≈ De pageviews komen later wel

Journalist en geek Matt Thompson zijn commentaar op de overname van Wikicity, (deels geautomatiseerde) hyperlokale wiki’s door de Omaha World-Herald.

In plaats van verder te doen met de huidige strategie, wiki’s waar de pagina’s automatisch worden aangemaakt, die maximale trafiek en schaalvergroting beoogt; een keuze voor kwaliteit en het identificeren van fervente gebruikers, fans, etc…

Een wiki die door robots wordt volgeschreven, trekt enkel robots aan. Op zich niet zo waardevolle trafiek. In plaats daar van tabula rasa!

For months, I expect this exercise will seem like a neverending, pointless slog, and no one will join in. After a few months, your traffic will still be underwhelming, but you’ll notice a tiny stream of fellow-travelers who’ll timidly participate here or there. Keep at it, and in a year, you’ll have a small but dedicated community. And you will probably have built something more significant than you had realized. After two years, it will begin to seem like it was worth the investment.

(…)

Come to think of it, that last paragraph could probably be applied to most successful businesses on the Web.

Eerst gebruikers, fans, etc… de pageviews komen later wel. Als ik dergelijke posts lees moet ik steeds terugdenken aan het verhaal van Flickr:

When Flickr was born, Caterina Fake and I spent many hours greeting new members personally. We opened up chat windows with each new visitor to say “Hi! I work here, and I’d love to help you get started, if you have any questions.” We also provided public forums where staff were present and interactive. Those decisions proved crucial, because apart from creating points where we could inject a certain culture, it was all so personal.

Post van Matt Thompson via Mike Davidson, van Newsvine. Dat is iemand die kan weten hoe je een community uitbouwt.

≈ De technologie van ‘Titanics’ versus The Huffington Post & Talking Points Memo

Het kan aan mij liggen. Maar ik vind dat serieuze journalistiek, serieuze technologie verdient. Ieder klein kind kan een weblog beginnen en volplakken met widgets, afbeeldingen en youtube-clipjes.

Waar het mij om gaat is het volgende:

Newspapers need to stop the story-centric worldview.

Adrian Holovaty

Een ongeval heeft een plaats, tijdstip, schade, slachtoffers, etc… Een verkiezingsbelofte van Obama heeft een datum, gaat over een bepaald thema, is al dan niet uitgevoerd…

Het gaat om gestructureerde (meta)data, niet om losse elementen in een zee van tekst. En daarvoor heb je de juiste technologie nodig, het juiste content management systeem.

De Titanic-denkfout

Naast die quote van Adrian Holovaty, is er ook nog een andere waar ik al een tijdje op zit te sjieken. De analyse van Arthur Sulzberger Jr., de uitgever van The New York Times:

“The best analogy I can think of is — have you ever heard of the Titanic Fallacy?” he asked. We hadn’t. “What was the critical flaw to the Titanic?” We tried to answer: Poor construction? Not enough life boats? Crashing into stuff? “A captain trying to set a world speed record through an iceberg field?” he said, shaking his head. “Even if the Titanic came in safely to New York Harbor, it was still doomed,” he said. “Twelve years earlier, two brothers invented the airplane.”

Sulzbergers analyse slaat op iets compleet anders, maar ik vind dat analyse ook kan worden doorgetrokken op technologisch vlak. Ieder mediabedrijf is op dit moment zware inspanningen aan het leveren om hun print- of andere redactiesystemen te koppelen aan of te integreren in hun content management systeem.

De inspanningen liggen daar op het hergebruik van content. Of in de woorden van Adrian Holovaty: repurposing a big blob of text in verschillende formats, print, web, teletekst, mobiel, etc…

Op zich is daar niks mee. Maar het zal verder moeten gaan dan dat. Een nieuwssite mag dan wel artikels uitspuwen, het is een Titanic als het die data niet met elkaar linkt.

De printdino’s versus de jonge wolven

Ik denk dat een belangrijk verklaring van het relatieve succes ( in vergelijking met de sites van de sites van de traditionele media, de printdino’s, Titanics, etc…) van web native projecten als The Huffington Post, Talking Points Memo, Politico ligt in hun IT-strategie.

Ze innoveren meer en sneller dan hun traditionele concurrenten op het vlak van bezoekersanalyse, mashups en crowdsourcing.

The Huffington Post en Talking Points Memo zijn echter nog niet volwassen. Beiden draaien op de (uitstekende) blogsoftware Movable Type. Zo’n platform is uitstekend om verhalen te spuwen, maar minder geschikt om verschillende soorten data aan elkaar te koppelen. Stilaan lopen zij tegen de grenzen van hun platform aan. Daarom experimenteert Talking Points Memo met Ruby on Rails.

De meeste sites van jonge wolven draaien op niet meer dan dat, blogsoftware. Het is op dat vlak waar traditionele sites met de juiste technologie die jonge wolven — die vaak veel kleinschaliger werken — een lesje kunnen leren.

Traditionele media zijn eigenlijk fabrieken die op grote schaal kwalitatieve en gestandaardiseerde informatie produceren. Koppel de meta-data van die items aan elkaar en er ontstaat een web waar die jonge wolven voorlopig niet aan kunnen tippen.

Jammer genoeg is die strategie ver te zoeken bij de meeste traditionele mediasites. Het blijft enkel bij content uitspuwen. De jonge wolven zijn voorlopig gebonden door de eenvoud van hun systemen, maar ze leren snel. Héél snel.

The Texas Tribune

The Texas Tribune is een non-profit site ( gebouwd in Django) die nog maar net is opgericht, en absoluut niet de laatste zal zijn in zijn soort. Het is een nieuwsorganisatie die het internet snapt: veelvuldig gebruik van blogs, data, aggregators, etc… Of in de woorden van 1 van hun ontwikkelaars, Chase Davis:

1. We decided early on that the Texas Tribune needed room to evolve. It’s a startup, and nobody has any idea what it’s going to look like in six months. That being the case, our goal was to build them a sandbox — something that could evolve as their organization evolved. (…) We’re not limited by pre-existing modules or dependency issues you find with off-the-shelf systems.

2. The Tribune’s plan going forward is to integrate tremendous amounts of data into their coverage. Their lawmaker directory is one example of that, but they have much more ambitious plans for campaign finance records, financial disclosures, lobbying reports, etc. Rather than segregating that data by walling it off in its own ghetto.

Al vanaf dag 1 legt The Texas Tribune meer innovatie aan de dag, dan de meeste traditionele nieuwssites die al een jaar of 10 bestaan. Het is niet toevallig dat het personeel van The Texas Tribune voor meer dan een vierde uit ontwikkelaars bestaat.

Newspapers need to stop the story-centric worldview.

Adrian Holovaty

De jonge wolven snappen het al en gaan op zoek naar de juiste tools. De sites van de traditionele (kwaliteits)media gaan moeten volgen. Of ze het nu willen of niet.

≈ “Less with less, is less”

Afgelopen week heb ik mijn 1000ste link gebookmarked over journalistiek in del.icio.us. Het is een memo van hoofdredacteur Bill Keller van The New York Times over het collectief ontslag van een 100-tal redacteurs.

“The idea that you can do ‘more with less‘ is, in my view, one of the four great lies,” Keller told his staff. “What you can do with less, is less. But if you are smart and careful, you can limit the harm.”

Over de vernieuwde CNN.com (infografiek van de bezoekercijfers van CNN.com):

As for the diminishing supply of real, reported news that matters, every week brings another example. Here’s one that’s fresh in my mind. The other day some of us spent half an hour looking at CNN’s redesigned website. It is the second most heavily trafficked online news site. The redesign is cleaner and brighter. Just one thing: It has hardly any news. On Tuesday, when CNN television was treating Election Day with the usual bells and whistles, the home page of CNN.com did not seem to be aware that there was voting going on. The most striking news story on the page had the following headline: “Canadian folk singer killed by coyotes.” (Now, if it had been Joni Mitchell, or Leonard Cohen.…)

De memo is lang, maar het is een aanrader.

November 12th, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , ,

≈ Het natte vingerwerk in de journalistiek

Ik denk dat deze post nog de sporen draagt van enkele weken mottigheid. Eigenlijk zou deze post in een 4-tal afzondelijke posts moeten uiteenvallen, maar er zit een logica achter. Althans, dat maak ik mezelf wijs. Misschien dat het therapeutisch werkt.

Het is precies een beetje ontspoord.

1. URL-verkorter

De Amerikaanse overheid heeft sinds kort haar eigen URL-verkorter in dienst genomen; go.usa.gov. Een URL-verkorter zoals bit.ly is enorm handig, ook voor de print:*

  1. Ze maken de, meestal, veel te lange links van items op mediasites korter. Duh.
  2. Ze leveren interessante statistieken op.

Verkorters zoals bit.ly leveren een machtige service, maar je houdt beter de verkorte links in eigen beheer. Het zou nogal pijnlijk zijn om in de print volop gebruik te maken van doorverwijzingen van bit.ly terwijl bit.ly op die dag een zware panne heeft of besluit de boeken neer te leggen.

Met andere andere woorden, je bouwt dus beter zelf een URL-verkorter. Gelukkig is dat blijkbaar een fluitje van een cent.**

Wat er nu vaak gebeurt, is het volgende: Aan een artikel in de print wordt een online verlengstuk gekoppeld; een foto-special, reactieformulier, polls, een uitgebreide versie van het artikel, etc… In het artikel wordt verwezen 1. met de url van de homepage, 2. met een handmatige aangemaakte verkorte url of 3. met een (verkorte) url van een rubriek (bv. site/uwmening).

  1. Ergens, en liefst above the fold, moet er een verwijzing staan naar dat item. Daarmee riskeer je dus een bos van buttons en links op uw homepage te creëren. En er zullen altijd bezoekers zijn die over de link zullen kijken.
  2. Vaak een tijdrovende procedure.
  3. Dat is vaak nog een elegante oplossing, meestal valt het aantal verwijzingen uit de print nog mee, zodat het nog redelijk overzichtelijk blijft.

Maar zelf die laatste oplossing heeft een serieuze handicap. Schatten hoeveel mensen nu effectief via de print op dat item komen, blijft min of meer natte vingerwerk. Op dat vlak heeft een eigen URL-verkorter met ingebouwde statistieken een serieus streepje voor.

2. Het buikgevoel

We vertrouwen in de (online) journalistiek nog al te vaak op ons buikgevoel. Bij wijze van spreken moet het zoontje van een hoofdredacteur nog maar net de controller van zijn Wii in de TV hebben gekeild, of er komt eerstdaags een artikel over het gevaar van de Nintendo Wii.

Nu, dat kan nog een leuke reportage opleveren. Het heeft grotere gevolgen als het buikgevoel het haalt op data bij de strategische keuzes van printmedia:

  1. Video: Printmedia zetten zwaar in op multimedia en daarmee bedoelen ze vooral video, en de hogere advertentietarieven die je daarvoor kan vragen. Ongetwijfeld kan je met 1 viraal videoclipje een maand of een week trafiek verzamelen. Maar het falen van een ambitieus project als 702.tv is een indicatie dat er toch best wat realisme aan de dag wordt gelegd.
  2. Paid Content: Ieder mediabedrijf breekt zich op dit moment het hoofd hoe ze bezoekers kunnen laten betalen voor inhoud zonder het bezoekersaantal te decimeren. Het is echter jammer dat veel van die motivaties beginnen met “de lezers betalen voor de print, mits de mogelijkheid zullen ze ook wel betalen op het web”, aangevuld met ruwe data uit een of ander internationaal marktonderzoek.

In mijn ogen is het gebrek aan betrouwbare data de grootste handicap voor een transitie van print naar online, en niet de dalende inkomsten of de technologische achterstand. We varen gewoon blind en kruisen onze vingers dat we niet tegen een ijsberg zullen botsen.

3. Meten is weten

Het globale beeld mag er dan nogal donker uitzien, op een lager niveau ziet het er al een stuk rooskleuriger uit. Via bezoekerstatistieken — dankzij Google Analytics zijn die al een pak toegankelijker geworden — kan een journalist nuttige feedback krijgen over de produceerde items. Zelf ben ik redelijk obsessief in het consulteren van de interne statistieken van de site(s) waar ik voor werk.

Maar je kan nog gedetailleerder te werk gaan. The Huffington Post heeft een mechanisme ontwikkeld waar ze quasi automatisch verschillende titels van een item test. Na een bepaalde tijd wordt de meest aangeklikte versie, de definitieve titel.

Eigenlijk zou je dit op bijna alles kunnen toepassen.

4. Dictatuur van de bezoeker

Het is een terechte vraag of een journalist die zich laat leiden door bezoekersdata, niet zijn onafhankelijkheid opgeeft. Anders gezegd, de computer dicteert de journalist.

Ik vrees dat die toekomst voor bepaalde soorten journalistiek er snel zal komen, zoniet er al is. Wired berichtte onlangs over Demand Media; een bedrijf dat stukken bestelt bij freelancers op basis van een algoritme.

Demand Media has created a virtual factory that pumps out 4,000 videoclips and articles a day. It starts with an algorithm.

The algorithm is fed inputs from three sources: Search terms (popular terms from more than 100 sources comprising 2 billion searches a day), The ad market (a snapshot of which keywords are sought after and how much they are fetching), and The competition (what’s online already and where a term ranks in search results).

Dat lijkt mij nu ook niet meteen een leefbaar model voor kwaliteitsjournalistiek. Maar ik ben liever niet blind voor bezoekersdata of negeer ze liever bewust dan dat ik me in onwetendheid wentel.

Een journalist krijgt zijn publiek door de onderwerpen van zijn stukken. Eens je je onderwerp — beat in het Engels — hebt gekozen, is er niks mis mee bezoekersstatistieken te gebruiken om je lezers nog beter te bedienen.

Ook als journalist heb je de plicht om na te gaan wat werkt en wat niet werkt.

Appendix

* Een tijd geleden waren URL-verkorters en het voordeel voor een betere interactie met de print, ook al het onderwerp van discussie. Mijn geheugen, liever gezegd mijn del.icio.us links, laten mij in de steek.

** Wat is er mis met een handmatig verkorte link aangemaakt door IT, of een functionaliteit om gewoon kortere URL’s (bv. /node/1123/) te maken in het cms? In het eerste geval is dat vaak te tijdrovend, in het tweede geval is dat vaak niet opportuun voor de leesvriendelijkheid van de URL. Hetzij voor de bezoeker, hetzij voor zoekmachines.

October 29th, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , , ,

≈ Het belang van bedrijfscultuur

Recent heb ik 2 zeer interessante analyses gelezen van Jim Brady, ex-The Washingtonpost.com, en John Temple, ex-The Rocky Mountain News over het wel en wee van (print)journalistiek in het internet-tijdperk. Beiden onderstrepen het belang van een bedrijfscultuur waar een internetredactie zo autonoom mogelijk kan zijn, ook al is dat met materiaal dat voor de print is geproduceerd.

John Temple herinnert zich nog hoe de webredactie werd tegenwerkt tijdens de schietpartij in Columbine:

After news of the shooting broke, the producer came to the newsroom and asked the city editor for any news he could give him. “I’m not giving you anything for the Web site,” he remembers being told. “They’ll steal it.” They, in this case, was The Denver Post. The culture of the newsroom at this point was still to save any possible scoops for the morning paper to keep the Post a day behind us. The Rocky’s Web team ended up relying on our TV news partner for its reports.

Jim Brady:

The line I keep using is that in any newsroom structure, the Web has to be positioned in a way that it can do things that will make the print side uncomfortable. It’s got to have enough autonomy that it can push into technologies in new areas and make the newsroom go, ‘Do we really want to be on Twitter?’ You’ve got to take some risks, you’ve got to play on some new playgrounds. And when you have to run all those questions through a print structure, often the answer is no, or it takes a really long time to get to an answer.

Eigenlijk gaat het 2 keer over hetzelfde. Net zoals ieder ander gevestigd bedrijf, heeft een mediabedrijf een logge structuur. Een structuur die een rem zet op experimenteren en innovatie. Zelfs Google begint daar hinder van te ondervinden.

Een startup-mentaliteit creëren op de (web)redactie is dus de boodschap. Maar probeer dat eens in te voeren in tijden van afdankingen en besparingen.

≈ Herfsttij der kwaliteitsjournalistiek

Nieman Journalism Lab — overigens de beste site om bij te blijven over de evolutie van (internet)journalistiek — heeft een transcript van een speech door internet- en journalistiek-guru Clay Shirky.

In die speech bouwt hij verder op thema’s die hij eerder al op zijn — overigens, uitstekende — site heeft uitgewerkt: Printjournalistiek, de voornaamste producent van de zogenaamde kwaliteitsjournalistiek, maakt méér dan mee enkel een economische crisis. Door het internet kunnen adverteerders zich grotendeels loswrikken uit de greep van uitgevers die de distributie van print grotendeels monopoliseerden.

Het businessmodel van printjournalistiek is voor onze ogen uiteen aan het spatten en dreigt voor lange tijd kwaliteitsjournalistiek — het soort onderzoekswerk dat politici doet aftreden — onbetaalbaar te maken, met alle maatschappelijke gevolgen van dien.

I believe, and I only take seriously people who believe, that newspapers are irreplaceable in their production of accountability journalism. And then the questions becomes, “So what do you think of — how do you regard the media landscape?” (…)

On the other hand, people who look at the media environment and say the current shock in the media environment is so inimical to the 20th-century model of news production that time spent trying to replace newspapers is misspent effort because we should really be transferring our concern to the production of lots and lots of smaller, overlapping models of accountability journalism, knowing that we won’t get it right in the beginning and not knowing which experiments are going to pan out.

Clay Shirky is overigens een forse tegenstander van paywalls. Persoonlijk denk ik dat mensen niet zozeer voor content betalen, maar hoofdzakelijk voor het comfort om het nieuws aan de ontbijttafel te lezen.

Misschien ligt de toekomst van kwaliteitsjournalistiek wel in mobiele applicaties.

September 23rd, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , ,

≈ Het ware gezicht van oorlog

Op de fotoblog van The New York Times staat een achtergrondstuk over een oorlogsfoto die door persagentschap AP is verspreid en is gepubliceerd in verschillende kranten en op verschillende sites.

Op de foto in kwestie, ook te zien op de site, is een marinier te zien die net voor het nemen van de foto is geraakt door een granaat. De marinier zal later overlijden aan zijn verwondingen. De foto in kwestie is onscherp, maar de gruwel is toch goed te zien.

Wat de foto zo speciaal maakt, is dat AP de foto heeft gepubliceerd ondanks de bezwaren van de vader. Ook de Amerikaanse minister van Defensie vroeg in naam van de vader om de foto van de levensgevaarlijk gewonde marinier toch niet te publiceren.

De post sluit af met een aangrijpende dagboekpassage van de oorlogsfotografe in kwestie.

September 5th, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , ,

≈ Zo blogt The New York Times

Een vaste medewerker van The New York Times vertelt hoe ze bij de krant bloggen. Ieder Item wordt door minstens 3 paar ogen bekeken vooraleer het online gaat. Dat is meer eindredactie dan voor sommige Vlaamse krantenartikels.

Smart division of labor makes writing for the Times easy and quick. My advice for other group blog sites: Hire someone to handle all images for posts, so your writers can focus on writing. Beyond that, a good editor will turn good bloggers into better bloggers by helping them improve weak passages, by teaching writers to fill their posts with context and clarity, and sometimes by shooting down a post that just isn’t working. For all this, your writers will hate them. But readers will love it.

September 4th, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

≈ Euh, over die betalende nieuwssites…

Enkele maanden geleden doken er, vooral in de Amerikaanse media, geruchten op dat veel nieuwssites zouden afstappen van hun ‘gratis’-strategie, m.a.w. de terugkeer van de paywall.

Media-tycoon Rupert Murdoch alludeerde in juli daar al op.

Journalism Online, een Amerikaanse startup, heeft ondertussen al meer dan 500 nieuwssites kunnen overtuigen om hun technologie te gebruiken voor het opzetten van (gedeeltelijke) paywalls. Journalism Online gaat er van uit dat de sites daarbij toch 90 procent van hun pageviews, belangrijk voor de advertentie-inkomsten, zouden kunnen behouden.

(De Journalist, het blad van de journalistenbond, laat in haar laatste nummer overigens een ballonnetje op in dezelfde richting: dat de Vlaamse nieuwssites collectief — gedeeltelijk — betalend zouden moeten worden. )

Beide moeten hun plannen nog uitvoeren en Paidcontent.org ging al eens kijken naar het wedervaren van (kleinere) Amerikaanse nieuwssites die (gedeeltelijk) betalend zijn gegaan. Er is bijlange nog niet genoeg data om conclusies te kunnen trekken, maar de eerste cijfers zijn toch niet echt hoopgevend.

September 2nd, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , ,

≈ Pen versus potlood

LEO
We spent millions of dollars developing a pen for the astronauts that would work in zero gravity. Know what the Russians did?

TOBY
Used a pencil?

The West Wing, S3E20.

De Amerikaanse krant The Statesman gebruikt de post-by-email functie van microblogsite Posterous om user generated content te verzamelen.

Stilaan beginnen alle excuses — budget, usability, gebrek aan een platform — weg te vallen om systematisch te experimenteren met user generated content. Toegegeven, het heeft een hoog thereifixedit-gehalte. Maar het is ook verdomd geniaal in zijn eenvoud.

August 31st, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , ,

Filmpjes

Recente items


Over mezelf

Welkom op de persoonlijke website van Stijn F. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit Gent en ik werk als journalist voor het financieel-economische weekblad Trends. Ik schrijf voornamelijk over technologie(bedrijven) en supermarkten.

Contact: stijnf apenstaart gmail punt com