≈ Ontslagen bij The Washington Post en generalisten versus specialisten

Wie mijn links op del.icio.us een beetje volgt, kan zien dat ik de laatste tijd nogal veel heb gebookmarked over The Washington Post. Meer bepaald over de ontslagen bij de (geplande) samensmelting van de print- en de webredactie.

Afgaande op de berichten vallen er vooral ontslagen bij de webredactie. 2 prominente video-journalisten zouden hun biezen moeten pakken. Daarover is veel discussie tussen mensen die ofwel de kant van de website kiezen, ofwel de kant van de print.

Ex-journaliste Regina McCombs heeft op Poynter Online een uitstekende round-up en commentaar geschreven van de verschillende posts over de ontslagen bij The Washington Post. Ze vreest dat de ontslagen multimedia-journalisten slachtoffers zijn van een territoriumgevecht tussen het management van het web en de print.

Verder breekt Regina McCombs een lans voor het vrijwaren van de eigenheid van de webredactie. En dat betekent ook het behouden van multimedia-journalisten die exclusief voor de website werken.

As Web staffs shrink, and journalists get bogged down in site production work, I worry that we’ll lose the multimedia innovation and creative effort in these tough economic times, and end up with flat sites no one wants to visit.

Economic troubles have had more than one effect — in addition to the slashing of newsroom budgets and staff, it has intensified a power struggle for control of converging newsrooms.

Andere uitstekende posts zijn die van ex-journalisten van The Washington Post, Derek Willis en Jim Brady.

(…) what emerges will be not only a news organization that is a shadow of its former self – most orgs will have to face that reality – but that it will have put so much emphasis on the paper that it cannot take advantage of the possibilities online. That the folks running things are literally rolling back the progress and smart work that has been done, and will not be able to get it back as fast as they might think.

Derek Willis

I can assure you that we stopped “putting the paper online” many years ago. (…), it’s actually possible for great journalism to come in a form other than a newspaper.

Jim Brady

Generalisten versus specialisten

Personeelsbeleid, en zeker in crisistijden, is sowieso al grillige materie. Of er nu al dan niet een territoriumgevecht bezig is, kan ik niet nagaan. Misschien dat er nog iets anders de beslissingen beïnvloedt; dat ze afwillen van de specialisten en zo veel mogelijk generalisten op hun redacties willen hebben.

Iemand die hoogwaardige en exclusieve multimedia-reportages voor de site maakt, is in die optiek veel minder waard dan een generalist die een beetje deftig kan filmen en monteren én stukken schrijft voor de site en de print.

Nu, ik vind dat je als journalist een deftige foto moet kunnen nemen of een eenvoudig filmpje moet kunnen monteren. Het is echter een illusie dat journalisten al die vaardigheden volledig in de vingers kunnen hebben.

Bij breaking news primeert de inhoud op de vorm. Niemand gaat er over vallen dat het beeld af en toe schokt als je een brand verslaat, een vliegtuigcrash filmt, etc…

Een begeleidende videoreportage bij een reeks artikelen in de print of online; daar kan je het niet maken dat een interview redelijk amateuristisch is ingeblikt door een generalist. Voor zo’n job heb je een specialist nodig.

Hoogwaardige multimedia is — naast een doorgedreven integratie van databases — een mogelijkheid om zich als mediabedrijf te onderscheiden van de sites die grotendeels op vrijwilligers draaien of de eenmansacties.

Hoe lager mediabedrijven de lat leggen — hetzij inhoudelijk, hetzij vormelijk (multimedia, databases, etc…) — hoe gemakkelijker de nieuwe concurrenten hen kunnen overtreffen.

(De Morgen en Het Laatste Nieuws hebben een compleet gescheiden print- en webredactie. Ik ben benieuwd wat er daar zal gebeuren wanneer die ooit zullen samensmelten.)

November 29th, 2009  |  Published in ≈ Terzijdes
Tags: , , , ,

≈ Het belang van bedrijfscultuur

Recent heb ik 2 zeer interessante analyses gelezen van Jim Brady, ex-The Washingtonpost.com, en John Temple, ex-The Rocky Mountain News over het wel en wee van (print)journalistiek in het internet-tijdperk. Beiden onderstrepen het belang van een bedrijfscultuur waar een internetredactie zo autonoom mogelijk kan zijn, ook al is dat met materiaal dat voor de print is geproduceerd.

John Temple herinnert zich nog hoe de webredactie werd tegenwerkt tijdens de schietpartij in Columbine:

After news of the shooting broke, the producer came to the newsroom and asked the city editor for any news he could give him. “I’m not giving you anything for the Web site,” he remembers being told. “They’ll steal it.” They, in this case, was The Denver Post. The culture of the newsroom at this point was still to save any possible scoops for the morning paper to keep the Post a day behind us. The Rocky’s Web team ended up relying on our TV news partner for its reports.

Jim Brady:

The line I keep using is that in any newsroom structure, the Web has to be positioned in a way that it can do things that will make the print side uncomfortable. It’s got to have enough autonomy that it can push into technologies in new areas and make the newsroom go, ‘Do we really want to be on Twitter?’ You’ve got to take some risks, you’ve got to play on some new playgrounds. And when you have to run all those questions through a print structure, often the answer is no, or it takes a really long time to get to an answer.

Eigenlijk gaat het 2 keer over hetzelfde. Net zoals ieder ander gevestigd bedrijf, heeft een mediabedrijf een logge structuur. Een structuur die een rem zet op experimenteren en innovatie. Zelfs Google begint daar hinder van te ondervinden.

Een startup-mentaliteit creëren op de (web)redactie is dus de boodschap. Maar probeer dat eens in te voeren in tijden van afdankingen en besparingen.

≈ They forgot to bring the funny

JOSH: You know what they did?

SAM: Yeah.

JOSH: They forgot to bring the funny.

S2E18, The West Wing

Recent begonnen Dana Milbank en Chris Cillizza, 2 gevierde en bekende journalisten van The Washington Post met een satirische video-rubriek “Mouth Piece Theatre”.

Ik heb te weinig van de clipjes gezien — de video’s zijn ondertussen van de site gehaald –, maar de reacties op het internet waren overtuigend negatief. De storm brak pas echt los toen ze in een van de filmpjes Hilary Clinton omschreven als een “mad bitch”.

Chris Cillizza heeft ondertussen al gereageerd over de stopzetting van de rubriek, maar het was duidelijk dat ze zich erg hebben geïnspireerd op The Daily Show en The Colbert Report.

Die shows zijn geen journalistiek, maar satire. De reden waarom ze toch als journalistiek worden aanzien, is omdat de gevestigde media enorme steken laat vallen in de Verenigde Staten.

Als er al iets journalistiek is aan The Daily Show, dan is het de research en niet de keuze van, of de satirische toon waarmee ze de onderwerpen belichten.

Freestyle journalistiek kan mooie dingen opleveren. Foreign Policy vergeleek enkele weken geleden Jay-Z en The Game met de geopolitieke verhoudingen tussen China en de VS. Nog grappiger was de reactie van The Game op de analyse van Foreign Policy.

Het staat buiten kijf dat journalisten moeten experimenteren op het web, maar ze staken beter hun pogingen om krampachtig virale video’s te lanceren.

Filmpjes

Recente items


Over mezelf

Welkom op de persoonlijke website van Stijn F. Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit Gent en ik werk als journalist voor het financieel-economische weekblad Trends. Ik schrijf voornamelijk over technologie(bedrijven) en supermarkten.

Contact: stijnf apenstaart gmail punt com