boeken. Ze zijn niet uitleenbaar, en ook niet alle boeken zijn in alle regio’s beschikbaar. Zo zitten Microserfs van Douglas Coupland en Infinite Jest van David Foster Wallace nog niet in de catalogus.

Of ik nog papieren boeken ga kopen? Ja, zeker van die salontafelboeken als Designing Obama of paperbacks die echt goedkoper zijn.

Maar het gros van mijn boeken zal ik lezen op mijn Kindle.

September 6th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: ,

≈ Waarom ik zondag voor Nederland supporter

Het was via Kottke.org dat ik nog eens op die fantastische goal van Dennis Bergkamp op het WK van ’98 tegen Argentinië ben gestoten. Sindsdien ben ik fan van Oranje.

Ik ken niet echt iets van voetbal, ik weet dat mijn jeugdtrainer nog steeds moet lachen als hij aan mijn kortstondige voetbalcarrière denkt. Maar toen ik nog bij mijn ouders woonde keek ik trouw naar de Champions League om mannen zoals Dennis Bergkamp, Raul en Mendieta aan het werk te kunnen zien.

In mijn ideale wereld, laat Van Marwijk zondag Dennis Bergkamp opnieuw opdraven en scoort die in de 89’ste minuut opnieuw zo’n goal.

July 8th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

≈ Ja, deze site is nog actief

Maar het is druk.

Even tussendoor, naar de infografiek van David McCandless over het aantal vermeldingen van de iPad op Britse nieuwssites. Ik heb snel eens in Mediargus gekeken naar de frequentie van het woord in Vlaamse kranten en magazines.

De getallen tussen haakjes in de legende is hoeveel keer het woord iPad in de titel voorkomt.

En dit is hoe serieuze journalistiek eruit ziet op het internet, anno 2010; The Las Vegas Sun met een reeks over gezondheidszorg in de stad.

June 28th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , ,

≈ Parijs

Afgelopen donderdag en vrijdag even in Parijs geweest voor een mini-citytrip. 10 jaar geleden was ik er met de klas er naar toe geweest, dus ik kon wat gerichter rondlopen. (Meer foto’s.)

Een greep uit de zaken die ik heb bezocht.

Donderdag

Mona Lisa

Louvre. Meer onder de indruk van het volk rond de Mona Lisa dan van het schilderij zelf. De zalen met de oosterse en Griekse antiquiteiten zijn ook ferm de moeite. Daar staat een kapiteel — het bovenste van een zuil — massief steen uit het oude Perzië dat groter was dan een auto.

Centre Pompidou. Jammer dat de zaal met expressionisten gesloten was. Daar kon ik me nog _iets_ van herinneren van de lessen kunstgeschiedenis aan de universiteit. Note to self: De volgende keer niet tegen een hoopje vuilnis sjotten, ook niet per ongeluk. Er kunnen daar daklozen onder liggen. Ook aan Centre Pompidou.

Pont Neuf – Ile de la Cité – Ile Saint-Louis. Een stad krijgt toch altijd meer karakter als er een rivier door loopt.

Notre Dame. De vorige keer al binnen geweest, toen ‘s avonds. Nu eens er rond gelopen en de buitenkant kunnen bewonderen.

Quatier Latin. Vorige keer al genoeg doorkruist. Nu nog eens aangedaan voor de legendarische boekenwinkel Shakespeare and company. _Nogal_ foxy personeel, overigens. En dan druk ik me nog voorzichtig uit.

Institut du monde arabe. In de ramen van het gebouw zijn diafragma’s verwerkt die elk afzonderlijk kunnen worden bediend. Het uitzicht op het terras (gratis) is de moeite.

Place de la Victoire – Opera – Boulevard Haussman. Dan van Quartier Latin gewandeld naar mijn hotel aan Gare Saint Lazare. Onder meer aan de Boulevard Haussman gepasseerd, qua winkeldrukte te vergelijken met Fifth Avenue in New York.

Vrijdag

Musée d’Orsay. Een van mijn favoriete musea en eindelijk kunnen bezoeken zoals het hoort; op een rustig tempo en met een audio guide.

Eiffeltoren. Een uur in de rij aangeschoven en wegens de drukte me beperkt tot de 2de verdieping en geen ticket gekocht voor de top. Ondanks de wachttijd erg de moeite.

Arc de Triomphe. Van de Eiffeltoren gewandeld naar de Arc de Triomphe.

Sacre Coeur. Dat park aan de voet van de Sacre Coeur en de ambiance van Montmartre was een geslaagde afsluiter van de trip.

Maar de mooiste herinneringen zal ik hebben aan…

De Seine

Of liever de oevers van de Seine en daar tussen beroepsalcoholiekers, andere toeristen en verliefde koppeltjes even kunnen uitblazen.

In Gent als ik van het centrum naar het appartement terug wandel, sla ik de laatste tijd altijd af aan Sint-Kwintensberg om via de Coupure terug naar huis te gaan.

Als mijn boot met geld ooit aankomt, koop ik ergens een huis aan het water. Zodat ik er mijn boot aan kan meren.

June 3rd, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: ,

≈ Gelezen: Cloud Atlas

Uit een van de laatste paragrafen van Cloud Atlas van David Mitchell.

A life spent shaping a world I want Jackson to inherit, not one I fear Jackson shall inherit, this strikes me as a life worth the living.

Memorabel boek.

June 2nd, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

≈ Empathie

Vooraf: Deze post staat hier al van 30 maart in mijn drafts. Ik heb er al links in en uit gekopieerd. Het is iets waar ik al lang op zit te sjieken.

Ik heb echt het gevoel dat veel jongeren (uit de middenklasse van mijn generatie) niet meer beseffen hoe verwend ze zijn.

Dat ze eerder een studentenjob hebben moesten nemen om hun gsm-factuur te betalen, om op reis te kunnen gaan, etc… De big ticket items; huisvesting, studies, gezondheidszorg, transport, etc… worden toch grotendeels betaald door iemand anders.

Al die investeringen door familie, overheid, maatschappij wordt over het hoofd gezien; “Neen, ik heb dat bereikt.”

Dat besef wordt pas gerelativeerd als die generatie een huis of appartement wil kopen of hun eerste kindje krijgt. Dan schakelt de steun van de ouders en de overheid een versnelling hoger. Dan wordt het opeens weer duidelijk. Al die duwtjes in de rug; je hebt die nodig.

Maar tot je in die fase van je leven zit, is het volgende al een 10-tal jaar waar vrees ik.

“Many people see the current group of college students — sometimes called ‘Generation Me’ — as one of the most self-centered, narcissistic, competitive, confident and individualistic in recent history,” said Konrath, who is also affiliated with the University of Rochester Department of Psychiatry.

Science Daily.

Science Daily haalt een studie aan die zegt dat de huidige generatie universiteitsstudenten in de VS 40 procent minder empathisch is dan voorgaande.

Ongeacht of dat getal nu klopt of niet, ongeacht of die bemerkingen ook voor andere landen gelden: Samen met grit, is empathie een karaktertrek geworden die je echt nodig hebt op de werkvloer.

Er zijn generaties werknemers geweest die zich konden wegsteken in hun bureaus. In tijden van landschapsbureaus en van jobadvertenties waar het woord teamplayer in al zijn varianten alomtegenwoordig lijkt te zijn, is empathie een noodzakelijke voorwaarde om aan een job te raken.

Studie zoals bovenstaande zijn verontrustend. De jobs voor hoogopgeleiden worden alsmaar collaboratiever. Het gebrek om u in andermands situatie te verplaatsen, is een echte handicap.

Tenzij je extreem veel talent hebt natuurlijk. Dan mag je dit doen:

Schermafbeelding 2010-06-01 om 14.00.05

Bazinga!

June 1st, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes

≈ Obstakels voor een context-gerichte nieuwssite

Stijn Debrouwere schetst in Hoe ik het nieuws graag zou lezen zijn ideale nieuwssite. Een die de waan van de dag loslaat en die de gebruiker toelaat het nieuws te begrijpen en te kaderen in plaats van het domweg over zich heen gestort te krijgen.

Het komt zeker in de buurt van mijn ideale nieuwssite

Veranderen hoe we een nieuwswebsite structureren en opbouwen draait net om meer doen met minder. Je laat je inhoud niet éénmaal renderen (op de dag van publicatie) maar drie of vijf of tien keer, als deel van databanken, van tijdslijnen, van interactieve kaarten, van achtergrondverhalen en topic pages.

Maar omm daar te raken moeten er nog veel obstakels worden overwonnen. Onder meer:

Bij journalisten

  1. Stijl. Journalisten zijn gewend om te schrijven en te denken in klassiek geworden formats als oprolbare nieuwsbericht, het interview, de reportage etc…

    Het schrijven van een topic-pagina à la Wikipedia is een genre apart, en valt niet te vergelijken met het schrijven van een achtergrond-artikel.

    Kijk overigens maar eens hoe veel moeite hebben sommige journalisten met het concept ‘bloggen’. Dat heeft vaak meer weg van een langgerekte monologue intèrieur.

  2. Vooroordelen. Ze zullen het niet altijd willen toegeven, maar de veel printjournalisten geloven eigenlijk dat er geen serieuze journalistiek mogelijk is op het internet.

    Ze kunnen zich nog net verzoenen met een model waar de site van het medium wordt gebruikt om inhoud te teasen of een primeur niet door een concurrent te laten inpikken.

    Maar in hun ideale wereld lees je de eerste feiten online, de duiding en analyse lees je in de print.

  3. Tijd en discipline om in metadata en relaties te denken. Alle journalisten houden van verhalen vertellen, maar daarvoor zijn ze nog geen fan van metadata.

    Uit eigen ervaring weet ik hoe moeilijk het is journalisten te overtuigen van de voordelen van (eenvoudige) metadata; zoals de plaats waar een gebeurtenis zich afspeelt.

    Bij topic-gerichte journalistiek moet ze niet alleen metadata ingeven, ze moeten ook meedenken. “Moet ik dit niet in een apart item gieten. Hoe koppel ik dit aan elkaar?” Al die zaken vergen tijd en discipline. Journalisten hebben nu niet bepaald tijd over.

  4. Het concept. De mentale switch die je moet maken bij topic-gerichte journalistiek is wellicht het grootste obstakel.

    Een topic-pagina is nooit ‘af’, vandaar dat Google haar experiment Living Stories heeft genoemd of de hyperlokale Amerikaanse startup TBD zichzelf omschrijft als een daad van continous journalism:

    The traditional news culture is that you don’t publish or broadcast a story until all the questionas are answered, all the t’s crossed and i’s dotted. (…) But TBD will never be a finished product. (…) We’ll always be in motion: constantly updating, improving and evolving; seeking more details, reaction or community conversation.

    (De site is er nog niet, maar het ziet er naar uit dat TBD voorlopig met een blog-achtige format zal werken.)

    Nu is het vaak zo dat journalisten een stuk laten ‘rusten’ omdat het nog niet ‘af’ is. Bij topic-gerichte journalistiek valt die afweging grotendeels weg.

    De meeste journalisten zijn overigens gewend stuk na te stuk produceren, zonder echt na te denken hoe al de elementen uit hun stukken zich tot elkaar verhouden. Tekstkakkers, zoals men zichzelf al eens durfde te noemen op mijn vorig werk.

    Online journalistiek wordt bovendien vaak gezien als een soort psychedelische vorm van printjournalistiek; nerveus en chaotisch. In die verengde visie gaan journalisten er van uit online journalistiek van hetzelfde laken een broek is. Printjournalistiek op speed.

    Maar dat is het net niet, online journalistiek kan een veel rijkere vorm van journalistiek zijn. Als je het toelaat.

Voor alle duidelijkheid, zelf ben ik naar mijn goesting nog te verwijderd van de juiste mindset om dergelijke journalistiek goed te kunnen doen.

Nieuwe versus verouderde informatie

Nog meer dan bij een traditoneel nieuwsbericht zal er op een topic-pagina een spanning aan de oppervlakte komen; die tussen de ‘nieuwe’ en de ‘oude’ (maar nog relevante) informatie. Het is het read-state probleem dat voor iedere gebruiker, van een leek tot een expert, kan verschillen.

Bij het tradtionele, korte (en goedgeschreven) nieuwsbericht — dat voorlopig het gros van de journalistieke productie bedraagt op nieuwssites — is er eigenlijk vooral ‘nieuwe’ informatie, of ze is toch direct herkenbaar.

Ongeacht of je het stuk nu echt begrijpt of niet. Je kan direct het ‘nieuws’ ontwaren, dat wat in de titel en in de inleiding staat. Zo zijn we geconditioneerd geraakt omdat de berichtgeving meestal hetzelfde stramien volgt.

Bij een topic-pagina ligt dat al veel moeilijker. “Wat is er bijgekomen, heb ik dit al gelezen, etc?”, dat zijn de vragen die je je bij een topic-pagina stelt.

Zo’n universeel concept als het oprolbaar nieuwsbericht, is er nog niet voor een topic-pagina.

De manieren waarop topic-pagina’s dat verschil nu proberen aan te duiden, vallen uiteen in enkele typen:

  1. Verrijkte tagpagina’s. Tagpagina’s met 1 of 2 inleidende artikels er boven, zijn nu de meest voorkomende vorm van topic-pagina’s. En eigenlijk is dat steeds een beetje van een zwaktebod. In feite worden alle artikels die een beetje over hetzelfde thema gaan op 1 pagina gedumpt, zonder al te veel context. Het succes van zulke tag-pagina’s hangt af van de kwaliteit van het inleidende artikel.
  2. Tijdslijnen. Google’s Living Stories en een item zoals dat van Propublica over het politiegeweld in de nasleep van de orkaan Katrina in New Orleans, maken gebruik van een tijdslijn om de verschillende feiten in een verhaal te ordenen. Dat werkt tot op een bepaald niveau, maar een te gedetailleerde tijdslijn schrikt af en schiet zijn doel voorbij.

    Het centrale content type in Living Stories zijn events. Aan die events kan je prioriteiten toekennen en enkel de hoogste prioriteit komt terecht op de tijdslijn (de rode draad doorheen Living Stories). Maar zoiets werkt slechts tot op een zeker niveau.

  3. Wikipedia. Bij een traditioneel Wikipedia-artikel is de structuur min of meer de volgende: Je hebt een inleiding die zo goed mogelijk het onderwerp probeert samen te vatten en bij updates wordt daar ook al kort het ‘nieuws’ vermeldt. Daarna wordt meestal thematisch gewerkt. Bij een persoon; carrière, bio, etc… Voor een belangrijke gebeurtenis in het leven wordt er meestal een apart onderdeel gemaakt.

    Dat format werkt zeer goed voor een leek. Voor een expert die het onderwerp volgt en waarvan we hopen dat die regelmatig die pagina bezoekt, is het omslachtig voor hem om uit te maken wat nieuws is.

Bij topic-gerichte journalistiek moet je er dus in slagen aan te duiden wat er ‘nieuw(s)’ is voor de gebruiker en dat terwijl de hoeveelheid informatie waaruit de gebruiker het nieuwe voor zichzelf moet filteren substantieel is vergroot.

Bovendien is de drijfveer van de gebruiker altijd om zo veel mogelijk relevantie informatie te verwerken op een zo efficiënt mogelijke manier.

Een slecht opgebouwde topic-pagina kan zowel een leek als een expert afschrikken. En dan zijn we terug bij af.

Facebook

Ik denk dat er nog steeds geen bevredigende oplossing is gevonden voor het converteren van leken naar ‘fans’, experts, etc… die een topic-pagina blijven volgen.

Ik heb al eens een lans gebroken voor de manier waarop versiebeheersystemen zoals GitHub werken.

Het is een elegant model waar je met korte commits kan laten weten hoe je het hoofddocument hebt aangepast. Een topic-pagina zou eigenlijk op dezelfde manier moeten werken.

Maar misschien moeten we nog een beetje verder gaan.

Als we trefwoorden verlaten en uitgebreidere taxonomiën beginnen uit te werken, kunnen we misschien naar het volgende model gaan:

Dit is een pastiche van The Atlantic op Facebook. Stel je eens voor dat je een activiteitenfeed hebt op je site. Een die niet gewoon aanduidt welke artikelen online zijn verschenen, maar een die op een gedetailleerdere manier aanduidt wat er met het nieuwsfeit, persoon, land, etc… aan het gebeuren is. Met updates die steeds terug verwijzen naar de topic-pagina. Zou dat geen nieuwssite zijn die je keer op keer zou bezoeken?

Facebook gebruikt een verschrikkelijk efficiënt model, de newsfeed, om jou en je vrienden in te lichten over elkaars doen en laten. In zo weinig mogelijk tijd verwerk je gigantisch veel informatie.

En dat is net wat je met topic-gerichte journalistiek probeert te bereiken. Je wil iedere leek boeien, de vrees wegnemen dat het allemaal veel te ingewikkeld is en er een expert van maken die het onderwerp op de voet kan volgen op jouw website.

May 24th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

≈ De iPad-strategie

Als je de vele geruchten en berichten mag geloven dan is zowat iedere uitgever zich op dit moment dubbel aan het plooien om zo zo snel mogelijk hun krant of magazine in app-vorm te klaar te stomen voor de iPad.

En dat is eigenlijk bijzonder risicovol:

  1. Apple roomt 30 procent af bij de verkoop van apps en nog eens een fors percentage bij het gebruik van hun ‘iAds’. Uitgevers hebben ook veel te weinig controle hebben over hun app in vergelijking met hun website.
  2. Het aantal iPad’s zal al bij al meevallen. Zeker in het licht van het aantal computers en smartphones.
  3. De browser op de iPad zal de grootste concurrent zijn van de meeste apps.
  4. Dat andere tablets wellicht ook met andere standaarden zullen werken voor eventuele app-stores. Bij het volgende platform zullen uitgevers dus quasi van nul moeten herbeginnen. Sites, zoals bv. Pictorymag en The Bold Italic, zullen er op elk platform min of meer hetzelfde uitzien zonder al te veel moeite.

En toch hopen veel uitgevers dat iPads, andere tablets en e-readers hun businessmodel van algemene informatie die grotendeels betalend is, kan redden.

En dan vraag je je af waarom? Waarom verbinden uitgevers hun lot aan een gadget en aan een platform waar ze eigenlijk te weinig vat op hebben en het bovendien niet zeker is of gebruikers hun browser zullen inruilen voor een app?

Volgens mij heeft het met het volgende te maken:

  1. Het is een gadget. Ik heb volwassen mensen, ook journalisten, met kinderlijke verbazing en verwondering een iPad — een rechthoekig stuk alminium en glas — zien aanraken. Dat zal bij veel gebruikers niet anders zijn.
  2. Het oogt vertrouwd. Toen Steve Jobs de iPad voorstelde, stelde hij die voor terwijl hij in een sofa zat. Vervang de iPad door een krant of een magazine, en het is aloude, vertrouwde beeld.
  3. Apps kunnen er hetzelfde uitzien als print-producten. Nog een vertrouwd beeld (voor uitgevers) is dat je met apps het concept en de gebruikerservaring van de print kan imiteren. Apps van The New York Times en The Wall Street Journal hebben meer weg van de print dan van een website. Ze zijn ook eindig. In een browser kan je doorklikken tot in het oneindige. In een app zal je sowieso ooit eens door de artikels van de krant of het magazine zijn. (Tenzij de app een ingebouwde browser heeft.)
  4. Website versus app. Apps zijn doorgaans rensponsiever en kunnen meer de mogelijkheden van het platform uitbuiten dan de website die in de browser wordt vertoond.
  5. Comfort. Het is een aantrekkelijk idee om gewoon je volledige magazine- en krantencollectie op een tablet te hebben in plaats van die papier te moeten meezeulen.
  6. Apple-account. Ik verbaas mij telkens over het gemak waarmee je op de iPhone/iPod Touch voor of binnen apps kan betalen. Of je nu Tweetie for iPhone koopt, Instaper Pro of een editie binnen de app van Esquire; je moet enkel nog eens het(zelfde) wachtwoord ingeven en binnen de spreekwoordelijke minuut ben je vertrokken. De meeste mensen hebben veel meer koudwatervrees om hun adres- en bankgegevens toe te vertrouwen aan een nieuwssite of andere sites. Bovendien is het registratie- en betalingsproces er vaak veel omslachtiger.

Die gebruiksvriendelijke manier van betalen is volgens mij het belangrijkste punt waarom de iPad zo aantrekkelijk is voor uitgevers.

Ik denk dat heel veel van het gedrag van apps zal kunnen worden geëmuleerd met html, css en javascript. Maar het gemak waarmee je micropayments doet binnen een gesloten platform als de app-store, is moeilijker te imiteren.

Zelfs al mochten Vlaamse uitgevers tot een gezamenlijke standaard voor registraties en betalingen komen en je met dezelfde login een artikel of dagpas op de verschillende nieuwssites zou kunnen kopen, dan nog is de handicap tegenover een gesloten platform als de app-store niet weggewerkt.

Daar kan ik met 1 login alles kopen.

Innovatie zonder inkomsten uit de print te verliezen

Los van het feit of de app kwalitatief genoeg zal zijn, zit er toch nog een vreemde kronkel in de redeneringen

‘Het is echter niet onze bedoeling een verschuiving van print naar digitaal in de hand te werken. We willen de lezer niet de ene of de andere richting uitduwen.’

De Standaard.

E-readers en andere tablets zijn de toekomst, maar eigenlijk willen we niet dat lezers massaal hun printabonnement inruilen voor een iPad-abonnement. Dat is eigenlijk wat de meeste uitgevers zeggen.

Vandaar ook de reden waarom de meeste uitgevers het afgelopen jaar de handrem hebben opgezet bij het doorplaatsen van print-artikels op de gratis toegankelijke onderdelen van hun sites.

Misschien zitten uitgevers gewoon in fase 3 — onderhandelen — van het rouwproces, maar een digitale transitie zal niet anders dan een vermindering van de inkomsten uit de print betekenen. Innovatie is immers creatieve destructie.

Enkele jaren geleden was de iPod mini de best verkopende mp3-speler van Apple. Steve Jobs schrapte de lijn volledig en introduceerde de iPod Nano.

Willen lezers wel de krant lezen op de iPad?

Je gaat de krant kunnen lezen in min of meer dezelfde vertrouwde vorm zoals je hem nu al kunt lezen op papier ( of in het pdf-formaat op de site). Op die manier zullen de apps gemarketed worden.

Maar willen lezers dat wel? Op een tablet zijn ze slechts een seconde verwijderd van hun browser waar ze de site van de krant kunnen oproepen, of die van een concurrent.

“We hadden de lezer nooit gewend mogen maken aan gratis informatie”, klinkt het vaak bij uitgevers. Misschien wel. Maar eigenlijk doet dat er niet toe. De echte sea change is dat lezers door het internet een compleet ander verwachtingspatroon hebben: Dat van ‘Nu’.

Als bezoeker van een nieuwssite wil je ‘nu’ (en zo efficiënt mogelijk) weten hoe zit het met de verkiezingscampagne. Online wil je ‘nu’ weten op hoeveel maitresses de teller van Tigers Woods staat. Online wil je ‘nu’ weten hoe het er aan toegaat in De Ronde van Frankrijk.

De tolerantie voor (licht) verouderderde en onvolledige informatie is sterk verminderd bij gebruikers. Hoe uitgevers daar mee omspringen bij het ontwerpen en verkopen van hun iPad-apps zal bepalend zijn voor het succes van hun e-readerstrategie.

May 16th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes

≈ En het internet heeft dat allemaal kapot gemaakt

Weet je nog, de jaren ’90? Toen cd’s nog 900 frank kostten, Humo en Stubru u vertelden wat cool was en het leven als tiener niet gemakkelijker kon zijn door sociale druk: je luisterde of naar hiphop, of naar rock, of naar house, etc…

Toen je wel 2 keer nadacht bij het kopen van die cd van Sting omdat die wel erg ging opvallen tussen uw cd’s van The Beastie Boys? Neen, je moest dat stiekem doen.

En nu kom je zoiets geregeld tegen:

Sting, Lady Gaga, Elton John, Shirley Bassey, Debbie Harry en Bruce Springsteen die Don’t stop believin van Journey coveren.

Ik heb geen doctoraat in, eh, de appetijt van het publiek naar muzikale samenwerkingen over de genres heen, maar soms denk ik dat het internet — met zijn mashup-cultuur en waar iedere genre slechts een muisklik is verwijderd — dat hokjesdenken compleet kapot heeft gemaakt.

Het moet nu tegelijkertijd angstaanjagend en geweldig zijn, om een eigen smaak te ontwikkelen als tiener. Er zijn te veel dingen om cool te vinden.

Het internet heeft dat allemaal kapot gemaakt, en dat is geweldig.

May 14th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

Filmpjes

Recente items


Over mezelf

Welkom op de persoonlijke website van Stijn F. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit Gent en ik werk als journalist voor het financieel-economische weekblad Trends. Ik schrijf voornamelijk over technologie(bedrijven) en supermarkten.

Contact: stijnf apenstaart gmail punt com