§ Misschien is het geen leeg getetter meer

Vooraf: Deze post staat al een week of 2 4 in mijn drafts en iedere keer opnieuw begin ik er aan te prutsen. Het ging eerst over Facebook die een grote bron van trafiek voor nieuwssites wordt. Dan is het een beetje ontspoord. Maar kom, voor de archieven.

Misschien is het omdat Facebook recent 5 jaar is geworden of Google opeens Buzz heeft gekoppeld aan Gmail*, maar de laatste tijd zijn er echt veel artikelen te lezen online en offline waar de ondertoon dezelfde is: “Bloggen, Facebook, Twitter, … Dat is hier precies voor echt. Misschien moeten we ons daar eens serieus mee bezig houden.”

En het is ook voor echt:

Nielsen reports that Internet users worldwide now spend 5.35 hours a month on social networks, up from just three hours a year ago. The social web is the new home page; remember how news sites all put up “make us your home page” buttons just a decade ago. News sites, of course, are lucky to break into double digits — 10 minutes — per month in usage.

(…)

That old newsprint-based serendipity we bemoaned was being lost in the move to web searching and browsing is being reborn. (…) Among this vast infinity of story reading choice, we’re using our friends and colleagues as filters, though the process is still ungainly.

Nieman Journalism Lab.

Matt Haughey, bezieler en oprichter van Metafilter zei enkele jaren geleden al zoiets; dankzij social media heb je de mogelijkheid om een even goede en zelfs betere filter te maken voor informatie die je interesseert, ontroert, doet lachen, etc… dan een krant, magazine, etc…

I don’t read printed newspapers. (…) I generally read at least a couple dozen articles daily though, mostly pointed out by my social circle (people who blog that I follow, twitter users I trust, friends sharing things in Google Reader). Friends are an amazing social filter and the social filter is essentially replicating the water cooler online.

Matt Haughey.

Awe

De meest wijdverspreide tool om artikels, links of andere items te delen, is e-mail. Enkele wetenschappers hebben op basis de statistieken van The New York Times onderzocht, waarom mensen nu net dat artikel en niet het andere naar elkaar doormailen.

Wat hen daarbij opviel, is hoe relatief klein het aandeel van de artikels over seks, geweld, etc… was en hoe populair lange artikels waren over niet voor de hand liggende onderwerpen. Artikels die inspireerden, die zorgden voor de beste respons:

“Emotion in general leads to transmission, and awe is quite a strong emotion,” he said. “If I’ve just read this story that changes the way I understand the world and myself, I want to talk to others about what it means. I want to proselytize and share the feeling of awe. If you read the article and feel the same emotion, it will bring us closer together.”

The New York Times.

Nick Bilton van The New York Times omschrijft het zo:

If someone approached me even five years ago and explained that one day in the near future I would be filtering, collecting and sharing content for thousands of perfect strangers to read — and doing it for free — I would have responded with a pretty perplexed look. Yet today I can’t imagine living in a world where I don’t filter, collect and share.

The New York Times.

Social media & the BBC

Dankzij sites zoals Facebook, Twitter is het aggregeren van interessante links pas echt doorgebroken. Zo is voor veel nieuwssites Facebook al de grootste bron van externe trafiek na Google. Sites zullen komen en gaan, maar het ‘delen’ zal blijven bestaan.

Omwille van die structurele verschuiving in het internetgebruik moeten journalisten bij de BBC zich ondertussen zich quasi verplicht verdiepen in social media.

“This isn’t just a kind of fad from someone who’s an enthusiast of technology. I’m afraid you’re not doing your job if you can’t do those things. It’s not discretionary”, he is quoted as saying in the BBC in-house weekly Ariel.

The Guardian.

Niemand heeft een idee hoe de redactie van de toekomst er echt gaat uitzien. Maar alle werkbare modellen gaan uit van een groter aandeel van geaggregeerde links die het eigen aanbod moeten complementeren.

Door de schaarste van de middelen zullen er meer en meer keuzes moeten worden gemaakt op de redacties in de verhalen die ze zelf maken. Do what you do best and link to the rest, zoals dat heet.

Er zijn bekende voorbeelden van onafhankelijke nieuwssites die al jaren doorgedreven linken, zoals The Huffington Post. Veel journalisten, en bij uitbreiding mediabedrijven, hebben daar vooroordelen over: 1. Aggregeren is volgens hen ‘stelen’; al is er wel iets te zeggen voor een soort richtlijn over citeren. 2. linken naar externe sites (en zeker al naar de concurrentie) is stom, want dan stuur je de bezoeker weg.

Links, met liefde verzameld

Maar ik vind The Huffington Post niet het beste voorbeeld. De Headlines van The Morning News zijn dat. Dat zijn links die met liefde zijn verzameld op nieuwssites, blogs, twitter, etc… Net zoals bij Google kom je iedere keer terug naar die site, om er weer van te willen worden gestuurd.

Ik ben er van overtuigd dat je niet goed kan aggregeren als je niet vertrouwd bent met social media; als je geen rist sites of personen volgt via RSS, Twitter, etc…

Het probleem is dat nog veel te veel journalisten social media, of het internet tout court, echt niet in de vingers hebben en zo’n zaken gewoon weg niet kunnen. (Ik zou er ook graag een stuk beter in willen zijn.) En dat hypothekeert niet alleen hun eigen carrière maar ook de toekomst van hun medium.

Nieuwssites blijven nog te veel doen alsof zij de enige site ter wereld zijn waar iets interessants op is te vinden. Dat is wereldvreemd. Miljoenen mensen delen links met elkaar, dat is geen leeg getetter. Het wordt tijd dat nieuwssites dat ook beginnen te doen.

The implied motto of every paper in the country should be: all the news that’s fit to link.

Steven Johnson

* Mijn meninkje over Google Buzz: Het is in de eerste plaats geen bedreiging voor Twitter of Facebook, maar vooral voor Microsoft (Windows Live) en Yahoo. Facebook is een ander publiek. En Twitter, dat is een soort protocol aan het worden. Het meest elegante aan Google Buzz is de manier waarop je naar een discussie kan linken. Iedere discussie heeft een permalink, zoals een discussie op een forum. Iets wat ik heel erg mis bij Facebook en Twitter.

≈ De dood van Michael Jackson, Google’s limieten en crowdsourcing

SEOmozBlog heeft proberen te reconstrueren hoe het nieuws van Michael Jacksons hartstilstand en dood zich heeft verspreid op het internet. Er staan zeer interessante dingen in. 1. Het was niet TMZ.com, maar de kleinere niche-site x17online.com die de scoop had. 2. De beheerders van Google News, de berichten en zoekopdrachten over Michael Jackson eerst niet geloofden, en dachten dat hun site werd aangevallen met een hoax. 3. Maar vooral:

Wikipedia is still the fastest news aggregator. It was faster than Twitter and much faster than Google.

Ik zou het precieze verloop wel eens willen bevestigd zien door een onafhankelijk onderzoek. Maar zelfs dan denk ik dat de uiteindelijke conclusie wel overeind zal blijven:

Een zoekmachine — hoe geavanceerd het zoekalgoritme ook is — moet (nog steeds) de duimen leggen voor een menselijke brein. Zeker als verschillende mensen samenwerken zoals dat bij Wikipedia het geval is.

Een computer kan niet denken

Anders gezegd, een mens kan nog steeds sneller oordelen dan een computer of iets “nieuws” is.

Dat lijkt vanzelfsprekend, maar ga eens na bij jezelf. Wat is het eerste dat je doet bij breaking news? De meeste mensen zullen surfen naar hun favoriete nieuwssite of zullen googlen. Hoeveel mensen zouden er zoeken in Twitter of Wikipedia raadplegen?

Traditionele nieuwssites — die in het geval van Michael Jackson in internettijd een eeuwigheid achterop liepen — laten zich niet in met het aggregeren van en linken naar andermans materiaal, omdat: 1. Men de illusie koestert dat de eyeballs zo langer op de eigen site blijven hangen. 2. Aggregeren geen echte journalistiek is.* 3. De (web)redacteurs nog al te vaak worden overweldigd door hetzelfde nieuwsaanbod op het internet waar de gewone bezoeker geen doen aan ziet.

Aggregeren, of we het nu willen of niet

Laat dat overweldigende nieuwsaanbod nu nét een kans zijn om het bestaan van een traditionele nieuwssite te legitimeren. Auteur en journalist Steven Johnson omschreef het zo:

Let’s say for the sake of argument that we can’t. Let’s say it’s just too overwhelming for the average consumer to sort through all the new voices available online, to separate fact from fiction, reporting from rumor-mongering. Let’s say they need some kind of authoritative guide, to help them find all the useful information that’s proliferating out there in the wild.

(…)

Of course, we have thousands of these institutions. They’re called newspapers.

(…)

The implied motto of every paper in the country should be: all the news that’s fit to link.

Zolang wij, eh, journalisten ons niet comfortabel voelen op het internet en intelligent aggregeren, moeten we niet verschieten dat mensen meer en meer — laten we zeggen aan een gemiddelde van 1,3 miljoen pageviews per uur — hun toevlucht zoeken in een medium als Wikipedia.

* Ik vraag mij eigenlijk af hoeveel Amerikaanse krantensites door het succes van The Huffington Post, niet denken: “Hadden wij nu eens een tiental jaar geleden, van onze honderden redacteurs, een journalist en een stagiair vrijgesteld om links naar andermans materiaal te voorzien van ironische commentaar?”

» Op zoek naar centen voor journalistiek (II)

‘» Debriefing’ ? Geregeld bookmark ik sneller interessante links, dan ik ze hier kan posten als ‘≈ Terzijdes’. Om die achterstand in te halen, schrijf ik ze af en toe weg in één grotere post. Omdat ik tegen dan vaak al vergeten ben, waar ik de link heb opgepikt, ontbreken de bronvermeldingen. Mijn excuses. Ook voor de lengte van deze post. Het spreekt ook voor zich dat enkel ik, en bijvoorbeeld niet mijn werkgever, verantwoordelijk ben voor wat ik hier schrijf.

Vandaag raakte bekend dat de (failliete) Amerikaanse krant The Seattle Post-Intelligencer een doorstart maakt als website. De ‘krant’ zal dus enkel online verschijnen en de redactie werd daarvoor quasi gedecimeerd. Van een kleine 200 journalisten zullen er nog 20 overschieten. En voor wie er nog aan twijfelt, die zullen alles moeten kunnen:

We don’t have reporters, editors or producers—everyone will do and be everything. Everyone will write, edit, take photos and shoot video, produce multimedia and curate the home page.

De meeste van de weerhouden journalisten zouden ook jonger zijn dan 40 jaar. Kijk, ik vind dit een drama dat er zoveel ervaring verdwijnt uit de journalistiek. Op de redactie zit ik op een armlengte van iemand die 25 jaar ervaring heeft en even verder zitten er journalisten die nog méér kilometers op de teller hebben. Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik nog iedere dag van hen leer.

Het mag dan nog niet zo slecht gaan als in de Verenigde Staten — ook hier is The great restructuring begonnen: kleinere redacties en meer redacteur-fotografen in plaats van beroepspersfotografen.

Ik heb sympathie voor de acties van de journalistenbond en de persfotografen, maar die acties zijn niet meer dan achterhoedegevechten. De ‘nieuwe’ journalist zal minder collega’s hebben, meer een generalist moeten zijn dan een specialist en niet bang mogen zijn van foto-, audio-, en video-bewerking. Ik vrees dat sociale acties en overleg bitter weinig aan dit scenario zullen veranderen.

Het ziet er ook naar uit dat dit proces zich eerder vroeger dan later zal voltrekken. Het is daarom jammer dat er op sectoraal niveau te weinig wordt gepraat over de heroriëntering en bijscholing van de bestaande journalisten. Het blijft meestal bij workshops van een uur of 3 over onderwerpen als “efficiënter zoeken op het internet”.

Een betere en structurele manier zou zijn om die journalisten die niet zo vertrouwd zijn met online journalistiek en internet terug naar de schoolbanken te sturen, voor een maand of zo. (Laat interim-krachten, eventueel (deels) gesubsidieerd door de overheid, dan even hun plaats in nemen.) Zo gaat die broodnodige ervaring van die (oudere garde) journalisten niet verloren en doen beginnende journalisten ervaring op in de media.

Overigens mocht ik verantwoordelijk zijn voor een opleiding journalistiek in het hoger onderwijs, ik denk dat ik serieus zou overwegen om in de toelatingsvoorwaarden te schrijven dat een kandidaat-student al minstens een jaar een actieve blog moet hebben, een basiskennis heeft van html en css en weet dat je met Facebook meer kan dan enkel het lief van een vriend te veilen of tetris te spelen. Maar dit terzijde.

Meer links, after the jump.

Read the rest of this entry »

March 17th, 2009  |  Published in » Debriefing
Tags: , ,

≈ Gelezen: The Ghost Map

The Ghost Map van Steven Johnson, onder meer bekend van Outside.in en Everything Bad Is Good for You, is het relaas van hoe het 19de eeuwse Londen uiteindelijk cholera overwon door een uitgebreid rioleringstelsel aan te leggen.

Cruciaal was het werk van John Snow die met een zelfgemaakte kaart kon bewijzen dat besmet drinkwater aan de basis lag van de veelvuldige en rampzalige cholera-epidemieën.

De kaart wordt vrij uitgebreid geportretteerd in Tufte’s Visual Display of Quantitative Information. En laat dat nu net het volgende boek op mijn leeslijst zijn.

January 11th, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , , ,

Filmpjes

Recente items


Over mezelf

Welkom op de persoonlijke website van Stijn F. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit Gent en ik werk als journalist voor het financieel-economische weekblad Trends. Ik schrijf voornamelijk over technologie(bedrijven) en supermarkten.

Contact: stijnf apenstaart gmail punt com