≈ Waarom journalisten het zo lastig hebben met User Generated Content

I’ve read all the essays in Journalists Defending Journalism http://jr.ly/qc2v They’re obsessed with the threat from User Generated Content.

Jay Rosen op Twitter.

Ik heb de essays nog niet gelezen, maar de reactie van Jay Rosen op Twitter vat eigenlijk heel goed samen waar old school journalisten zich vaak in vastrijden in debat over journalistiek en nieuwe media: User Generated Content.

Journalisten reageren vaak zo overdreven emotioneel op User Generated Content omdat die hen in een identiteitscrisis heeft geduwd: Journalisten zijn gatekeeper af en kunnen ook niet meer claimen dat enkel zij uitstekende journalistiek produceren.

1. Heimwee naar journalisten als gatekeepers

Recent vond er een debat plaats aan de Hogeschool Universiteit Brussel over de toekomst van de journalistiek, georganiseerd door masterstudenten journalistiek. Een verslag daar van stond in het decembernummer van De Journalist. Ik kon er zelf niet bij zijn.

Op basis van het verslag leken het genuanceerde discussies. Toch zie je daar ook dat Vlaamse journalisten nog steeds worstelen met User Generated Content.

“In een opiniestuk over de Vlaamse blogs schreef ik eens dat ik heel weinig goede blogs terugvond in Vlaanderen”, gooide Kristof Hoefkens (redacteur cultuur en media bij De Standaard) de knuppel in het hoenderhok. “Ik kreeg er veel virtuele knuppels voor terug.” Georges Timmerman (De Werktitel) gooide er meteen nog eentje achteraan: “Is er eigenlijk wel goede burgerjournalistiek in Vlaanderen?”

Is er een professionele filter nodig tussen de burgerjournalist en de professionele sector? Of om het met moderator Peter Verlinden scherp te stellen: “Mag iedereen op eender welke ongecontroleerde manier nieuws lanceren?”

De Journalist, december 2009.

Ter plaatse zal het betoog van de panelleden ongetwijfeld genuanceerder zijn geweest, maar in die roep om een filter schuilt er veel heimwee naar de goede oude tijd.

De tijd waar je nog Humo las om te weten welke platen er hip waren en niet Cutting Edge, Digg of Goddeau. Waar je nog de krant moest lezen of de televisie open moest te weten wat deze of gene politicus nu bedoelde in plaats van de website, de facebook-pagina, de twitteraccount, etc… te volgen. Die gatekeeper-functie is definitief verdwenen.

2. Journalisten verliezen hun claim op uitstekende journalistiek

De proef zou eens op de som moeten worden genomen, maar stel dat je journalisten (= mensen min of meer voltijds journalistiek werk leveren voor mediabedrijven) vraagt de verhouding tussen bloggers, mensen die Wikipedia onderhouden, etc… en hen te visualeren. Hoeveel van hen zouden er een piramide schetsen?

Onderaan heb je ‘gewone’ bloggers. Daarboven heb je de ‘goede’ bloggers. En aan de top heb je de journalisten die ‘echte’ journalistiek leveren.

Journalisten worden echter meer en meer generalisten en minder specialisten, zeker binnen de huidige organisatie van mediabedrijven. Het is een kwestie van rendabiliteit. En ik vrees dat die trend nog lange tijd zal blijven aanhouden, vooraleer de slinger — ongetwijfeld — terug zal slaan.

Vanuit die realiteit kunnen journalisten niet meer het monopolie op uitstekende journalistiek claimen. Dat lukt nu al niet meer binnen bepaalde niches, zoals technologieverslaggeving.

Het verschil zit hem in de expertise die er voor zorgt dat een gepassioneerde ‘amateur’ veruit beter werk kan leveren dan een journalist die een vlot, maar oppervlakkig stuk kan maken. De hobbyist heeft er het gros van zijn vrije tijd voor over, de journalist kan of wil zich soms niet meer dan een uurtje per week vrijmaken om zich in een onderwerp te verdiepen.

3. Stenen gooien vanuit een glazen huis

Wil een journalist in de huidige omstandigheden kwalitatief werk blijven leveren dan zal hij of zij verder moeten kijken dan zijn of haar traditioneel netwerk. Meer nog, journalisten zullen de community van gepassioneerde amateurs de hand moeten reiken en moeten aanvaarden dat zij de hulp zullen nodig hebben van hobbyisten.

Of journalisten kunnen blijven hun neus ophalen voor User Generated Content. En bij iedere fout op Wikipedia of zaken zoals de farce met koningin Fabiola op Belga zichzelf op de borst kloppen zonder al te veel zelfkritiek. Maar daarvoor is de (Vlaamse) journalistiek niet foutloos genoeg.

But in my first week as a newspaper editor I misidentified a source. He was a 300-pound German-American plumber, even more intimidating than Bremner, and when he got done with me, he had cleared up any misunderstanding I might have had about the importance of checking it out.

In my years as a print copy editor in St. Louis and Minneapolis, I was made acutely aware of just how close we all are to making fools of ourselves in public every day. I learned just what a glass house we live in.

It is not wise to throw stones at the people outside.

Steve Yelvington.

January 14th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

≈ De blinde vlek van de (jonge) journalist

In het mei-nummer van De Journalist, het ledenblad van de journalistenbond verscheen een ingekorte versie van deze tekst.

Journalisten staren zich blind op de huidige sociale ellende op de redacties. Computeranalfabetisme, en niet de huidige herstructureringen, hypothekeert de toekomst van beroepsjournalistiek.

In maart maakte de Amerikaanse krant The Seattle Post-Intelligencer een doorstart als website. De zwaar verlieslatende krant verschijnt enkel nog online. Daarbij werd de redactie gedecimeerd: van de ongeveer 160 journalisten schieten er nog 20 over.

En voor wie er nog aan twijfelt, die overgebleven journalisten moeten alles kunnen (voor een lager loon en slechtere sociale voorwaarden):

We don’t have reporters, editors or producers. Everyone will do and be  everything. Everyone will write, edit, take photos and shoot video, produce multimedia and curate the home page. (Seattle Post-Intelligencer, 5 maart 2009)

Er is nog meer slecht nieuws: bijna alle overgebleven journalisten zijn jonger dan 40. Dat verlies aan ervaring is een drama. Op de redactie zit ik op een armlengte van iemand die 25 jaar ervaring heeft en iets verder zitten er journalisten die nog méér kilometers op de teller hebben. Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik nog iedere dag van hen leer.

Blindstaren op de sociale ellende van vandaag

Ik heb zeer veel sympathie voor de acties van de VVJ, maar dat zullen slechts achterhoedegevechten zijn als we ons blijven blindstaren op de sociale ellende van vandaag. Door het internet stevent ons metier af op een radicale transformatie waarvan de huidige veranderingen slechts het begin zijn.

“Maar we stellen helaas vast dat moderne snufjes het werk van de journalist alleen maar moeilijker en zwaarder maken”, klinkt het in het maart-nummer van De Journalist. Zo’n citaat is illustratief voor de blinde vlek die veel van mijn collega’s hebben.

Onaanvaardbaar computeranalfabetisme

Ik heb zeer veel begrip voor oudere journalisten die niet met een computer zijn opgegroeid. Voor hen zijn er echte multimedia- en internet-boot camps nodig waar zij een maand lang worden ondergedompeld in online journalistiek.

Maar wij, de jongere generatie tussen de 25 en 35 jaar, dragen een verpletterende verantwoordelijkheid. Nog al te vaak kom ik collega’s van mijn generatie tegen die niet weten wat “define:” doet in Google, wat RSS of a href betekent en die Facebook enkel gebruiken om naar dronkemansfoto’s te loeren.

Als wij niet op onze hoede zijn, worden wij de echte verloren generatie en niet die oudere journalisten die nu de laan worden uitgestuurd. Als het internet binnen een goede 10 jaar volwassen wordt en de concurrentie in de media totaal zal losbarsten, zijn wij de generatie die het kostbare geheugen van de redactie zal moeten spelen.

Investeren in onszelf

Een generatie die dan essentiële internet- en computervaardigheden mist, maakt zich enorm kwetsbaar voor de radicale herstructureringen die bij ons nog in het verschiet liggen. Noch een sterke vakbond, noch een volwaardig redactiestatuut zullen een scenario als dat van The Seattle Post Intelligencer kunnen afwenden als wij niet investeren in onszelf.

Je kan jezelf perfect omscholen tot een journalist die gewapend is voor de toekomst. Het enige wat je nodig hebt, is een half uurtje per dag, karakter en een gratis Google-account. Met zo’n account kan je experimenteren met een RSS-reader (nieuwe vormen van nieuwsgaring), online spreadsheets & kaart-software (database-journalistiek), blogs (sociale netwerken), etc…

Fonds Pascal Decroos moet innoverende projecten steunen

Redacties denken ook te weinig mee met hun IT-collega’s. Omdat de meeste journalisten die basis internetvaardigheden ontberen, is er een heuse taalbarrière die de innovatie fnuikt.

De Vlaamse Overheid steunt het Fonds Pascal Decroos nu met een extra half miljoen euro. Het zou een meer dan een verantwoorde keuze zijn om daarmee enkel initiatieven te ondersteunen die technologisch ook een stap voorwaarts betekenen: journalistiek die gebruikt maakt van crowd-sourcing en databases, het ontsluiten van de databanken van de overheid en het oprichten van een experimentele opleiding waar webdevelopers worden omgeschoold tot journalisten.

Wie weet, levert dat laatste initiatief een Belgische Adrian Holovaty op die websites uit zijn mouw schudt als http://www.everyblock.com.

Computeranalfabetisme hypothekeert onze toekomst

Gepersonaliseerde nieuwsbrieven, RSS-feeds, reacties & internetfora, (schuchtere) pogingen om sociale netwerken en blogs te gebruiken. Anno 2009 worden zulke initiatieven bij ons nog al te vaak verkocht als innovatie. In 1999 was dat innovatie, nu absoluut niet meer.

We hebben nog steeds te veel (jonge) journalisten die doen alsof ze in 1999 leven en denken dat het internet wel vanzelf zal weggaan. Misschien krijgen we daardoor de technologie die we verdienen en die onze toekomst hypothekeert, nog meer dan de huidige herstructureringen.

Update 11/5: De Vlaamse steun voor Fonds Pascal Decroos is verdubbeld tot een half miljoen euro, en niet met een half miljoen euro. Mijn excuses.

May 9th, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: ,

Filmpjes

Recente items


Over mezelf

Welkom op de persoonlijke website van Stijn F. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit Gent en ik werk als journalist voor het financieel-economische weekblad Trends. Ik schrijf voornamelijk over technologie(bedrijven) en supermarkten.

Contact: stijnf apenstaart gmail punt com