‘It’s time to break up Facebook’

Wellicht het meest heldere pleidooi en de beste handleiding tegen (tech-)monopolies die een niet-economisch publiek zal lezen dit jaar.

“Mark may never have a boss, but he needs to have some check on his power. The American government needs to do two things: break up Facebook’s monopoly and regulate the company to make it more accountable to the American people.”

Link: It’s Time to Break Up Facebook

May 10th, 2019  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: ,

≈ Hoe Mark Zuckerberg de verkoop van Facebook kan tegenhouden

Binnenkort komt The Social Network uit, een film over de begindagen van Facebook.

Naar aanleiding daarvan zullen er de komende weken wellicht een pak artikelen over Facebook en over de stichter ervan, Mark Zuckerberg, worden geschreven.

The New Yorker heeft Mark Zuckerberg zelf te pakken gekregen. Vanity Fair heeft een portret van internetondernemer Sean Parker* die Mark Zuckerberg heeft geholpen om van Facebook een bedrijf te maken.

Dit zijn alvast 2 artikelen die ferm de moeite zijn. De ambitie van Mark Zuckerberg is bijna tastbaar in die artikelen. Hij wil het internet, en bij uitbreiding de wereld, veranderen. En hij is daarvoor niet te beroerd neen te zeggen** tegen een boot een olietanker met geld.

Terry Semel, the former C.E.O. of Yahoo!, who sought to buy Facebook for a billion dollars in 2006, told me, “I’d never met anyone—forget his age, twenty-two then or twenty-six now—I’d never met anyone who would walk away from a billion dollars. But he said, ‘It’s not about the price. This is my baby, and I want to keep running it, I want to keep growing it.’ I couldn’t believe it.”

The New Yorker.

Nu, zo grenzeloze ambitie is van alle tijden. Maar wat het hier zo speciaal maakt is dat Mark Zuckerberg Facebook kan blijven controleren.

Internetondernemers starten met een idee. En dan hebben ze geld nodig om dat uit te voeren. En daarvoor verkopen ze vaak een aandeel aan venture capitalists die al dan niet op korte termijn een zo groot mogelijke return willen hebben. Wat de facto betekent dat een stichter soms wordt gedwongen om zijn kindje te verkopen aan een andere speler; wat er is gebeurd bij Zappos.

Parker was able to negotiate for Zuckerberg something almost unheard of in a venture-funded start-up: absolute control for the entrepreneur. Because of that, Zuckerberg, to this day, allocates three of Facebook’s five board seats (including his own). Without that control, Facebook would almost certainly have been sold to either Yahoo or Microsoft, whose C.E.O., Steve Ballmer, offered $15 billion for it in the fall of 2007—only to be met with a blank stare from the then 23-year-old Zuckerberg.

Vanity Fair.

* Sean Parker is trouwens de moeite. Stond als internetondernemer aan de wieg van Napster en is precies de guru van de internetguru’s.

** Merci @Jomz.

September 14th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , , ,

≈ Obstakels voor een context-gerichte nieuwssite

Stijn Debrouwere schetst in Hoe ik het nieuws graag zou lezen zijn ideale nieuwssite. Een die de waan van de dag loslaat en die de gebruiker toelaat het nieuws te begrijpen en te kaderen in plaats van het domweg over zich heen gestort te krijgen.

Het komt zeker in de buurt van mijn ideale nieuwssite

Veranderen hoe we een nieuwswebsite structureren en opbouwen draait net om meer doen met minder. Je laat je inhoud niet éénmaal renderen (op de dag van publicatie) maar drie of vijf of tien keer, als deel van databanken, van tijdslijnen, van interactieve kaarten, van achtergrondverhalen en topic pages.

Maar omm daar te raken moeten er nog veel obstakels worden overwonnen. Onder meer:

Bij journalisten

  1. Stijl. Journalisten zijn gewend om te schrijven en te denken in klassiek geworden formats als oprolbare nieuwsbericht, het interview, de reportage etc…

    Het schrijven van een topic-pagina à la Wikipedia is een genre apart, en valt niet te vergelijken met het schrijven van een achtergrond-artikel.

    Kijk overigens maar eens hoe veel moeite hebben sommige journalisten met het concept ‘bloggen’. Dat heeft vaak meer weg van een langgerekte monologue intèrieur.

  2. Vooroordelen. Ze zullen het niet altijd willen toegeven, maar de veel printjournalisten geloven eigenlijk dat er geen serieuze journalistiek mogelijk is op het internet.

    Ze kunnen zich nog net verzoenen met een model waar de site van het medium wordt gebruikt om inhoud te teasen of een primeur niet door een concurrent te laten inpikken.

    Maar in hun ideale wereld lees je de eerste feiten online, de duiding en analyse lees je in de print.

  3. Tijd en discipline om in metadata en relaties te denken. Alle journalisten houden van verhalen vertellen, maar daarvoor zijn ze nog geen fan van metadata.

    Uit eigen ervaring weet ik hoe moeilijk het is journalisten te overtuigen van de voordelen van (eenvoudige) metadata; zoals de plaats waar een gebeurtenis zich afspeelt.

    Bij topic-gerichte journalistiek moet ze niet alleen metadata ingeven, ze moeten ook meedenken. “Moet ik dit niet in een apart item gieten. Hoe koppel ik dit aan elkaar?” Al die zaken vergen tijd en discipline. Journalisten hebben nu niet bepaald tijd over.

  4. Het concept. De mentale switch die je moet maken bij topic-gerichte journalistiek is wellicht het grootste obstakel.

    Een topic-pagina is nooit ‘af’, vandaar dat Google haar experiment Living Stories heeft genoemd of de hyperlokale Amerikaanse startup TBD zichzelf omschrijft als een daad van continous journalism:

    The traditional news culture is that you don’t publish or broadcast a story until all the questionas are answered, all the t’s crossed and i’s dotted. (…) But TBD will never be a finished product. (…) We’ll always be in motion: constantly updating, improving and evolving; seeking more details, reaction or community conversation.

    (De site is er nog niet, maar het ziet er naar uit dat TBD voorlopig met een blog-achtige format zal werken.)

    Nu is het vaak zo dat journalisten een stuk laten ‘rusten’ omdat het nog niet ‘af’ is. Bij topic-gerichte journalistiek valt die afweging grotendeels weg.

    De meeste journalisten zijn overigens gewend stuk na te stuk produceren, zonder echt na te denken hoe al de elementen uit hun stukken zich tot elkaar verhouden. Tekstkakkers, zoals men zichzelf al eens durfde te noemen op mijn vorig werk.

    Online journalistiek wordt bovendien vaak gezien als een soort psychedelische vorm van printjournalistiek; nerveus en chaotisch. In die verengde visie gaan journalisten er van uit online journalistiek van hetzelfde laken een broek is. Printjournalistiek op speed.

    Maar dat is het net niet, online journalistiek kan een veel rijkere vorm van journalistiek zijn. Als je het toelaat.

Voor alle duidelijkheid, zelf ben ik naar mijn goesting nog te verwijderd van de juiste mindset om dergelijke journalistiek goed te kunnen doen.

Nieuwe versus verouderde informatie

Nog meer dan bij een traditoneel nieuwsbericht zal er op een topic-pagina een spanning aan de oppervlakte komen; die tussen de ‘nieuwe’ en de ‘oude’ (maar nog relevante) informatie. Het is het read-state probleem dat voor iedere gebruiker, van een leek tot een expert, kan verschillen.

Bij het tradtionele, korte (en goedgeschreven) nieuwsbericht — dat voorlopig het gros van de journalistieke productie bedraagt op nieuwssites — is er eigenlijk vooral ‘nieuwe’ informatie, of ze is toch direct herkenbaar.

Ongeacht of je het stuk nu echt begrijpt of niet. Je kan direct het ‘nieuws’ ontwaren, dat wat in de titel en in de inleiding staat. Zo zijn we geconditioneerd geraakt omdat de berichtgeving meestal hetzelfde stramien volgt.

Bij een topic-pagina ligt dat al veel moeilijker. “Wat is er bijgekomen, heb ik dit al gelezen, etc?”, dat zijn de vragen die je je bij een topic-pagina stelt.

Zo’n universeel concept als het oprolbaar nieuwsbericht, is er nog niet voor een topic-pagina.

De manieren waarop topic-pagina’s dat verschil nu proberen aan te duiden, vallen uiteen in enkele typen:

  1. Verrijkte tagpagina’s. Tagpagina’s met 1 of 2 inleidende artikels er boven, zijn nu de meest voorkomende vorm van topic-pagina’s. En eigenlijk is dat steeds een beetje van een zwaktebod. In feite worden alle artikels die een beetje over hetzelfde thema gaan op 1 pagina gedumpt, zonder al te veel context. Het succes van zulke tag-pagina’s hangt af van de kwaliteit van het inleidende artikel.
  2. Tijdslijnen. Google’s Living Stories en een item zoals dat van Propublica over het politiegeweld in de nasleep van de orkaan Katrina in New Orleans, maken gebruik van een tijdslijn om de verschillende feiten in een verhaal te ordenen. Dat werkt tot op een bepaald niveau, maar een te gedetailleerde tijdslijn schrikt af en schiet zijn doel voorbij.

    Het centrale content type in Living Stories zijn events. Aan die events kan je prioriteiten toekennen en enkel de hoogste prioriteit komt terecht op de tijdslijn (de rode draad doorheen Living Stories). Maar zoiets werkt slechts tot op een zeker niveau.

  3. Wikipedia. Bij een traditioneel Wikipedia-artikel is de structuur min of meer de volgende: Je hebt een inleiding die zo goed mogelijk het onderwerp probeert samen te vatten en bij updates wordt daar ook al kort het ‘nieuws’ vermeldt. Daarna wordt meestal thematisch gewerkt. Bij een persoon; carrière, bio, etc… Voor een belangrijke gebeurtenis in het leven wordt er meestal een apart onderdeel gemaakt.

    Dat format werkt zeer goed voor een leek. Voor een expert die het onderwerp volgt en waarvan we hopen dat die regelmatig die pagina bezoekt, is het omslachtig voor hem om uit te maken wat nieuws is.

Bij topic-gerichte journalistiek moet je er dus in slagen aan te duiden wat er ‘nieuw(s)’ is voor de gebruiker en dat terwijl de hoeveelheid informatie waaruit de gebruiker het nieuwe voor zichzelf moet filteren substantieel is vergroot.

Bovendien is de drijfveer van de gebruiker altijd om zo veel mogelijk relevantie informatie te verwerken op een zo efficiënt mogelijke manier.

Een slecht opgebouwde topic-pagina kan zowel een leek als een expert afschrikken. En dan zijn we terug bij af.

Facebook

Ik denk dat er nog steeds geen bevredigende oplossing is gevonden voor het converteren van leken naar ‘fans’, experts, etc… die een topic-pagina blijven volgen.

Ik heb al eens een lans gebroken voor de manier waarop versiebeheersystemen zoals GitHub werken.

Het is een elegant model waar je met korte commits kan laten weten hoe je het hoofddocument hebt aangepast. Een topic-pagina zou eigenlijk op dezelfde manier moeten werken.

Maar misschien moeten we nog een beetje verder gaan.

Als we trefwoorden verlaten en uitgebreidere taxonomiën beginnen uit te werken, kunnen we misschien naar het volgende model gaan:

Dit is een pastiche van The Atlantic op Facebook. Stel je eens voor dat je een activiteitenfeed hebt op je site. Een die niet gewoon aanduidt welke artikelen online zijn verschenen, maar een die op een gedetailleerdere manier aanduidt wat er met het nieuwsfeit, persoon, land, etc… aan het gebeuren is. Met updates die steeds terug verwijzen naar de topic-pagina. Zou dat geen nieuwssite zijn die je keer op keer zou bezoeken?

Facebook gebruikt een verschrikkelijk efficiënt model, de newsfeed, om jou en je vrienden in te lichten over elkaars doen en laten. In zo weinig mogelijk tijd verwerk je gigantisch veel informatie.

En dat is net wat je met topic-gerichte journalistiek probeert te bereiken. Je wil iedere leek boeien, de vrees wegnemen dat het allemaal veel te ingewikkeld is en er een expert van maken die het onderwerp op de voet kan volgen op jouw website.

May 24th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

≈ Snel Facebookstatistieken van een URL opvragen

Ik hoop keihard dat er een elegantere oplossing voor bestaat, maar soms wil je gewoon snel de Facebookstatistieken weten van een URL. Daarom heb ik snel een bookmarkelet gemaakt.

Sleep deze link naar uw browser toolbar.

Dan krijg je xml die in de meeste browsers automatisch in een soort code-view wordt getoond.

Enfin, iemand die echt kan programmeren, zou er een deftige bookmarkelet van kunnen maken.

Update: Je moet dus een bookmark toevoegen met de code: javascript:window.open(‘http://api.facebook.com/restserver.php?method=links.getStats&urls=’+location);void(0)

Maar de oplossing van Mathias Bynens is beter: http://mathiasbynens.be/demo/facebook-link-stats?q=http://www.google.com/ Merci!

May 6th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags:

≈ Bill Gates over Facebook

Bill Gates over Facebook:

I had like 1,000 people a day from the Philippines wanting to be my friend. I couldn’t say ‘no’ quickly enough; I love everybody in the the Philippines, but I thought it’d be strange if I had all those 13-year-old girls signed up as my friend. Facebook wasn’t working for me, and then they came up with a different format, where you can have ‘fans’ so it’s asymmetric. So that was a big help.

Even verder in het interview heeft hij het ook over de iPad en de teloorgang van onderzoeks- en buitenlandjournalistiek.

May 1st, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , ,

§ Misschien is het geen leeg getetter meer

Vooraf: Deze post staat al een week of 2 4 in mijn drafts en iedere keer opnieuw begin ik er aan te prutsen. Het ging eerst over Facebook die een grote bron van trafiek voor nieuwssites wordt. Dan is het een beetje ontspoord. Maar kom, voor de archieven.

Misschien is het omdat Facebook recent 5 jaar is geworden of Google opeens Buzz heeft gekoppeld aan Gmail*, maar de laatste tijd zijn er echt veel artikelen te lezen online en offline waar de ondertoon dezelfde is: “Bloggen, Facebook, Twitter, … Dat is hier precies voor echt. Misschien moeten we ons daar eens serieus mee bezig houden.”

En het is ook voor echt:

Nielsen reports that Internet users worldwide now spend 5.35 hours a month on social networks, up from just three hours a year ago. The social web is the new home page; remember how news sites all put up “make us your home page” buttons just a decade ago. News sites, of course, are lucky to break into double digits — 10 minutes — per month in usage.

(…)

That old newsprint-based serendipity we bemoaned was being lost in the move to web searching and browsing is being reborn. (…) Among this vast infinity of story reading choice, we’re using our friends and colleagues as filters, though the process is still ungainly.

Nieman Journalism Lab.

Matt Haughey, bezieler en oprichter van Metafilter zei enkele jaren geleden al zoiets; dankzij social media heb je de mogelijkheid om een even goede en zelfs betere filter te maken voor informatie die je interesseert, ontroert, doet lachen, etc… dan een krant, magazine, etc…

I don’t read printed newspapers. (…) I generally read at least a couple dozen articles daily though, mostly pointed out by my social circle (people who blog that I follow, twitter users I trust, friends sharing things in Google Reader). Friends are an amazing social filter and the social filter is essentially replicating the water cooler online.

Matt Haughey.

Awe

De meest wijdverspreide tool om artikels, links of andere items te delen, is e-mail. Enkele wetenschappers hebben op basis de statistieken van The New York Times onderzocht, waarom mensen nu net dat artikel en niet het andere naar elkaar doormailen.

Wat hen daarbij opviel, is hoe relatief klein het aandeel van de artikels over seks, geweld, etc… was en hoe populair lange artikels waren over niet voor de hand liggende onderwerpen. Artikels die inspireerden, die zorgden voor de beste respons:

“Emotion in general leads to transmission, and awe is quite a strong emotion,” he said. “If I’ve just read this story that changes the way I understand the world and myself, I want to talk to others about what it means. I want to proselytize and share the feeling of awe. If you read the article and feel the same emotion, it will bring us closer together.”

The New York Times.

Nick Bilton van The New York Times omschrijft het zo:

If someone approached me even five years ago and explained that one day in the near future I would be filtering, collecting and sharing content for thousands of perfect strangers to read — and doing it for free — I would have responded with a pretty perplexed look. Yet today I can’t imagine living in a world where I don’t filter, collect and share.

The New York Times.

Social media & the BBC

Dankzij sites zoals Facebook, Twitter is het aggregeren van interessante links pas echt doorgebroken. Zo is voor veel nieuwssites Facebook al de grootste bron van externe trafiek na Google. Sites zullen komen en gaan, maar het ‘delen’ zal blijven bestaan.

Omwille van die structurele verschuiving in het internetgebruik moeten journalisten bij de BBC zich ondertussen zich quasi verplicht verdiepen in social media.

“This isn’t just a kind of fad from someone who’s an enthusiast of technology. I’m afraid you’re not doing your job if you can’t do those things. It’s not discretionary”, he is quoted as saying in the BBC in-house weekly Ariel.

The Guardian.

Niemand heeft een idee hoe de redactie van de toekomst er echt gaat uitzien. Maar alle werkbare modellen gaan uit van een groter aandeel van geaggregeerde links die het eigen aanbod moeten complementeren.

Door de schaarste van de middelen zullen er meer en meer keuzes moeten worden gemaakt op de redacties in de verhalen die ze zelf maken. Do what you do best and link to the rest, zoals dat heet.

Er zijn bekende voorbeelden van onafhankelijke nieuwssites die al jaren doorgedreven linken, zoals The Huffington Post. Veel journalisten, en bij uitbreiding mediabedrijven, hebben daar vooroordelen over: 1. Aggregeren is volgens hen ‘stelen’; al is er wel iets te zeggen voor een soort richtlijn over citeren. 2. linken naar externe sites (en zeker al naar de concurrentie) is stom, want dan stuur je de bezoeker weg.

Links, met liefde verzameld

Maar ik vind The Huffington Post niet het beste voorbeeld. De Headlines van The Morning News zijn dat. Dat zijn links die met liefde zijn verzameld op nieuwssites, blogs, twitter, etc… Net zoals bij Google kom je iedere keer terug naar die site, om er weer van te willen worden gestuurd.

Ik ben er van overtuigd dat je niet goed kan aggregeren als je niet vertrouwd bent met social media; als je geen rist sites of personen volgt via RSS, Twitter, etc…

Het probleem is dat nog veel te veel journalisten social media, of het internet tout court, echt niet in de vingers hebben en zo’n zaken gewoon weg niet kunnen. (Ik zou er ook graag een stuk beter in willen zijn.) En dat hypothekeert niet alleen hun eigen carrière maar ook de toekomst van hun medium.

Nieuwssites blijven nog te veel doen alsof zij de enige site ter wereld zijn waar iets interessants op is te vinden. Dat is wereldvreemd. Miljoenen mensen delen links met elkaar, dat is geen leeg getetter. Het wordt tijd dat nieuwssites dat ook beginnen te doen.

The implied motto of every paper in the country should be: all the news that’s fit to link.

Steven Johnson

* Mijn meninkje over Google Buzz: Het is in de eerste plaats geen bedreiging voor Twitter of Facebook, maar vooral voor Microsoft (Windows Live) en Yahoo. Facebook is een ander publiek. En Twitter, dat is een soort protocol aan het worden. Het meest elegante aan Google Buzz is de manier waarop je naar een discussie kan linken. Iedere discussie heeft een permalink, zoals een discussie op een forum. Iets wat ik heel erg mis bij Facebook en Twitter.

≈ NBC Local is woedend op…

screenshotobama

De nieuwssites van de regionale zenders van NBC incorporeren op een zeer intelligente manier mini-commentaren op items op hun sites.

In de header switcht er regelmatig een aanklikbare status-update zoals “New York is furious about low hanging planes”.

Gebruikers kunnen per item stemmen over hoe ze zich er over voelen. Natuurlijk is dit niet nieuw. ‘Vind ik leuk’ op Facebook is al enkele jaren ingeburgerd en ook een site zoals Buzzfeed.com werkt al enkele jaren met mini-commentaren (die in feite niet meer zijn dan mini-internetpolls). Het is echter de eerste keer dat ik een traditionele nieuwssite tegenkom die daar zo hard op inspeelt.

Ik denk dat je die effectiviteit van die mini-commentaren nog kan opdrijven door ze te koppelen aan Facebook Connect of aan Twitter. Newsmixer, een project van enkele studenten journalistiek, heeft daarmee al geëxperimenteerd.

August 1st, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , ,

≈ Metafilter, conversation is king

Social Media — Two words used to kill newspapers.

Rands in Repose.

Ik moet ergens 14 jaar geweest zijn toen ik voor het eerst eens een uurtje mocht internetten in de plaatselijke bibliotheek. Foto’s van gevechtsvliegtuigen, daar was ik naar op zoek. Om op te slaan op een diskette en die dan thuis op onze pentium 2 166 mHz, 2 gigabyte harde schijf en de volle 128 mb RAM — een iPod Touch of iPhone heeft nu meer vermogen — te zetten.

Het heeft ergens tot in 1999 geduurd voor ik inbel-internet thuis had, tot eind 2002 voor breedbandinternet en pas begin 2004 had ik stabiel internet op kot. We zijn nu halfweg 2009 en ik ben dit jaar nog geen enkele dag offline geweest. Luxe went.

Vóór 2003 vond ik internet redelijk geestig en nuttig. Ik surfte naar CNN op 11 september, las iedere dag — eerst gratis, dan betalend — religieus De Standaard op standaard.be. Voor de rest zat ik maar wat te googlen en te mailen.

Ergens begin 2003 leerde vriend kameraad Joris A. mij Metafilter — en, overigens ook het onderhouden van een persoonlijke frequent upgedate website, ook wel bloggen genoemd — kennen. Vanaf toen werd het Internet redelijk geweldig.

10 jaar Metafilter

Metafilter, een groepsblog waar duizenden (geregistreerde) mensen links posten, is deze week 10 jaar oud. Ik lees de site dus nog maar sinds 2003, en ik heb mij ook nooit lid gemaakt van Metafilter. Toch moest je geen lid te zijn om er te ervaren wat zo zeldzaam is op het internet*: intelligente conversatie tussen mensen die elkaar eens niet voor nazi uitschelden wanneer meningen verschillen.

Intelligent is geen synoniem voor serieus. Een van de recente links gaat over Social Skydiving, een a-sociale computerprogrammeur die zich verplicht 30 dagen lang wildvreemden aan te spreken, dus op Metafilter gaat het nu ook niet precies altijd over de wereldvrede.

Je krijgt het publiek dat je verdient, tweede couplet

Stel je eens voor dat de volledige redactie van om het even welke algemene nieuwssite is geveld door, eh, mexicaanse griep en bezoekers zelf het nieuws moeten maken. Ik betwijfel of je iets zou kunnen krijgen van het niveau en de interactiviteit van Metafilter. Waarschijnlijk eerder iets dat op Zatte Vrienden lijkt, maar dit geheel terzijde.

De reacties op de huidige sites voorspellen immers niet veel goed. Laat er geen twijfel over bestaan; je krijgt het publiek dat je verdient. Redacteurs hebben dus een zware verantwoordelijkheid.

Content is belangrijk, maar conversation is king

Toen een 10-tal jaar geleden de eerste meldingen van blogs en andere vormen van user-generated content in de traditionele media opdoken, kon je geregeld stukken lezen die allemaal antwoorden op 1 vraag: Moeten wij bang zijn?

Het bijna eensluidende antwoord was: “Neen, content is king. Wij hebben betere content die bovendien wordt geproduceerd door professionele journalisten.”

Na het succes van sites zoals Metafilter, Myspace, Facebook, Twitter moet het ondertussen duidelijk zijn: Content is belangrijk, maar conversation is king.

Toeters en bellen

En toch, afgezien van enkele uitzonderingen, gebruiken traditionele media social media enkel als een gratis marketingplatform waar ze hun content en acties kunnen pushen. Social media zijn dus slechts toeters en bellen.

De inspanningen van traditionele media op het vlak van social media zijn nogal schamel in vergelijking met de inspanningen die ze doen op het vlak van multimedia. Iedereen investeert in hoogwaardige beeld- en video-apparatuur.

Iedere traditionele mediasite heeft namelijk de ambitie om uit te groeien tot een soort web-televisiezender waar de advertentietarieven aantrekkelijker kunnen zijn. Kortom, content is nog steeds king.

Conversations starten, maar hoe?

De kans om zelf hét social mediaplatform te zijn, is al lang vervlogen samen met veel inkomsten. Toch mogen we de handdoek niet in de ring gooien. Integendeel.

Nog meer dan hun collega-marketeers moeten journalisten hun bezoekers leren kennen en engageren op de eigen site en op die zogenaamde social media sites.

Zolang we dat niet doen, moeten we niet verschieten dat sites zoals Metafilter of Facebook een superieure gebruikerservaring bieden en bezoekers ons slechts een minuutje of vijf per dag gunnen van hun tijd.

Oh, en de regels om succesvol te zijn in social media zijn verschrikkelijk simpel:

  1. Be Human
  2. Be Honest
  3. Be Aware
  4. Be Everywhere
  5. Show Your Work

We moeten het alleen doen.

* Metafilter is natuurlijk niet de enige aangename plaats op het internet. Er zijn duizenden sites zoals Flickr, Vimeo, FFFFOUND!, Buzzfeed, etc… Al die sites hebben een hoge graad van menselijkheid die traditionele mediasites ferm mankeren.

July 19th, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , ,

≈ De Obarometer, kwetteren en tetteren is niet web 2.0

De Standaard heeft haar ‘Obarometer’ gelanceerd, een themasite die tweets, blogposts, etc… van politici aggregeert en de populariteit van politici op Google, Facebook, etc… inschat.

Politiek is geen eenrichtingsverkeer meer. Via Facebook, YouTube en Twitter kunnen politici rechtstreeks in dialoog treden met hun kiezers. Wie deze nieuwe kanalen het best bespeelt, creëert op 7 juni misschien de verrassing.

Daarom is er de Obarometer: die laat u op elk moment precies zien hoe de campagne op het Web verloopt.

De website is elegant en clever gemaakt, daar niet van. Ik ben er zeker van dat het niet de bedoeling is, maar de Obarometer zal bij veel mensen het vooroordeel over het nut van al die “Web 2.0”-sites bevestigen: Dat al die social media-zooi één grote praatbarak vormt waar iedereen met te veel vrije tijd naast elkaar kwettert en tettert.

Constant communiceren is inderdaad een onderdeel van Web 2.0, maar het is zo veel meer. In het bijzonder draait het om “elegant organisation”, om een uitdrukking te stelen van Mark Zuckerberg, een van de bedenkers van Facebook.

Elegant organisation

Barack Obama heeft de verkiezingen niet gewonnen omdat hij enkele virale youtube-clipjes had of regelmatig mailde, blogde, twitterde, etc… Zijn website was een echt platform waar zijn supporters zich konden organiseren en werden aangemoedigd om samen te werken. Wired heeft een uitgebreid artikel over de manier waarop de campagne-website van Obama de vrijwilligers beter organiseerde dan die van de Republikeinse tegenkandidaat John McCain:

“The integration of technology into the process of field organizing … is the success of the Obama campaign,” says Dickert, who worked as John Kerry’s chief technology officer for the 2004 campaign. “But the use technology was not the end-all and be-all in this cycle. Technology has been a partner, an enabler for the Obama campaign, bringing the efficiencies of the internet into the real-world problems of organizing people in a distributed, trusted fashion.”

Vlaamse politici kwetteren en tetteren op het internet, dat is al een begin. Ze zouden beter eens in de leer gaan bij mensen die barcamps, twii-wat-is-dat-allemaal organiseren.

Dag in en dag uit organiseren mensen — die elkaar vaak van haar noch pluimen kennen — zich op Facebook, Twitter, etc… om zich te amuseren, gelijkaardige hobby’s uit te oefenen, de wereld te veranderen, etc… Laten we Web 2.0 eens zo invullen.

≈ Facebook Connect

Facebook Connect in actie

Even een dienstmededeling. Je kan nu ook reageren met je Facebook-login. Wat heeft dat van voordelen, voor u? Eh, geen.

Voor mij? Wel, ik ben aan het experimenteren voor ‘twerk en wil stiekem ook eens testen of het een effect heeft op mijn bereik en bezoekerscijfers als mensen in hun feed laten meelopen dat zij hebben gereageerd op items op deze website.

Kwestie van een beetje te tappen in the wisdom of the network of my network; web 2.0-speak en al.

Voor de anti-facebookers, je kan normaal gezien nog steeds op de klassieke manier reageren.

Nu nog eens iets interessants posten.

January 26th, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: ,

Filmpjes

Recente items


Over mezelf

Welkom op de persoonlijke website van Stijn F. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit Gent en ik werk als journalist voor het financieel-economische weekblad Trends. Ik schrijf voornamelijk over technologie(bedrijven) en supermarkten.

Contact: stijnf apenstaart gmail punt com