≈ En het internet heeft dat allemaal kapot gemaakt

Weet je nog, de jaren ’90? Toen cd’s nog 900 frank kostten, Humo en Stubru u vertelden wat cool was en het leven als tiener niet gemakkelijker kon zijn door sociale druk: je luisterde of naar hiphop, of naar rock, of naar house, etc…

Toen je wel 2 keer nadacht bij het kopen van die cd van Sting omdat die wel erg ging opvallen tussen uw cd’s van The Beastie Boys? Neen, je moest dat stiekem doen.

En nu kom je zoiets geregeld tegen:

Sting, Lady Gaga, Elton John, Shirley Bassey, Debbie Harry en Bruce Springsteen die Don’t stop believin van Journey coveren.

Ik heb geen doctoraat in, eh, de appetijt van het publiek naar muzikale samenwerkingen over de genres heen, maar soms denk ik dat het internet — met zijn mashup-cultuur en waar iedere genre slechts een muisklik is verwijderd — dat hokjesdenken compleet kapot heeft gemaakt.

Het moet nu tegelijkertijd angstaanjagend en geweldig zijn, om een eigen smaak te ontwikkelen als tiener. Er zijn te veel dingen om cool te vinden.

Het internet heeft dat allemaal kapot gemaakt, en dat is geweldig.

May 14th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

≈ Een archief van New York Times-homepages

Machtig; blijkbaar houdt The New York Times al de frontpagina’s van haar website bij. De homepage van 11 september 2001 (2002, 2003, 2004, 2005, 2006, 2007, 2008).

December 1st, 2008  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , ,

§ Paperdoom

 

© Martin Gee

© Martin Gee

Paperdoom — The death of the print news media –, was een neologisme dat ik nog niet kende. Blijkbaar is het al een redelijk populaire term op del.icio.us.* Er is zelfs een tumblelog; Paperdoom — Chronicling the steady and growing drumbeat, sounding the death of the print news media, one depressing link at a time.

Amerikaanse — bij uitbreiding Westerse — kranten zijn al een tijdje in verval. Hun oplagecijfers, advertentie-inkomsten én winstmarges zijn fors gedaald. Het laatste jaar is er fors gesnoeid in het aantal pagina’s én in het personeelsbestand van verschillende Amerikaanse kranten.

Sommige waarnemers en experts blijven volhouden dat de problemen van de printmedia zich louter op economisch vlak situeerden: zware concurrentie van het internet bij advertentiewerving en bij de eye-balls, te grote personeelsbestanden (In de VS wordt een voorpagina-artikel gemiddeld bewerkt door 7 à 9 schrijvende redacteurs), etc…

Andere wijzen de, eh, content naar de vinger. Kranten en magazines zijn gewoon niet relevant genoeg meer voor bepaalde bevolkingsgroepen die op hun beurt voor adverteerders interessant zijn. What’s Really Killing Newspapers van het online-magazine Slate is zo’n analyse.

They’re no longer the best providers of social currency

Not that long ago, the daily newspaper was an indispensable coiner of social currency, and it gave its readers piles of the stuff in each edition. The phrase, which comes from sociology, is often used to describe the information we acquire and then trade—or give away—to start, maintain, and nurture relationships with our fellow humans.

Wat ben je met een krant waar in staat dat Christian Bale waarschijnlijk op zijn moeder heeft geslagen, als je het al anderhalve dag ervoor op Perezhilton.com kon lezen? Wat ben je nog met de recensies van Humo als je online op ontelbare sites je gading kan vinden? Wat ben je nog met de buitenlandkatern van de Vlaamse kranten als je hetzelfde nieuws en dezelfde analyses al een dag eerder kan lezen op nytimes.com, lemonde.fr, bbcnews.co.uk en economist.com? Etc…

Voorlopig blijft mijn werkgever dankzij haar aanpak — de Man bijt hond-aanpak, maar dan hyperlokaal — grotendeels gespaard van concurrerende nieuwe media. Er moet echter slechts één lokale en populaire Facebook-achtige website komen en ook mijn werkgever zal plots met een serieuze identiteitscrisis worstelen.

Hopelijk kunnen we die identiteitscrisis afweren door zelf zo’n on line gemeenschap uit te bouwen, zonder daarbij van ons traditionele publiek te vervreemden.

* Ik blijf op old school.

≈ Japanse blogger wint literatuurprijs

Mieko Kawakami, een japanse blogger, heeft een prestigieuze literatuurprijs gewonnen met een boek dat is gebaseerd op haar blog.

March 23rd, 2008  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , ,

» Een permanente recessie & een permanente revolutie

Het verhaal van de week, de maand, het afgelopen jaar en zelfs de voorbije decennia: de verarming van de Amerikaanse middenklasse. In een uitstekende analyse verklaart The Washington Post waarom de Amerikaanse Jan Modaal al jaren in een permanente recessie leeft door stagnerende lonen, een peperdure gezondheidszorg, jobonzekerheid en andere de stijgende kosten.

Dezelfde mechanismen steken ook in België, met beperkte mate, de kop op en zorgen bij de werknemers voor de eis tot meer koopkracht en voor de stakingsgolf van de afgelopen week.

Intussen in de dolgedraaide Amerikaanse voorverkiezingen in de aanloop naar de presidentsverkiezingen was er een klein schandaaltje door de banden tussen een Canadese ondernemer, een mijndeal in Kazakstan, het lobbywerk van ex-president Bill Clinton en campagnegiften. En als toemaatje: een infografiek over wie het meest geld krijgt van de olie-industrie tijdens de campagne voor de presidentsverkiezingen.

De twee verhalen die ik in de loop van de week meermaals heb herlezen, zijn The Anatomy of local breaking news story en Schamper: our student newspaper on Drupal.

Vooral dat Schamper op Drupal verhaal is zot interessant. Bijna alle traditionele nieuwsmedia zullen de komende jaren naar een “web first”-strategie evolueren. Als ze dat al niet hebben gedaan. Concreet komt het er op neer dat een journalist in de toekomst snel het nieuws, en het verloop van de feiten, “live” moet verslaan op de website en er tegen de volgende dag of week een artikel voor de krant of voor het magazine moet schrijven.

Traditioneel moet de journalist daarvoor twee systemen gebruiken: Een systeem om het artikel in de krant te schrijven en dan nog een systeem om op het internet te publiceren. Bij Schamper hebben ze voor een radicale oplossing gekozen. Dankzij de mogelijkheden van Drupal gebruiken ze één systeem om te publiceren op het net én in de print. Ze hebben Drupal geïntegreerd met hun layout-software Indesign.

Bovendien is Drupal open source. De implementatie van Drupal zal wellicht verschrikkelijk veel manuren hebben gekost, maar ze hebben geen geld moeten spenderen aan twee peperdure systemen om op het net en in de print te publiceren. Met die omschakeling zijn ze de traditionele media een jaar of vijf voor.

Btw. Ik ben benieuwd wat er met del.icio.us zal gebeuren wanneer Yahoo daadwerkelijk wordt overgenomen.

February 3rd, 2008  |  Published in » Debriefing
Tags: , , , , ,

§ Wat er in DS had moeten staan

In the interest of full disclosure: Ik heb vorig jaar journalistiek gestudeerd met Kristof Hoefkens. We hangen niet wekelijks met elkaar aan de telefoon, maar ik weet dat hij serieus met zijn vak bezig is. Welke karaktereigenschappen er op basis van zijn analysestuk ook aan hem worden toegedicht.

Update: dt-fout en spellingsfout er uit gehaald. Onderste disclaimer uitgebreid met stukje over uzegt.be

Dat houdt mij echter niet tegen om op het internet met de wolven mee te huilen. Dus without further ado Your senior web molester correspondent* met zijn 2 cents over achterop hinkende Vlaamse bloggers.

Liefste Dagboek (m, v)

Waarom Vlaamse bloggers niet op de publieke opinie wegen

  • In Vlaanderen zijn ze nog altijd niet zo zot als in de Verenigde Staten.
  • Ik ben het nieuw lief van Tom Boonen.
  • Wie Kristof Hoefkens zijn artikel echt heeft gelezen, snapt de zin en onzin van bullets.

Read the rest of this entry »

December 14th, 2007  |  Published in § Blessay
Tags: , , , , , , , ,

≈ Japan blogt massaal, maar met fluwelen handschoenen

Japan’s Bloggers: Humble Giants of the Web – washingtonpost.com: Technorati found that of all recorded blog postings in the fourth quarter of last year, 37 percent were written in Japanese, 36 percent in English and 8 percent in Chinese.

(…)

In all the blog entries she has composed at home and in cybercafes over the years, Kenetsuna has never written a discouraging word — not a single critical reference to bad food, lousy service or rip-off prices, she said. Such harshness, in her view, would be improper and offensive.

Fascinerend artikel over Japanners die massaal bloggen en daarbij zo weinig mogelijk medemensen willen beledigen.

December 6th, 2007  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

§ The New New Thing : Hebzucht in het kwadraat

This book is about a search that occurs on the frontiers of economic life. (…)

As it turned out, the main character of this story had a structure to his life. He might nog care to acknowledge it, but it was there all the same. It was the structure of an old-fashioned adventure story.

His mere presence on a scene inspired the question that propels every adventure story forward: What will happen next? I had no idea. And neither, really, did he.

Michael Lewis, bekend van Liar’s Poker, heeft het in dit fragment over internetpionier Jim Clark in The New New Thing. Lewis zijn boek is goed, maar las iets minder vlot dan Liar’s Poker. Dat is vreemd want nu ging het over de dotcom-zeepbel in de jaren ’90 terwijl Liar’s Poker over de eerste excessen met herverpakte hypotheekkredieten op Wall Street ging.

The New New Thing komt af en toe ook ietwat gedateerd over door de nieuwe internethausse waar sites als Youtube en Facebook miljarden waard zijn.

Toch blijft het een waardevol boek. Het beschrijft de mentaliteit van één van de eerste internetondernemers die echt Larger than life dachten en de Amerikaanse economie transformeerden.

Jim Clark genoot in de jaren ’90 al naam en faam door zijn baanbrekend werk bij Silicon Graphics. Hij verliet die post echter en ontwikkelde met Netscape, een van de eerste internetbrowsers. Daarna smeet hij zich op programma dat komaf zou maken met de bureaucratische papiermolen in de Amerikaanse gezondheidssector.

Wat mij opvalt is de gigantische hebzucht die Jim Clark motiveerde. Hij droomde niet van een return van 100 procent maar van 1000 en meer procent. Daarvoor nam hij enorme risico’s en lanceerde hij zijn bedrijven vaak in het wilde weg, zonder een echt businessmodel en zelfs zonder product.

Een andere grote motivator was zijn afkeer voor managers en financiers. Het grote probleem in Silicon Valley waren de durfkapitalisten die voor hun investeringen te veel invloed kregen in de bedrijven. Clark weigerde zich te onderwerpen aan de wil van durfkapitalisten en schrikte er ook niet voor de winsten van die durfkapitalisten af te romen door hen slechts kleine participaties te gunnen. Ingenieurs/programmeurs zoals hij creëerden de meerwaarde, niet de durfkapitalisten.

De meerwaarde van dit boek ligt vooral op dat vlak: de beschrijving van het karakter van Jim Clark. Een ingenieur die bijna drie keer miljardair (in Belgische franken) werd in de jaren ’90. Een echte geschiedenis van de eerste dotcom-zeepbel is het niet.

December 3rd, 2007  |  Published in § Blessay
Tags: , , , , ,

Filmpjes

Recente items


Over mezelf

Welkom op de persoonlijke website van Stijn F. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit Gent en ik werk als journalist voor het financieel-economische weekblad Trends. Ik schrijf voornamelijk over technologie(bedrijven) en supermarkten.

Contact: stijnf apenstaart gmail punt com