≈ Duh, kwaliteit kost geld

New York Times-columnist Frank Rich, heeft een uitstekende samenvatting geschreven — met interessante links (ook naar items op concurrerende sites — van het debat over de crisis in de (print-)journalistiek.

But if a comprehensive array of real news is to be part of the picture as well, the time will soon arrive for us to put up or shut up. Whatever shape journalism ultimately takes in America, make no mistake that in the end we will get what we pay for.

Binnen een jaar of 10 zullen we waarschijnlijk weten hoeveel mensen echt willen betalen voor kwaliteitsjournalistiek. Nu kan je dat eigenlijk niet achterhalen omdat je voor print — waar het gros van de kwaliteitsjournalistiek plaatsvindt — nu vooral betaalt om het nieuws aan de ontbijttafel te mogen lezen.

May 10th, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , ,

≈ Portfolio legt de persen stil

Het Amerikaanse zakentijdschrift Portfolio zal niet meer verschijnen.

Our editor in chief, Joanne Lipman, just broke the news to staff, saying the decision had been made “because of financial reasons at Advance,” Condé Nast’s parent company. “It’s not anything that the company wanted to do.” She said she was informed by Condé Nast chairman S.I. Newhouse Jr. this morning of the decision.

Verschrikkelijk jammer, er stonden zeer interessante reportages in en machtig goede infografieken.

April 27th, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

≈ Kaviaarjournalistiek

Het heeft er alle schijn van dat in de — eerder nabije dan verre — toekomst kranten niet iedere weekdag meer zullen verschijnen. Het weekregime voor de print, gekoppeld aan 24u/24u updates online en mobiel, zal de norm worden. In onderstaande presentatie wordt het concept uitgewerkt van een (hyper)compacte krant. Het is een pleidooi voor kaviaarjournalistiek. Een krant die het breaking news volledig loslaat en zich smijt op heldere en bondige analyses en tijdlozere stukken. Rond slide 50 wordt het echt interessant.

Een compacte krant is wat Barney Kilgore, hoofdredacteur van The Wall Street Journal in het midden van vorige eeuw, ook al voor ogen had. De man werd in zijn tijd ook geconfronteerd met een businessmodel dat hopeloos achterhaald dreigde te worden.

When Kilgore became managing editor of the Journal in 1941, he inherited a business model that technology had undermined. Founded in 1889 to provide market news and stock prices to individual investors, the Journal lost half its circulation as this basic information became widely available.

≈ Over zombie-rubrieken

Veel nieuwssites geven de indruk dat ze alles even goed kunnen en willen doen. Ze hebben uitgebreide rubrieken als binnenland, buitenland, cultuur, economie, sport, regio, technologie… Op het eerste zicht een indrukwekkend aanbod aan informatie.

Veel van die rubrieken zijn echter zombie-rubrieken; rubrieken die slechts om de paar dagen nieuwe items krijgen of ingevuld worden met items die grotendeels samenvattingen zijn van wat ergens anders in de media is verschenen (maar dan zonder link of commentaar).

De sectie over technologie of internet is vaak zo’n zombie-rubriek. Omdat in de krant of het tijdschrift geregeld een artikel over die onderwerpen verschijnt, wordt er ook zo’n rubriek voorzien op de site.

Maar zo’n rubriek wordt dus niet dagelijks geüpdatet met eigen, exclusieve items. En dan zijn er 3 mogelijkheden: 1. Niks doen — komt slordig over. 2. Webredactie schrijft zelf stukken — praktisch ver niet te doen om dat structureel aan te houden aangezien die nog het breaking news, de frontpagina en de andere rubrieken in het oog moet houden. 3. Alle items van het persagentschap van Belga waar het enigszins over computers of internet gaat, in die rubriek smijten — de meest voorkomende optie.

Het probleem lijkt daarmee opgelost; de rubriek wordt (quasi) dagelijks geüpdatet. Die leemtes vullen met niet-exclusieve items devalueert echter de eigen items. Bovendien zijn die belga’s vaak vertaalde AFP’s (Frans persagentschap) die een artikel samenvatten uit The New York Times of The Wall Street Journal die in het slechtste geval op hun beurt zijn gebaseerd op items van een site als Techcrunch of Readwriteweb.

(Voor alle duidelijkheid: belga’s zijn verschrikkelijk nuttig en onontbeerlijk voor een goede nieuwssite. Het is echter de vraag of je belga’s moet verkopen als eigen berichtgeving. Zeker als krek dezelfde belga op 5 andere nieuwssites zal staan. Een soort telex-(sub)rubriek lijkt mij een transparantere oplossing.)

Voor zo’n zombie-rubriek, kies je dan beter voor de toon en het formaat van een (link)blog waarvoor je samenwerkt met de redacteurs die die rubrieken voor de print, tv, etc… proberen in te vullen. Dat laat je veel meer flexibiliteit toe dan dat je het als een echte nieuwsrubriek probeert in te vullen. Iets waar je toch niet in zal slagen zolang je niet over voldoende middelen en tijd beschikt.

Een (link)blog laat je nog steeds toe om je eigen artikelen en analyses te posten en goed te presenteren. Het zet je ook aan een meer converserende toon te gebruiken (goed voor community-vorming).

Maar bovenal, het zet je aan tot het aggregeren van en linken naar items van andere media. Een veel waardevollere aanpak dan het systematisch overschrijven van items op andere sites of systematisch belga’s over items uit andere media in een rubriek te pompen.

Dat (intelligent) aggregeren en linken is iets wat de komende jaren enkel maar belangrijker zal worden. Het probleem is dat wij journalisten dat wel kunnen, maar niet aanzien als journalistiek. We sturen links en artikels door via e-mail naar collega’s binnen de redactie. We discussiëren intern over wat andere media brengen. Maar het online publiceren van die links, daar zien we de waarde en het nut niet van in.

“We gaan toch niet aan Jan en alleman onze bronnen beschikbaar stellen?”, is nog zo’n reden waarom het intelligent aggregeren en linken achterwege blijft. Een rare redenering voor een beroepsgroep die transparantie probeert af te dwingen in de samenleving.

Als we onze koudwatervrees voor aggregeren en linken overwinnen en erkennen dat we niet genoeg middelen hebben om elke rubriek op onze site volwaardig te ondersteunen met eigen items, dan kunnen we met die zogenaamde zombie-rubrieken heel mooie dingen doen. Sites zoals The Huffington Post en Talking Points Memo zijn tenslotte op die manier groot geworden.

April 19th, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: ,

≈ Ik heb geen zin om een propper in Salou te worden

Even ter herinnering: Het spreekt voor zich dat enkel ik, en bijvoorbeeld niet mijn werkgever, verantwoordelijk ben voor wat ik schrijf op deze site.

Beroepshalve surf ik godganse dagen Vlaamse nieuwswebsites af. Ik begin meer en meer het gevoel te krijgen dat heel dat universum sterk op Salou begint te lijken. Het Salou uit “Hete kussen uit Salou”.

En wij journalisten, geen haar beter dan de marketeers die we onterecht verfoeien, zijn (ook) proppers. Onze variatie op de wet T-shirtcontest is het zoveelste artikel over Amy Winehouse of de zoveelste wedstrijd waar je je persoonsgegevens prijsgeeft om iedere nanoseconde naast een plasma-tv te grijpen.

We zijn de proppers die onze ziel verkopen voor de snelle clicks en pageviews. Sensationele artikels en spectaculaire marketingacties hebben absoluut hun nut. Maar zolang we het nalaten dit te koppelen aan een redactionele lijn die trouw is aan onze identiteit, krijgen we het publiek dat we verdienen. Sprinkhanen die van de ene website naar de andere zwermen.

Als nieuwswebsite wil je geen sprinkhanen, maar mieren. Mieren die een kolonie bouwen op je site. (OK, gedaan met de fauna-metaforen). Je wil een community uitbouwen. Om trouwe bezoekers te hebben die aantrekkelijk zijn voor een adverteerder en daardoor je website commercieel leefbaar maken. Maar we hebben die community ook nodig om de kwaliteit van (online) journalistiek op te krikken.

We staan aan de vooravond van een radicale transformatie van de media en tenzij er de volgende jaren nog snel een zwaar winstgevend businessmodel uit de hemel komt vallen, zal “De Journalist” in de toekomst vooral minder collega’s hebben.

Hij of zij zal meer moeten steunen op een lezerspubliek om gegevens te verzamelen, nieuws te garen en stukken te schrijven. Die doorgedreven crowd-sourcing zal zich heus niet alleen tot de regio-journalistiek beperken.

Als we ons als proppers blijven gedragen die zich alleen bekommeren of bezoekers binnenkomen en genoeg rondklikken (en dat het niet uitmaakt op welke artikels), zullen we nooit die broodnodige community kunnen uitbouwen.

Dat vereist onder meer dat veel van die nieuwssites hun ambities moeten opbergen om hét algemene nieuwsportaal van Vlaanderen te zijn. De toekomst ligt in de niches.

(Overigens zijn de bezoekercijfers van de Vlaamse nieuwssites van die aard dat je eigenlijk alle websites — buiten Het Nieuwsblad en Het Laatste Nieuws — moet beschouwen als niche-sites, zeker in het licht van de wereldwijde bezoekercijfers.)

April 16th, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

» Op zoek naar centen voor journalistiek (II)

‘» Debriefing’ ? Geregeld bookmark ik sneller interessante links, dan ik ze hier kan posten als ‘≈ Terzijdes’. Om die achterstand in te halen, schrijf ik ze af en toe weg in één grotere post. Omdat ik tegen dan vaak al vergeten ben, waar ik de link heb opgepikt, ontbreken de bronvermeldingen. Mijn excuses. Ook voor de lengte van deze post. Het spreekt ook voor zich dat enkel ik, en bijvoorbeeld niet mijn werkgever, verantwoordelijk ben voor wat ik hier schrijf.

Vandaag raakte bekend dat de (failliete) Amerikaanse krant The Seattle Post-Intelligencer een doorstart maakt als website. De ‘krant’ zal dus enkel online verschijnen en de redactie werd daarvoor quasi gedecimeerd. Van een kleine 200 journalisten zullen er nog 20 overschieten. En voor wie er nog aan twijfelt, die zullen alles moeten kunnen:

We don’t have reporters, editors or producers—everyone will do and be everything. Everyone will write, edit, take photos and shoot video, produce multimedia and curate the home page.

De meeste van de weerhouden journalisten zouden ook jonger zijn dan 40 jaar. Kijk, ik vind dit een drama dat er zoveel ervaring verdwijnt uit de journalistiek. Op de redactie zit ik op een armlengte van iemand die 25 jaar ervaring heeft en even verder zitten er journalisten die nog méér kilometers op de teller hebben. Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik nog iedere dag van hen leer.

Het mag dan nog niet zo slecht gaan als in de Verenigde Staten — ook hier is The great restructuring begonnen: kleinere redacties en meer redacteur-fotografen in plaats van beroepspersfotografen.

Ik heb sympathie voor de acties van de journalistenbond en de persfotografen, maar die acties zijn niet meer dan achterhoedegevechten. De ‘nieuwe’ journalist zal minder collega’s hebben, meer een generalist moeten zijn dan een specialist en niet bang mogen zijn van foto-, audio-, en video-bewerking. Ik vrees dat sociale acties en overleg bitter weinig aan dit scenario zullen veranderen.

Het ziet er ook naar uit dat dit proces zich eerder vroeger dan later zal voltrekken. Het is daarom jammer dat er op sectoraal niveau te weinig wordt gepraat over de heroriëntering en bijscholing van de bestaande journalisten. Het blijft meestal bij workshops van een uur of 3 over onderwerpen als “efficiënter zoeken op het internet”.

Een betere en structurele manier zou zijn om die journalisten die niet zo vertrouwd zijn met online journalistiek en internet terug naar de schoolbanken te sturen, voor een maand of zo. (Laat interim-krachten, eventueel (deels) gesubsidieerd door de overheid, dan even hun plaats in nemen.) Zo gaat die broodnodige ervaring van die (oudere garde) journalisten niet verloren en doen beginnende journalisten ervaring op in de media.

Overigens mocht ik verantwoordelijk zijn voor een opleiding journalistiek in het hoger onderwijs, ik denk dat ik serieus zou overwegen om in de toelatingsvoorwaarden te schrijven dat een kandidaat-student al minstens een jaar een actieve blog moet hebben, een basiskennis heeft van html en css en weet dat je met Facebook meer kan dan enkel het lief van een vriend te veilen of tetris te spelen. Maar dit terzijde.

Meer links, after the jump.

Read the rest of this entry »

March 17th, 2009  |  Published in » Debriefing
Tags: , ,

≈ Er is geen monopolie meer op breaking news

CNN, dat altijd al een intern persagentschap heeft gehad, gaat sinds kort de concurrentie aan met het oudste persagentschap ter wereld Associated Press (AP).

AP — een non-profit waar Amerikaanse kranten en radio- en televisiestations aandeelhouders van zijn — wordt verweten te duur te zijn. Enkele Amerikaanse kranten hebben al hun abonnement op AP opgezegd omdat AP te duur is. CNN wil zich nu positioneren als een goedkoper alternatief.

Het lijkt een ver-van-mijn-bed-show, maar eerder dit jaar was er al een media-stormpje toen Concentra liet weten dat ze geen Belga-berichten — van het gelijknamige persagentschap — meer ging gebruiken op haar sites. In plaats daarvan richtte Concentra zijn eigen, intern persbureau op dat op Breaking News moest jagen.

Als ik mij goed herinner, was het niet zozeer de prijs van zo’n Belga-abonnement dat Concentra er toe bracht geen Belga’s meer te gebruiken. Het draaide er eerder om dat Belga te weinig berichten bracht over Britney Spears en andere celebrities.

Ongeveer 30 tot 40 procent van de (lokale) berichten op het medium waar ik voor werk zijn Belga’s. Mocht dat abonnement plots wegvallen, zou ik met mijn handen in het haar zitten.

Het neemt niet weg dat op het vlak van buitenlandberichtgeving de newsfeed van Belga dringend moet worden opgewaardeerd. Eigenlijk bestaan de buitenlandberichten vooral uit vertalingen van persagentschappen als AFP en DPA. Die recycleren op hun beurt vaak het nieuws dat eerder in (buitenlandse) kranten was te vinden.

Zo krijg je ‘belegen’ nieuws. En eigenlijk is niet zo moeilijk om bronnen te vinden die de traditionele buitenlandberichten van AFP en DPA kunnen aanvullen. Lees BreakingNewsOn, Politico, The New York Times , etc…

Die AP-historie en het eerdere Belga-Concentra akkefietje zijn eigenlijk twee gevolgen van de radicale transformatie van journalistiek door internet.

Persagentschappen hadden vroeger dankzij hun telex-machines een monopolie op breaking news. In feite heb je nu enkel een computer en een internetverbinding nodig om te concurreren met Belga, AFP, DPA, etc…

Iedereen in de journalistiek — en niet alleen de persagentschappen — zal zichzelf moeten heruitvinden en zijn of haar maatschappelijke relevantie* moeten bewijzen.

En het zal rap moeten gebeuren, want het internet is genadeloos voor luiaards.

* Dat is een absolute voorwaarde om ook commercieel leefbaar te zijn.

December 1st, 2008  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , ,

» Ja, tararra

‘» Debriefing’ ? Geregeld bookmark ik sneller interessante links, dan ik ze hier kan posten als ‘≈ Terzijdes’. Om die achterstand in te halen, schrijf ik ze af en toe weg in één grotere post. Omdat ik tegen dan vaak al vergeten ben, waar ik de link heb opgepikt, ontbreken de bronvermeldingen. Mijn excuses, maar er is 90 procent kans dat ze van de usual suspects komen: kottke.org, notcot, del.icio.us en digg.

1. Listen to the Gentiles, 2. Question the question, 3. Dare to be silly, 4. Simplify, simplify, 4 vuistregels van Nobelprijswinnaar voor Economie Paul Krugman die overigens recent nog eens heel helder de kredietcrisis samenvatte:

What is the nature of the crisis? The details can be insanely complex, but the basics are fairly simple. The bursting of the housing bubble has led to large losses for anyone who bought assets backed by mortgage payments; these losses have left many financial institutions with too much debt and too little capital to provide the credit the economy needs; troubled financial institutions have tried to meet their debts and increase their capital by selling assets, but this has driven asset prices down, reducing their capital even further.

De Amerikaanse beurs rendeert beter onder Democratische presidenten: 10.000 dollar wordt er ongeveer 300.000; onder een Republikein werd de 10.000 dollar “slechts” 51.000 dollar.

Over dollars gesproken, men is nog altijd op zoek naar een businessmodel voor online nieuws. Jeff Jarvis doet met “New business models for news” een duit in het zakje, ***RIMSHOT*** en breekt in een presentatie een lans voor linkjournalistiek.

Linkjournalistiek oftewel bij het correct verwijzen ook direct linken naar een artikel op een concurrerende website vindt stilaan ingang bij de traditionele media.

(Overigens: een overzicht van de beste, Engelstalige sportartikels volgens sport columnist Bill Simmons. (…) it’s really risky to work hard, because then if you fail you can no longer say that you failed because you didn’t work hard. It’s a form of self-protection. Dat komt uit een van de beste columns — een interview eigenlijk met Malcom Gladwell — van Bill Simmons zelf. Maar dit geheel terzijde.)

Do what you do best and link to the rest, zal meer en meer het motto worden. Dat is ook mijn filosofie — als deze website überhaupt een filosofie heeft –, vandaar dat je hier ook zo weinig originele content, owla managementspeak, ziet verschijnen.

Ik denk dat ik nog steeds geen mission statement voor deze site kan formuleren. Concreet komt het er op neer dat ik del.icio.us gebruik om met Joris links te delen en als ik die links ook met anderen wil delen zet ik het op mijn site.

Over Joris en del.icio.us gesproken. Wij hebben gisteren elk, onafhankelijk van elkaar, een artikel doorgestuurd uit Wired over Soviet science towns, mailde Joris mij enkele weken geleden. Quasi simultaan hebben we dus elkaar via del.icio.us een artikel doorgestuurd over wat er gebeurt als je je hoofd in een werkende deeltjesversneller steekt. Machtig.

Zo veel tralala verkopen omdat een maat hetzelfde interessant vindt, hoor ik collega Freaq denken. Het geluk zit in de kleine dingen des levens, Freaq.

Overigens ben ik vorige week naar How to lose friends and alienate people gaan kijken op het Filmfestival; een amusante film over een Britse journalist die het probeert te maken bij een Amerikaans glossy celebrityblad. Het is gebaseerd op het leven en boek van Toby Young die blijkbaar zwaar heeft geruzied over de soundtrack van de film.

John Hodgman, resident expert in The Daily Show staat op de cover van Wired en online vind je een heel uitgebreid en amusant transcript van een interview met hem. (…) and not only enjoying, but not even thinking for a second that there was anything self-indulgent or wrong about spending your parents’ money without having any thought whatsoever to preparing a career of any kind, then your detection is correct. That is exactly what that period of my life was., John Hodgman over zijn jeugd.

John Hodgman heeft overigens ook nog een reportage geschreven over Battlestar Galactica.

En om af te sluiten: Judoles met Vladimir Poetin.

§ Paperdoom

 

© Martin Gee

© Martin Gee

Paperdoom — The death of the print news media –, was een neologisme dat ik nog niet kende. Blijkbaar is het al een redelijk populaire term op del.icio.us.* Er is zelfs een tumblelog; Paperdoom — Chronicling the steady and growing drumbeat, sounding the death of the print news media, one depressing link at a time.

Amerikaanse — bij uitbreiding Westerse — kranten zijn al een tijdje in verval. Hun oplagecijfers, advertentie-inkomsten én winstmarges zijn fors gedaald. Het laatste jaar is er fors gesnoeid in het aantal pagina’s én in het personeelsbestand van verschillende Amerikaanse kranten.

Sommige waarnemers en experts blijven volhouden dat de problemen van de printmedia zich louter op economisch vlak situeerden: zware concurrentie van het internet bij advertentiewerving en bij de eye-balls, te grote personeelsbestanden (In de VS wordt een voorpagina-artikel gemiddeld bewerkt door 7 à 9 schrijvende redacteurs), etc…

Andere wijzen de, eh, content naar de vinger. Kranten en magazines zijn gewoon niet relevant genoeg meer voor bepaalde bevolkingsgroepen die op hun beurt voor adverteerders interessant zijn. What’s Really Killing Newspapers van het online-magazine Slate is zo’n analyse.

They’re no longer the best providers of social currency

Not that long ago, the daily newspaper was an indispensable coiner of social currency, and it gave its readers piles of the stuff in each edition. The phrase, which comes from sociology, is often used to describe the information we acquire and then trade—or give away—to start, maintain, and nurture relationships with our fellow humans.

Wat ben je met een krant waar in staat dat Christian Bale waarschijnlijk op zijn moeder heeft geslagen, als je het al anderhalve dag ervoor op Perezhilton.com kon lezen? Wat ben je nog met de recensies van Humo als je online op ontelbare sites je gading kan vinden? Wat ben je nog met de buitenlandkatern van de Vlaamse kranten als je hetzelfde nieuws en dezelfde analyses al een dag eerder kan lezen op nytimes.com, lemonde.fr, bbcnews.co.uk en economist.com? Etc…

Voorlopig blijft mijn werkgever dankzij haar aanpak — de Man bijt hond-aanpak, maar dan hyperlokaal — grotendeels gespaard van concurrerende nieuwe media. Er moet echter slechts één lokale en populaire Facebook-achtige website komen en ook mijn werkgever zal plots met een serieuze identiteitscrisis worstelen.

Hopelijk kunnen we die identiteitscrisis afweren door zelf zo’n on line gemeenschap uit te bouwen, zonder daarbij van ons traditionele publiek te vervreemden.

* Ik blijf op old school.

Filmpjes

Recente items


Over mezelf

Welkom op de persoonlijke website van Stijn F. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit Gent en ik werk als journalist voor het financieel-economische weekblad Trends. Ik schrijf voornamelijk over technologie(bedrijven) en supermarkten.

Contact: stijnf apenstaart gmail punt com