≈ Het natte vingerwerk in de journalistiek

Ik denk dat deze post nog de sporen draagt van enkele weken mottigheid. Eigenlijk zou deze post in een 4-tal afzondelijke posts moeten uiteenvallen, maar er zit een logica achter. Althans, dat maak ik mezelf wijs. Misschien dat het therapeutisch werkt.

Het is precies een beetje ontspoord.

1. URL-verkorter

De Amerikaanse overheid heeft sinds kort haar eigen URL-verkorter in dienst genomen; go.usa.gov. Een URL-verkorter zoals bit.ly is enorm handig, ook voor de print:*

  1. Ze maken de, meestal, veel te lange links van items op mediasites korter. Duh.
  2. Ze leveren interessante statistieken op.

Verkorters zoals bit.ly leveren een machtige service, maar je houdt beter de verkorte links in eigen beheer. Het zou nogal pijnlijk zijn om in de print volop gebruik te maken van doorverwijzingen van bit.ly terwijl bit.ly op die dag een zware panne heeft of besluit de boeken neer te leggen.

Met andere andere woorden, je bouwt dus beter zelf een URL-verkorter. Gelukkig is dat blijkbaar een fluitje van een cent.**

Wat er nu vaak gebeurt, is het volgende: Aan een artikel in de print wordt een online verlengstuk gekoppeld; een foto-special, reactieformulier, polls, een uitgebreide versie van het artikel, etc… In het artikel wordt verwezen 1. met de url van de homepage, 2. met een handmatige aangemaakte verkorte url of 3. met een (verkorte) url van een rubriek (bv. site/uwmening).

  1. Ergens, en liefst above the fold, moet er een verwijzing staan naar dat item. Daarmee riskeer je dus een bos van buttons en links op uw homepage te creëren. En er zullen altijd bezoekers zijn die over de link zullen kijken.
  2. Vaak een tijdrovende procedure.
  3. Dat is vaak nog een elegante oplossing, meestal valt het aantal verwijzingen uit de print nog mee, zodat het nog redelijk overzichtelijk blijft.

Maar zelf die laatste oplossing heeft een serieuze handicap. Schatten hoeveel mensen nu effectief via de print op dat item komen, blijft min of meer natte vingerwerk. Op dat vlak heeft een eigen URL-verkorter met ingebouwde statistieken een serieus streepje voor.

2. Het buikgevoel

We vertrouwen in de (online) journalistiek nog al te vaak op ons buikgevoel. Bij wijze van spreken moet het zoontje van een hoofdredacteur nog maar net de controller van zijn Wii in de TV hebben gekeild, of er komt eerstdaags een artikel over het gevaar van de Nintendo Wii.

Nu, dat kan nog een leuke reportage opleveren. Het heeft grotere gevolgen als het buikgevoel het haalt op data bij de strategische keuzes van printmedia:

  1. Video: Printmedia zetten zwaar in op multimedia en daarmee bedoelen ze vooral video, en de hogere advertentietarieven die je daarvoor kan vragen. Ongetwijfeld kan je met 1 viraal videoclipje een maand of een week trafiek verzamelen. Maar het falen van een ambitieus project als 702.tv is een indicatie dat er toch best wat realisme aan de dag wordt gelegd.
  2. Paid Content: Ieder mediabedrijf breekt zich op dit moment het hoofd hoe ze bezoekers kunnen laten betalen voor inhoud zonder het bezoekersaantal te decimeren. Het is echter jammer dat veel van die motivaties beginnen met “de lezers betalen voor de print, mits de mogelijkheid zullen ze ook wel betalen op het web”, aangevuld met ruwe data uit een of ander internationaal marktonderzoek.

In mijn ogen is het gebrek aan betrouwbare data de grootste handicap voor een transitie van print naar online, en niet de dalende inkomsten of de technologische achterstand. We varen gewoon blind en kruisen onze vingers dat we niet tegen een ijsberg zullen botsen.

3. Meten is weten

Het globale beeld mag er dan nogal donker uitzien, op een lager niveau ziet het er al een stuk rooskleuriger uit. Via bezoekerstatistieken — dankzij Google Analytics zijn die al een pak toegankelijker geworden — kan een journalist nuttige feedback krijgen over de produceerde items. Zelf ben ik redelijk obsessief in het consulteren van de interne statistieken van de site(s) waar ik voor werk.

Maar je kan nog gedetailleerder te werk gaan. The Huffington Post heeft een mechanisme ontwikkeld waar ze quasi automatisch verschillende titels van een item test. Na een bepaalde tijd wordt de meest aangeklikte versie, de definitieve titel.

Eigenlijk zou je dit op bijna alles kunnen toepassen.

4. Dictatuur van de bezoeker

Het is een terechte vraag of een journalist die zich laat leiden door bezoekersdata, niet zijn onafhankelijkheid opgeeft. Anders gezegd, de computer dicteert de journalist.

Ik vrees dat die toekomst voor bepaalde soorten journalistiek er snel zal komen, zoniet er al is. Wired berichtte onlangs over Demand Media; een bedrijf dat stukken bestelt bij freelancers op basis van een algoritme.

Demand Media has created a virtual factory that pumps out 4,000 videoclips and articles a day. It starts with an algorithm.

The algorithm is fed inputs from three sources: Search terms (popular terms from more than 100 sources comprising 2 billion searches a day), The ad market (a snapshot of which keywords are sought after and how much they are fetching), and The competition (what’s online already and where a term ranks in search results).

Dat lijkt mij nu ook niet meteen een leefbaar model voor kwaliteitsjournalistiek. Maar ik ben liever niet blind voor bezoekersdata of negeer ze liever bewust dan dat ik me in onwetendheid wentel.

Een journalist krijgt zijn publiek door de onderwerpen van zijn stukken. Eens je je onderwerp — beat in het Engels — hebt gekozen, is er niks mis mee bezoekersstatistieken te gebruiken om je lezers nog beter te bedienen.

Ook als journalist heb je de plicht om na te gaan wat werkt en wat niet werkt.

Appendix

* Een tijd geleden waren URL-verkorters en het voordeel voor een betere interactie met de print, ook al het onderwerp van discussie. Mijn geheugen, liever gezegd mijn del.icio.us links, laten mij in de steek.

** Wat is er mis met een handmatig verkorte link aangemaakt door IT, of een functionaliteit om gewoon kortere URL’s (bv. /node/1123/) te maken in het cms? In het eerste geval is dat vaak te tijdrovend, in het tweede geval is dat vaak niet opportuun voor de leesvriendelijkheid van de URL. Hetzij voor de bezoeker, hetzij voor zoekmachines.

October 29th, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , , ,

≈ Google Wave en de redactie van de toekomst

Binnen ieder mediabedrijf is men op dit moment bezig met de omgeving voor de redactie van de toekomst te creeëren (ik heb geen betere term). Dat kan paradoxaal overkomen in tijden van personeelsbesparingen, maar op dit moment wordt er bij ieder mediabedrijf zwaar geïnvesteerd in IT-infrastructuur en computerprogramma’s.

Die, eh, tools moeten de verschillende redacties — die al dan niet tot hetzelfde product behoren — beter, lees effciënter, met elkaar laten samenwerken. Concreet gaat het om een content management systeem; een gigantische database waar iedereen content, achtergrondinformatie, contactgegevens met elkaar kan uitwisselen en snel kan publiceren in verschillende producten.

Content producers

Op de redactie van de toekomst heb je content producers — de vroegere schrijvende journalisten, fotografen, cameramannen, etc… — die zo veel mogelijk hergebruikbare content produceren voor de verschillende producten (print, televisie, website, etc…).

Wie de komende jaren voltijds journalist, content producer wil zijn en geen boot met geld heeft liggen, zal niet aan die evolutie kunnen ontsnappen. Het gros van de beroepsjournalistiek zal zich de komende jaren onder de paraplu van een mediabedrijf blijven afspelen.

Ongetwijfeld zal dit op de vele plaatsen de aanleiding geven om nog eens een boompje op te zetten over de toestand van de beroepsjournalistiek waar alle zonden van de media op 1 hoop worden gesmeten en men uiteindelijk tot de conclusie komt dat vroeger alles beter was. Maar laten we even die discussie aan ons voorbij laten gaan.

De noodzaak van innoveren

Het wordt sowieso een uitdaging om het algemene niveau van beroepsjournalistiek te verhogen of zelfs te behouden. Niet omdat journalisten nu opeens op verschillende manieren content zullen moeten produceren maar omdat het publiek kleiner zal worden dat wil betalen om goed geïnformeerd te zijn over politiek, over hun buurt, etc…

We kunnen als journalist keihard hopen dat iedereen de Metro laat liggen voor een betalende krant. Dat zal het geval niet zijn, integendeel.

Alleen al daarom zal journalistiek efficiënter, lees goedkoper, moeten worden geproduceerd. En daarom hechten mediabedrijven zo veel belang aan de ontwikkeling van die tools om de redactie van de toekomst mogelijk te maken.

Op maat gemaakte tools vs. (web)apps als Google Wave

Voor de ontwikkeling van die op maat gemaakte tools gaan mediabedrijven vaak te rade bij de computerbedrijven die hun eerdere redactiesystemen hebben gemaakt voor de print, radio, etc… Dat zijn gigantische investeringen.

Toen ik afgelopen week over Google Wave las, bedacht ik mij — en dat is ook de reden voor deze post — wat voor een grote gok mediabedrijven aan het wagen zijn met hun zware investeringen in op maat gemaakte oplossingen. Ze moeten gokken:

  • Dat die tools echt goed zullen werken.
  • Dat ze worden aanvaard door de redacties.
  • Dat de efficiëntie die er wordt uitgehaald, de investering overstijgt.
  • Dat open source toepassingen binnen enkele jaren niet een betere prijs/kwaliteit verhouding zullen bieden.

Het is zo’n grote gok omdat tools zoals Google Wave, Basecamp, WordPress, Drupal, wiki’s, Facebook het mogelijk maken om websites als Cutting Edge, Schamper, Gentblogt op een elegante en efficiënte manier te doen functioneren. En dat voor een fractie van de prijs van de tools die worden ontwikkeld voor mediabedrijven. Het is zelfs mogelijk een (papieren) tijdschrift met Drupal te maken. Die tools en die websites zullen enkel beter worden.

Elegant organisation

Alles hangt natuurlijk af van interne structuur van zo’n redacties. Maar nu al slagen die websites er in met zo’n tools redacties te organiseren van een 30-tal vaste medewerkers en dan nog eens 10-tallen losse medewerkers. Zonder dat die elkaar dagelijks hoeven te zien op een kantoor. Dat is echt elegant organisation.

Door de (gezamenlijke) grootte van redacties bij traditionele mediabedrijven en complexe structuur van hun huidige redactiesystemen schieten toepassingen als Drupal, Google Wave, Basecamp, WordPress, etc… nog te kort om de plaats in te nemen van die op maat gemaakte tools.

Maar geef die nieuwe (open source) toepassingen nog een jaar of 2 en dan zal de keuze voor die op maat gemaakte tools al veel minder vanzelfsprekend lijken.

En het zijn levensbelangrijke keuzes.

≈ GTD, de weekend-editie

  • Lost SE4EP04 kijken
  • Habari, installeren
  • Ruben betalen
  • Drupal
    • Ontbrekende modules en strings naar het Nederlands vertalen
    • Dynamische tabs aan de gang krijgen
    • Een eerste versie van handleiding maken
    • Content Types aanmaken
  • Fien en Jürgen in Brussel gaan bezoeken
  • Met Tom naar The Wire kijken
  • Eens meer dan 5 uur per nacht slapen
  • Prutsen met Django en inspectdb
  • Drie blogposts afwerken
February 23rd, 2008  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , ,

» Een permanente recessie & een permanente revolutie

Het verhaal van de week, de maand, het afgelopen jaar en zelfs de voorbije decennia: de verarming van de Amerikaanse middenklasse. In een uitstekende analyse verklaart The Washington Post waarom de Amerikaanse Jan Modaal al jaren in een permanente recessie leeft door stagnerende lonen, een peperdure gezondheidszorg, jobonzekerheid en andere de stijgende kosten.

Dezelfde mechanismen steken ook in België, met beperkte mate, de kop op en zorgen bij de werknemers voor de eis tot meer koopkracht en voor de stakingsgolf van de afgelopen week.

Intussen in de dolgedraaide Amerikaanse voorverkiezingen in de aanloop naar de presidentsverkiezingen was er een klein schandaaltje door de banden tussen een Canadese ondernemer, een mijndeal in Kazakstan, het lobbywerk van ex-president Bill Clinton en campagnegiften. En als toemaatje: een infografiek over wie het meest geld krijgt van de olie-industrie tijdens de campagne voor de presidentsverkiezingen.

De twee verhalen die ik in de loop van de week meermaals heb herlezen, zijn The Anatomy of local breaking news story en Schamper: our student newspaper on Drupal.

Vooral dat Schamper op Drupal verhaal is zot interessant. Bijna alle traditionele nieuwsmedia zullen de komende jaren naar een “web first”-strategie evolueren. Als ze dat al niet hebben gedaan. Concreet komt het er op neer dat een journalist in de toekomst snel het nieuws, en het verloop van de feiten, “live” moet verslaan op de website en er tegen de volgende dag of week een artikel voor de krant of voor het magazine moet schrijven.

Traditioneel moet de journalist daarvoor twee systemen gebruiken: Een systeem om het artikel in de krant te schrijven en dan nog een systeem om op het internet te publiceren. Bij Schamper hebben ze voor een radicale oplossing gekozen. Dankzij de mogelijkheden van Drupal gebruiken ze één systeem om te publiceren op het net én in de print. Ze hebben Drupal geïntegreerd met hun layout-software Indesign.

Bovendien is Drupal open source. De implementatie van Drupal zal wellicht verschrikkelijk veel manuren hebben gekost, maar ze hebben geen geld moeten spenderen aan twee peperdure systemen om op het net en in de print te publiceren. Met die omschakeling zijn ze de traditionele media een jaar of vijf voor.

Btw. Ik ben benieuwd wat er met del.icio.us zal gebeuren wanneer Yahoo daadwerkelijk wordt overgenomen.

February 3rd, 2008  |  Published in » Debriefing
Tags: , , , , ,

Filmpjes

Recente items


Over mezelf

Welkom op de persoonlijke website van Stijn F. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit Gent en ik werk als journalist voor het financieel-economische weekblad Trends. Ik schrijf voornamelijk over technologie(bedrijven) en supermarkten.

Contact: stijnf apenstaart gmail punt com