§ Misschien is het geen leeg getetter meer

Vooraf: Deze post staat al een week of 2 4 in mijn drafts en iedere keer opnieuw begin ik er aan te prutsen. Het ging eerst over Facebook die een grote bron van trafiek voor nieuwssites wordt. Dan is het een beetje ontspoord. Maar kom, voor de archieven.

Misschien is het omdat Facebook recent 5 jaar is geworden of Google opeens Buzz heeft gekoppeld aan Gmail*, maar de laatste tijd zijn er echt veel artikelen te lezen online en offline waar de ondertoon dezelfde is: “Bloggen, Facebook, Twitter, … Dat is hier precies voor echt. Misschien moeten we ons daar eens serieus mee bezig houden.”

En het is ook voor echt:

Nielsen reports that Internet users worldwide now spend 5.35 hours a month on social networks, up from just three hours a year ago. The social web is the new home page; remember how news sites all put up “make us your home page” buttons just a decade ago. News sites, of course, are lucky to break into double digits — 10 minutes — per month in usage.

(…)

That old newsprint-based serendipity we bemoaned was being lost in the move to web searching and browsing is being reborn. (…) Among this vast infinity of story reading choice, we’re using our friends and colleagues as filters, though the process is still ungainly.

Nieman Journalism Lab.

Matt Haughey, bezieler en oprichter van Metafilter zei enkele jaren geleden al zoiets; dankzij social media heb je de mogelijkheid om een even goede en zelfs betere filter te maken voor informatie die je interesseert, ontroert, doet lachen, etc… dan een krant, magazine, etc…

I don’t read printed newspapers. (…) I generally read at least a couple dozen articles daily though, mostly pointed out by my social circle (people who blog that I follow, twitter users I trust, friends sharing things in Google Reader). Friends are an amazing social filter and the social filter is essentially replicating the water cooler online.

Matt Haughey.

Awe

De meest wijdverspreide tool om artikels, links of andere items te delen, is e-mail. Enkele wetenschappers hebben op basis de statistieken van The New York Times onderzocht, waarom mensen nu net dat artikel en niet het andere naar elkaar doormailen.

Wat hen daarbij opviel, is hoe relatief klein het aandeel van de artikels over seks, geweld, etc… was en hoe populair lange artikels waren over niet voor de hand liggende onderwerpen. Artikels die inspireerden, die zorgden voor de beste respons:

“Emotion in general leads to transmission, and awe is quite a strong emotion,” he said. “If I’ve just read this story that changes the way I understand the world and myself, I want to talk to others about what it means. I want to proselytize and share the feeling of awe. If you read the article and feel the same emotion, it will bring us closer together.”

The New York Times.

Nick Bilton van The New York Times omschrijft het zo:

If someone approached me even five years ago and explained that one day in the near future I would be filtering, collecting and sharing content for thousands of perfect strangers to read — and doing it for free — I would have responded with a pretty perplexed look. Yet today I can’t imagine living in a world where I don’t filter, collect and share.

The New York Times.

Social media & the BBC

Dankzij sites zoals Facebook, Twitter is het aggregeren van interessante links pas echt doorgebroken. Zo is voor veel nieuwssites Facebook al de grootste bron van externe trafiek na Google. Sites zullen komen en gaan, maar het ‘delen’ zal blijven bestaan.

Omwille van die structurele verschuiving in het internetgebruik moeten journalisten bij de BBC zich ondertussen zich quasi verplicht verdiepen in social media.

“This isn’t just a kind of fad from someone who’s an enthusiast of technology. I’m afraid you’re not doing your job if you can’t do those things. It’s not discretionary”, he is quoted as saying in the BBC in-house weekly Ariel.

The Guardian.

Niemand heeft een idee hoe de redactie van de toekomst er echt gaat uitzien. Maar alle werkbare modellen gaan uit van een groter aandeel van geaggregeerde links die het eigen aanbod moeten complementeren.

Door de schaarste van de middelen zullen er meer en meer keuzes moeten worden gemaakt op de redacties in de verhalen die ze zelf maken. Do what you do best and link to the rest, zoals dat heet.

Er zijn bekende voorbeelden van onafhankelijke nieuwssites die al jaren doorgedreven linken, zoals The Huffington Post. Veel journalisten, en bij uitbreiding mediabedrijven, hebben daar vooroordelen over: 1. Aggregeren is volgens hen ‘stelen’; al is er wel iets te zeggen voor een soort richtlijn over citeren. 2. linken naar externe sites (en zeker al naar de concurrentie) is stom, want dan stuur je de bezoeker weg.

Links, met liefde verzameld

Maar ik vind The Huffington Post niet het beste voorbeeld. De Headlines van The Morning News zijn dat. Dat zijn links die met liefde zijn verzameld op nieuwssites, blogs, twitter, etc… Net zoals bij Google kom je iedere keer terug naar die site, om er weer van te willen worden gestuurd.

Ik ben er van overtuigd dat je niet goed kan aggregeren als je niet vertrouwd bent met social media; als je geen rist sites of personen volgt via RSS, Twitter, etc…

Het probleem is dat nog veel te veel journalisten social media, of het internet tout court, echt niet in de vingers hebben en zo’n zaken gewoon weg niet kunnen. (Ik zou er ook graag een stuk beter in willen zijn.) En dat hypothekeert niet alleen hun eigen carrière maar ook de toekomst van hun medium.

Nieuwssites blijven nog te veel doen alsof zij de enige site ter wereld zijn waar iets interessants op is te vinden. Dat is wereldvreemd. Miljoenen mensen delen links met elkaar, dat is geen leeg getetter. Het wordt tijd dat nieuwssites dat ook beginnen te doen.

The implied motto of every paper in the country should be: all the news that’s fit to link.

Steven Johnson

* Mijn meninkje over Google Buzz: Het is in de eerste plaats geen bedreiging voor Twitter of Facebook, maar vooral voor Microsoft (Windows Live) en Yahoo. Facebook is een ander publiek. En Twitter, dat is een soort protocol aan het worden. Het meest elegante aan Google Buzz is de manier waarop je naar een discussie kan linken. Iedere discussie heeft een permalink, zoals een discussie op een forum. Iets wat ik heel erg mis bij Facebook en Twitter.

≈ Gelezen: Newsonomics

Newsonomics, Twelve New Trends That Will Shape the News You Get door Ken Doctor is een goede stand van zaken van het debat over de toekomst van de (Angelsaksische) journalistiek.

Onder de 12 trends bevinden zich onder meer:

1. In the Age of Darwinian Content, You Are Your Own Editor

(…)

5. The Great Gathering or, The Fine Art of Using Other People’s Content

(…)

8. Itch the Niche

(…)

Het is helder gepresenteerd, maar ik blijf toch een beetje op mijn honger zitten. Eigenlijk kun je veel van die informatie in het boek vinden als je op Alltop.com regelmatig het trefwoord Journalism leest. In bepaalde hoofdstukken mis ik een beetje diepgang of toch meer data.

Ik heb geen tijd voor een volledige bespreking; ik haal er 2 uit.

  • 2. The Digital Dozen will Dominate. Volgens Ken Doctor zullen een 10-tal multinationals andere mediabedrijven overklassen in de wereld. Het zijn echter allemaal Angelsaksische bedrijven. Het is jammer dat hij de opkomst van China, Al Jazeera, etc… daarbij negeert. Het bezoek is vooral gebaseerd op zijn eigen ervaringen als journalist, uitgever, consultant. En in dit hoofdstuk voel je toch dat het perspectief toch wat breder kon.
  • 3. Local: Remap and Reload. In dit hoofdstuk verwijst hij naar zeer veel lokale sites, maar ik had graag casussen willen zien die een stuk beter waren uitgewerkt. Zo heeft hij het over lokale nieuwssites die al goed op weg zijn; Boston.com, Lasvegassun.com. Maar daar ontbreken alle details. Terwijl bij The Las Vegas Sun er blijkbaar toch redelijk wat zaken zijn die het hoera-sfeertje rond de website drukken.

De premisse van boek is absoluut niet slecht, we staan voor een decennium waar de concurrentie tussen de mediabedrijven alleen maar zal toenemen. Print, radio, televisie, onafhankelijke nieuwssites, … op het internet worden ze allemaal tegen elkaar uitgespeeld. Ook in Vlaanderen.

Daarom zal het zo moeilijk worden om gebruikers voor algemeen nieuws te laten betalen, hoe kwalitatief het aanbod ook is. En daarom zullen mediabedrijven user-generated-content gebruiken om kosten te drukken. Alleen verwacht je van een “Leading Media Industry Analyst” iets meer diepgang.

February 14th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , ,

≈ Op zoek naar stalkers

Advertising Age heeft een samenvatting van een speech van Hal Varian, chief economist bij Google die hij heeft gegeven aan studenten journalistiek.

De man die dé geldkoe van Google, Adwords, heeft geperfectioneerd gelooft niet in paywalls en zegt dat een product als de iPad misschien kan realiseren waar print online nog steeds klopt: dankzij een gebruiksvriendelijke tablet kan je online content comfortabel bekijken in je zetel.

Mr. Varian’s list of suggestions doesn’t include pay walls, such as the New York Times’ plan for a metered approach to charging users. “It’s too easy to bypass,” he says.

Instead, publishers should be looking at platforms such as the iPad to lure in readers during non-work hours, when they could presumably spend more time on individual news sites if they wanted to. “The challenge is, how can we make newspaper reading a leisure-time activity again? We know reading the news is valuable to our customers, but they don’t spend much time doing it.”

Mediabedrijven hebben in de print een businessmodel opgebouwd dat gefundeerd is op user engagement; “wij hebben x duizend CIM-lezers die iedere keer x minuten spenderen in ons product.” Online draait het nog steeds te veel om pageviews en daar knelt het schoentje.

Of anders gezegd, we hebben nood aan een model waar gebruikers ons stalken en niet het huidige model waar wij gebruikers stalken met win-elk-uur-acties, met nieuwsbrieven, met 88 advertenties op 1 pagina, met verplichte en lange registratieformulieren, etc…

January 28th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , ,

≈ Greg Hadfield over innovatie in mediabedrijven

Greg Hadfield die verantwoordelijk was voor digital development bij Telegraph Media Group heeft vorige week zijn vertrek aangekondigd. Dat deed hij langs zijn neus weg op een conferentie.

Volgens hem gaat de innovatie in de gevestigde mediabedrijven te traag en hij trekt daarom naar een kleinere, meer wendbare startup. Ongetwijfeld zit er nog een heel verhaal achter. Maar dit opiniestuk op The Guardian is alvast erg sterk.

No longer can newspapers survive by publishing at their readers, by talking down to them, by controlling what can and can’t be written or said. In future, they will have to provide – and share, not “own” – the online environment in which they can meet the needs of individual members of their community. They have to be part of social media, not monolithic media.

January 19th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

≈ Waarom journalisten het zo lastig hebben met User Generated Content

I’ve read all the essays in Journalists Defending Journalism http://jr.ly/qc2v They’re obsessed with the threat from User Generated Content.

Jay Rosen op Twitter.

Ik heb de essays nog niet gelezen, maar de reactie van Jay Rosen op Twitter vat eigenlijk heel goed samen waar old school journalisten zich vaak in vastrijden in debat over journalistiek en nieuwe media: User Generated Content.

Journalisten reageren vaak zo overdreven emotioneel op User Generated Content omdat die hen in een identiteitscrisis heeft geduwd: Journalisten zijn gatekeeper af en kunnen ook niet meer claimen dat enkel zij uitstekende journalistiek produceren.

1. Heimwee naar journalisten als gatekeepers

Recent vond er een debat plaats aan de Hogeschool Universiteit Brussel over de toekomst van de journalistiek, georganiseerd door masterstudenten journalistiek. Een verslag daar van stond in het decembernummer van De Journalist. Ik kon er zelf niet bij zijn.

Op basis van het verslag leken het genuanceerde discussies. Toch zie je daar ook dat Vlaamse journalisten nog steeds worstelen met User Generated Content.

“In een opiniestuk over de Vlaamse blogs schreef ik eens dat ik heel weinig goede blogs terugvond in Vlaanderen”, gooide Kristof Hoefkens (redacteur cultuur en media bij De Standaard) de knuppel in het hoenderhok. “Ik kreeg er veel virtuele knuppels voor terug.” Georges Timmerman (De Werktitel) gooide er meteen nog eentje achteraan: “Is er eigenlijk wel goede burgerjournalistiek in Vlaanderen?”

Is er een professionele filter nodig tussen de burgerjournalist en de professionele sector? Of om het met moderator Peter Verlinden scherp te stellen: “Mag iedereen op eender welke ongecontroleerde manier nieuws lanceren?”

De Journalist, december 2009.

Ter plaatse zal het betoog van de panelleden ongetwijfeld genuanceerder zijn geweest, maar in die roep om een filter schuilt er veel heimwee naar de goede oude tijd.

De tijd waar je nog Humo las om te weten welke platen er hip waren en niet Cutting Edge, Digg of Goddeau. Waar je nog de krant moest lezen of de televisie open moest te weten wat deze of gene politicus nu bedoelde in plaats van de website, de facebook-pagina, de twitteraccount, etc… te volgen. Die gatekeeper-functie is definitief verdwenen.

2. Journalisten verliezen hun claim op uitstekende journalistiek

De proef zou eens op de som moeten worden genomen, maar stel dat je journalisten (= mensen min of meer voltijds journalistiek werk leveren voor mediabedrijven) vraagt de verhouding tussen bloggers, mensen die Wikipedia onderhouden, etc… en hen te visualeren. Hoeveel van hen zouden er een piramide schetsen?

Onderaan heb je ‘gewone’ bloggers. Daarboven heb je de ‘goede’ bloggers. En aan de top heb je de journalisten die ‘echte’ journalistiek leveren.

Journalisten worden echter meer en meer generalisten en minder specialisten, zeker binnen de huidige organisatie van mediabedrijven. Het is een kwestie van rendabiliteit. En ik vrees dat die trend nog lange tijd zal blijven aanhouden, vooraleer de slinger — ongetwijfeld — terug zal slaan.

Vanuit die realiteit kunnen journalisten niet meer het monopolie op uitstekende journalistiek claimen. Dat lukt nu al niet meer binnen bepaalde niches, zoals technologieverslaggeving.

Het verschil zit hem in de expertise die er voor zorgt dat een gepassioneerde ‘amateur’ veruit beter werk kan leveren dan een journalist die een vlot, maar oppervlakkig stuk kan maken. De hobbyist heeft er het gros van zijn vrije tijd voor over, de journalist kan of wil zich soms niet meer dan een uurtje per week vrijmaken om zich in een onderwerp te verdiepen.

3. Stenen gooien vanuit een glazen huis

Wil een journalist in de huidige omstandigheden kwalitatief werk blijven leveren dan zal hij of zij verder moeten kijken dan zijn of haar traditioneel netwerk. Meer nog, journalisten zullen de community van gepassioneerde amateurs de hand moeten reiken en moeten aanvaarden dat zij de hulp zullen nodig hebben van hobbyisten.

Of journalisten kunnen blijven hun neus ophalen voor User Generated Content. En bij iedere fout op Wikipedia of zaken zoals de farce met koningin Fabiola op Belga zichzelf op de borst kloppen zonder al te veel zelfkritiek. Maar daarvoor is de (Vlaamse) journalistiek niet foutloos genoeg.

But in my first week as a newspaper editor I misidentified a source. He was a 300-pound German-American plumber, even more intimidating than Bremner, and when he got done with me, he had cleared up any misunderstanding I might have had about the importance of checking it out.

In my years as a print copy editor in St. Louis and Minneapolis, I was made acutely aware of just how close we all are to making fools of ourselves in public every day. I learned just what a glass house we live in.

It is not wise to throw stones at the people outside.

Steve Yelvington.

January 14th, 2010  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

≈ Gezocht: passie

Ik heb onlangs We Feel Fine, an Almanac of Human Emotion gekocht. Zorgvuldig geaggregeerde of curated user generated content en infografieken in een prachtig vormgegeven boek. Meer heb ik niet nodig om overstag te gaan.

(Officiële embed met Amazon-link van http://wefeelfine.org.)

Since August 2005, We Feel Fine has been harvesting human feelings from a large number of weblogs. Every few minutes, the system searches the world’s newly posted blog entries for occurrences of the phrases “I feel” and “I am feeling”.

(…)

The result is a database of several million human feelings, increasing by 15,000 – 20,000 new feelings per day. Using a series of playful interfaces, the feelings can be searched and sorted across a number of demographic slices, offering responses to specific questions like: do Europeans feel sad more often than Americans? Do women feel fat more often than men?

(…)

At its core, We Feel Fine is an artwork authored by everyone. It will grow and change as we grow and change, reflecting what’s on our blogs, what’s in our hearts, what’s in our minds. We hope it makes the world seem a little smaller, and we hope it helps people see beauty in the everyday ups and downs of life.

Sinds kort is er in de online journalistiek een debat over het Grote, Alwetende Algoritme™, dat op basis van realtime zoekresultaten dicteert over welke onderwerpen journalisten moeten schrijven.

Een project zoals We Feel Fine, dat onmogelijk zou zijn geweest zonder algoritmes, geeft tegengas tegen de paranoia over een ‘slecht’ algoritme. De fout ligt niet bij de technologie, maar bij de mensen die technologie gebruiken.

De kunst van aggregeren

Een ander project dat het bewijs is dat aggregeren van andermans content meer kan zijn dan de som van het geheel, is Pictory. (Gemaakt in Django overigens.)

San Francisco – Pictory (20091222)-thumb

Pictory San Francisco.

Aggregeren is voor journalisten — als het al überhaupt wordt gedaan — nog al te vaak het archiveren en publiceren van interessante links, quotes, multimedia. Projecten zoals We Feel Fine en Pictory tonen aan dat het op een veel creatievere manier kan. Een manier die veel duurzamer is, dan het verzamelen van links.

Een reden waarom aggregeren zo moeilijk is voor (online) journalisten, is dat ze te weinig zijn gespecialiseerd in 1 onderwerp. De moderne journalist is een generalist, en moet van alles iets weten. Maar die expertise alleen is niet genoeg. Er moet ook passie zijn over het onderwerp:

Topic times voice. Or, if you’re a little bit more of a maverick, obsession times voice. So what does that mean? I think all of the best nonfiction that has ever been made comes from the result of someone who can’t stop thinking about a certain topic — a very specific aspect of a certain topic in some cases. And second, they got really good at figuring out what they had to say about it.

Daringfireball.net

Bovenstaand citaat is op veel zaken toepasbaar en zeker op online journalistiek. Het draait niet om de vorm (blogs, video, infografieken, link journalism), het draait om passie.

December 22nd, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , ,

≈ Google’s Living Stories, meer context en minder losse eindjes

Vooraf: In deze post probeer ik uit te leggen waarom het Living Stories-experiment van Google wellicht een opstapje is naar een nieuwe manier om nieuws te consumeren, een die een nieuwsfeit direct in de juiste context probeert te plaatsen, en daardoor waarschijnlijk functionaliteiten zal pikken van sites zoals Wikipedia, GitHub en Twitter.

Google probeert sinds vorige week een nieuw format uit voor nieuws, haar zogenaamde Living Stories. Voor een aantal thema’s is er een soort ‘topic’-pagina gemaakt die steeds met nieuwe informatie en links up to date wordt gehouden.

Dat gebeurt in samenwerking met The New York Times en The Washington Post. Het resultaat is niet onaardig, maar het is duidelijk dat het project nog in de kinderschoenen staat. Het is een (schuchtere) poging om uit die story-centric worldview te ontsnappen en een nieuwsfeit direct in de juiste context te plaatsen. Iets waar Wikipedia voorlopig wel in slaagt.

Read the rest of this entry »

December 14th, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , ,

≈ Journalistiek in 2009 en in 2010

Op Nieman Journalism Lab staat een uitstekende post over hoe er in 2009 is gediscussieerd over journalistiek en wat 2010 in petto heeft.

To summarize, I think were reaching consensus on (1) the role of professional and amateur journalists in the new media ecosystem, (2) the question of what kind of news people will and won’t “pay” for, and (3) the inevitable shrinking and nicheification of news organizations. And I think the questions we should be asking next year include (1) the way changes in journalism are changing our politics, (2) the relationship between journalism, law, and public policy, (3) what kind of news networks we’ll see develop in this new ecosystem, (4) the future of j-school, and (5) the role of journalists, developers, data, and “the algorithm.”

Komt zeker ook in mijn jaaroverzicht.

En een lijstje om mee af te sluiten, de 8 vaardigheden voor “de journalist” van de toekomst.

December 10th, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

≈ Ontslagen bij The Washington Post en generalisten versus specialisten

Wie mijn links op del.icio.us een beetje volgt, kan zien dat ik de laatste tijd nogal veel heb gebookmarked over The Washington Post. Meer bepaald over de ontslagen bij de (geplande) samensmelting van de print- en de webredactie.

Afgaande op de berichten vallen er vooral ontslagen bij de webredactie. 2 prominente video-journalisten zouden hun biezen moeten pakken. Daarover is veel discussie tussen mensen die ofwel de kant van de website kiezen, ofwel de kant van de print.

Ex-journaliste Regina McCombs heeft op Poynter Online een uitstekende round-up en commentaar geschreven van de verschillende posts over de ontslagen bij The Washington Post. Ze vreest dat de ontslagen multimedia-journalisten slachtoffers zijn van een territoriumgevecht tussen het management van het web en de print.

Verder breekt Regina McCombs een lans voor het vrijwaren van de eigenheid van de webredactie. En dat betekent ook het behouden van multimedia-journalisten die exclusief voor de website werken.

As Web staffs shrink, and journalists get bogged down in site production work, I worry that we’ll lose the multimedia innovation and creative effort in these tough economic times, and end up with flat sites no one wants to visit.

Economic troubles have had more than one effect — in addition to the slashing of newsroom budgets and staff, it has intensified a power struggle for control of converging newsrooms.

Andere uitstekende posts zijn die van ex-journalisten van The Washington Post, Derek Willis en Jim Brady.

(…) what emerges will be not only a news organization that is a shadow of its former self – most orgs will have to face that reality – but that it will have put so much emphasis on the paper that it cannot take advantage of the possibilities online. That the folks running things are literally rolling back the progress and smart work that has been done, and will not be able to get it back as fast as they might think.

Derek Willis

I can assure you that we stopped “putting the paper online” many years ago. (…), it’s actually possible for great journalism to come in a form other than a newspaper.

Jim Brady

Generalisten versus specialisten

Personeelsbeleid, en zeker in crisistijden, is sowieso al grillige materie. Of er nu al dan niet een territoriumgevecht bezig is, kan ik niet nagaan. Misschien dat er nog iets anders de beslissingen beïnvloedt; dat ze afwillen van de specialisten en zo veel mogelijk generalisten op hun redacties willen hebben.

Iemand die hoogwaardige en exclusieve multimedia-reportages voor de site maakt, is in die optiek veel minder waard dan een generalist die een beetje deftig kan filmen en monteren én stukken schrijft voor de site en de print.

Nu, ik vind dat je als journalist een deftige foto moet kunnen nemen of een eenvoudig filmpje moet kunnen monteren. Het is echter een illusie dat journalisten al die vaardigheden volledig in de vingers kunnen hebben.

Bij breaking news primeert de inhoud op de vorm. Niemand gaat er over vallen dat het beeld af en toe schokt als je een brand verslaat, een vliegtuigcrash filmt, etc…

Een begeleidende videoreportage bij een reeks artikelen in de print of online; daar kan je het niet maken dat een interview redelijk amateuristisch is ingeblikt door een generalist. Voor zo’n job heb je een specialist nodig.

Hoogwaardige multimedia is — naast een doorgedreven integratie van databases — een mogelijkheid om zich als mediabedrijf te onderscheiden van de sites die grotendeels op vrijwilligers draaien of de eenmansacties.

Hoe lager mediabedrijven de lat leggen — hetzij inhoudelijk, hetzij vormelijk (multimedia, databases, etc…) — hoe gemakkelijker de nieuwe concurrenten hen kunnen overtreffen.

(De Morgen en Het Laatste Nieuws hebben een compleet gescheiden print- en webredactie. Ik ben benieuwd wat er daar zal gebeuren wanneer die ooit zullen samensmelten.)

November 29th, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , ,

≈ Het rouwproces van Rupert Murdoch

News Corp zal de zoekrobots van Google blokkeren op haar sites en zich tegen betaling door Bing van Microsoft laten indexeren volgens The Financial Times.

Intellectueel eigendomsrecht is complex. Het intellectueel eigendomsrecht m.b.t. het internet ligt nog niet een vaste plooi. Bovendien is er nog het onderscheid tussen Google en Google News, maar dit lijkt keihard op paniekvoetbal.

Murdochs plannetje om ‘parasitaire’ zoekmachines te verdringen en te vervangen door exclusieve partners, kan enkel lukken als genoeg andere mediabedrijven hetzelfde doen. (Eenzelfde strategie zal ook bepalen of paywalls op sites zullen slagen.)

Dergelijke kartelvorming kan mediabedrijven misschien redden, maar ik betwijfel het. Er zal wel altijd een spelbreker zijn volgens Mashable.

I say go for it. So, I’m sure, do all the other web publishers who see that removing many of the major news sites from Google will provide even more traffic for the upstarts. News Corp is merrily making itself irrelevant to web consumers, while continuing to use Google as its punch bag rather than addressing the radical transition of media into the online world.

Techcrunch betwijfelt overigens of het wel zo’n goede deal is voor Bing:

The big problem with a search engine trying to buy market share by buying parts of the news is that information spreads so quickly these days, exclusives last about 30 seconds. That information will end up on a site that is indexed by Google. Or the same news will be broken by someone else on the Web before the WSJ.com even gets to it.

En dan is er nog het mysterie van de paywall van The Wall Street Journal die zo lek is als een zeef. Onder meer via Digg én Google raak je op dit moment aan artikels die betalend zijn op WSJ.com.

Traditionele mediabedrijven hebben jarenlang quasi absolute controle gehad over (professionele) journalistiek en over de distributie. Dat zijn ze nu kwijt. Enfin, ik vrees dat het manoeuvre van Rupert Murdoch te catalogeren is als stage 3 in het rouwproces: Bargaining.

De depressie volgt nog.

Update 24/11: Bijkomend element in het verhaal dat ik gisteren was vergeten toe te voegen: News Corp heeft een deal met Google voor MySpace waar ze dit jaar de beoogde trafiek niet halen en daardoor een pak inkomsten zullen verliezen.

November 23rd, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , ,

Filmpjes

Recente items


Over mezelf

Welkom op de persoonlijke website van Stijn F. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit Gent en ik werk als journalist voor het financieel-economische weekblad Trends. Ik schrijf voornamelijk over technologie(bedrijven) en supermarkten.

Contact: stijnf apenstaart gmail punt com