≈ Woorden bepotelen

Een jaar geleden midden maart, begon mijn journalistieke carrière. Tenminste, als ik gul ben voor mezelf en mijn stages als het begin van mijn journalistenbestaan beschouw. Het is een holle frase, maar het zit deze keer vol waarheid: Ik heb het mij nog geen moment beklaagd. Het is een machtig schoon beroep, het prikkelt je op alle vlakken én het zorgt er voor dat je iedere dag — toegegeven, soms slechts een tikkeltje — wijzer wordt.

Ik heb het métier nog bijlange niet in mijn vingers en op dat vlak is het leren met vallen en opstaan. Gelukkig kan je, net zoals in elk ander beroep, machtig veel met je ogen stelen. En ondertussen begin ik al door te krijgen van welke type journalisten ik het meest op steek.

Het zijn niet de journalisten die hoog van de toren blazen over hun netwerk, of de gladde journalisten die zich op de borst kloppen over hun (maatschappelijke) invloed.

Het zijn de stille, vloekende en uhu-mende journalisten die niet houden van half werk. Het zijn de journalisten die — super geconcentreerd — het ene woord na het andere woord bepotelen, binnenst te buiten keren en zelfs schrappen tot dat die ene regel er perfect bijligt, vooraleer ze naar de volgende regel overgaan.

February 26th, 2008  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , ,

≈ De zesde ‘W’ in de journalistiek

The Associated Press: Scripps Executive Expects Growth
“When I’m in the newsrooms, what I preach constantly is in today’s environment, it’s much less about who, what, when and where. It’s about why and what’s next,” he said. “In an environment where you do have a multitude of voices, the opportunity to bring context and color and perspective is I think our real role.”

Tijdens mijn zomerstage is die zesde ‘W’ van What’s Next? er ingehamerd. Zet de lezers in de cockpit van de beslissingsmakers. Zeg altijd wat de volgende stap zal zijn, als je dat weet, was het advies van mijn stage-begeleider. Naast de schrijftips Jos is dood. en Deur open, deur dicht., is dat het meest waardevolle advies dat ik tijdens mijn stages heb gekregen.

January 4th, 2008  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: ,

§ 12 tips voor een goede stage als journalist

  1. Weet goed waar je aan begint. Je gaat niet betaald worden. Met een beetje geluk betalen ze jouw vervoerskosten terug. Met verschrikkelijk veel geluk en een goede stage wordt je aangenomen, maar hoop daar niet op.
  2. Lees iedere dag drie kranten. Neen, serieus. Lees iedere dag drie kranten.
  3. ‘Geef mij werk.’ Neem één à twee dagen de tijd om te zien hoe de redactie draait. Zoek uit wie de taken echt verdeelt op jouw redactie. Stap dan in het vervolg altijd op die mens af als je werk gedaan is en als ze je niet direct zelf een nieuw karwei geven. De vraag ‘Is er nog iets dat ik kan doen?’ wordt altijd geapprecieerd. De eerste keren zal je afgewimpeld worden of zal je een saaie klus moeten uitvoeren. Neem het niet persoonlijk. Ze kennen je nog niet.
  4. Laat weten waar je mee bezig bent. Journalisten hebben meestal zo’n drukke agenda of zijn zo geconcentreerd met hun eigen ding bezig, dat ze jou uit het oog verliezen. Nogmaals neem dat niet persoonlijk, maar stap zelf op hun af en vertel waarmee je bezig bent, wanneer je denkt dat je ze mag storen.
  5. Wees geduldig. De eerste twee weken zullen ze je testen. Je zal eens een artikel op proef moeten schrijven. Je schrijft bijvoorbeeld een artikel over de Griekse bosbranden, maar een andere journalist schrijft het voor ‘echt’. In de eerste twee weken is dat compleet normaal. Als het daarna gebeurt, moet je jezelf vragen beginnen te stellen.
  6. Neem alles aan, maar zeg op tijd neen.Als stagiair zullen er heel wat karweitjes op jou gedumpt worden. Zeg op tijd stop, wanneer je ziet dat de combinatie van deadlines onmogelijk wordt.
  7. Zoek je eigen niche uit. Na verloop van tijd zul je iedereen zijn dada’s ontwaren. Als je een beetje geluk hebt, zullen er ook ergens gaten zijn of gaten vallen. Ik had bij De Tijd geluk dat er tijdens mijn stageperiode heel wat buitenlandjournalisten op vakantie waren. De overgebleven journalisten schreven niet al te graag over de Verenigde Staten, zodat ik heel leuke stukken over de VS mocht schrijven. Je moet er dus een beetje geluk mee hebben, maar je zou er toch in moeten slagen om je naar de redactie op één à twee onderwerpen als specialist te profileren.
  8. Zit niet te chatten. Meestal zijn de journalisten redelijk permissief op het vlak van surfen, checken van je persoonlijke mails, etc. Overdrijf er echter niet mee. Zit ook zeker niet te chatten of je op een andere manier online bezig te houden wanneer je geen werk hebt. Dat is de slechts mogelijke indruk die je kan maken en je mag er op rekenen dat de journalisten veel minder geneigd zullen zijn om je werk te geven. Zoek of vraag dan werk.
  9. Je gaat iets verprutsen. Of het nu wel of niet jouw schuld zal zijn, doet er niet toe. Als je iets verprutst of ziet dat je iets gaat verprutsen, trek aan de noodrem. Houd het niet voor jezelf totdat het uiteindelijk uitkomt.
  10. Zwart, ŽŽeen klontje suiker en een wolkje melk. Je bent een stagiair, dus trek je neus niet op voor het herschrijven van een Belga zodat hij in de layout past.
  11. Vraag feedback.
  12. Noteer de contactgegevens van iedereen waar je mee spreekt of belt.
December 3rd, 2007  |  Published in § Blessay
Tags: , , ,

Filmpjes

Recente items


Over mezelf

Welkom op de persoonlijke website van Stijn F. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit Gent en ik werk als journalist voor het financieel-economische weekblad Trends. Ik schrijf voornamelijk over technologie(bedrijven) en supermarkten.

Contact: stijnf apenstaart gmail punt com